17 resultaten
Clingen | 1336-08-12/14
Nibbelink no 24
Achternamenindex
graaf Willem geeft de bediening van de parochiekerk te Rysoord die Gerard Alewynsz in Zwijndrecht had doen bouwen, op diens voordracht aan Pieter Clingen, priester
Clingen, van der | 1468-03-10
Coll Aanw 238 fol 357/Memorien Hof van Holland
Achternamenindex
schepen van Middelburch: Jacob van der Clingen
Clingen, van den | 1282-11<
De Fremery no 228; Bijdr Hist Gen 1901 bl 212
Achternamenindex
lenen ten tijde van Floris V: 142) Didderic van den Clinghen 5 morgen te Monster in Sclebux [De Clinghe was het zuidelijk deel van Zuetwyc]
Clingen, van der | 1346-06
Bijdr Hist Gen jg 1901 p274/Reg EL 5 fol 102r
Achternamenindex
lenen in Rijnland: - Willem van der Clinghen het tweedeel van 5 morgen, belend de steeg van Polanen aan de westzijde
1449-10-20 |
Inv Arch H. Geest te 's Hage dl II regest 328
Jaartallenindex
schepenen in den Haghe oorkonden dat Jan Lottynsz transporteert aan de H. Geest in den Haghe twee morgen land nu gelegen Noord van den Haghe, belend oost: Jan Lottynsz voors, zuid: die banne …., west: Lysbeth Engebrechts…., noord: die clingen
1429-11-14 |
R.A.H. Coll Aanw 56 fol 112v/Reg in Beyeren IX fol 111
Jaartallenindex
gravin Jacoba beleent jonge Dirck van Bakenesse met die wooninge tot Haesbroeck mit allen den landen, dat gelegen is tuschen den Rugenbroeck ende tusschen der wateringe ende der Clingen, hem aangekomen en bestorven by doode joncfrouw Barthouts van Haesbroeck, sijns moeders
1429-07-03 |
Inv Arch H. Geest te 's Hage dl I no 801 dl II regest 207
Jaartallenindex
schepenen in den Haghe oorkonden dat Willem Claesz verklaarde schuldig te zijn aan Pieter Huge een rente van 40 schell Holl sjaars, verzekerd op een morgen land in het westambacht van den Haghe, belend west: Symon Boudynsz, zuid: jonfrou Katrijn Jan Heynricsz weduwe, noord: die clingen, oost: die capellaen van Eykenduinen. Oorspr. Inv no 801, in dorso: Willem Adriaensz uut Eyckendunen, Claes Wever
1472-04-26 |
Inv Arch H. Geest te 's Hage dl I no 814 dl II regest 457
Jaartallenindex
schepenen in den Hage oorkonden dat Jan Jansz van Clingen erkende schuldig te zijn aan Adriaen Coppertsz, Willem Coppertsz en Yde Coppertsdochter tesamen, een rente van 4 £ Holl sjaars op: 1) zijn woning en landen met huis, schuren, bergen en geboomte waarin hij nu woont, groot 54 morgen, gelegen in het Westambacht, west: Lambrecht Heijnricsz en Boudin Claisz, noord: Lambrecht Heijnricsz en Jacob Jan die bodenz, oost en zuid: Lambrecht Heijnricsz, Jan Aemsz en Jan Jacobsz van Clingen; 2) op ½ van 14 hont land in het Westambacht in Haetscamp, gemeen met Haestgen Martyn Ysbrantsz weduwe, belend zuid: Matheeus Jacobsz en Touwe Pietersz, west: Balou Geryt Claisz met haar kinderen, noord: de Heilige Geest, oost: de nyeuwe sloot; 3) op 14 hont land in Haetscamp belend zuid: Mattheeus Jacobsz voorn. met de priesters van de memorie, de pastoor en de H. Geest in den Hage, west: Jan Jacobsz en Aems kinderen tesamen, noord: Jacob Willemsz, oost: de nieuwe watering; 4) op ½ morgen in Aetscamp in een camp van 3 morgen gemeen als onder 3, belend zuid: Boudyn Claisz voors. en Aernt Willemsz, noord: Matheeus Jacobsz voors, west: de H. Geest, oost: de banwatering; 5) op 16 hont land in die Zegbroeck bij Jan Lambrechtsz laen, zuid en west: Jan Jan Lambrechtsz, noord: de banwatering, oost: Willem Adriaensz. Jan Jansz van Clingen heeft al deze percelen van genoemden in erfhuur tegen de voors. rente. Het geheel is belast met een eeuwige rente van 30sc. Oorspr. Inv 814, in dorso: up Pietter Dircksz woninghe tot Eykenduynen 4£ (vgl 1357-01-25, 1536-01-16, 1539-01-11; Copperts: 1498-02-15)
1457-10-26 |
Inv Arch H. Geest te 's Hage dl II regest 396
Jaartallenindex
schepenen in den Haghe oorkonden dat zij toegepacht hebben aan Henrick Jansz een jaarlijkse rente van 3 schell 6 penn Holl, te betalen op St Jansmisse te midwinter, zoals de andere rente waarvan de schepenbrief spreekt, waaruit genoemde rente als achterstallig gepacht is; terwijl zij deze rente verzekerden op ehet huis en erf waarin vroeger Mary Stevens woonde op de Gheest, volgens schepenbrief belend oost: Dirck Woutersz en Jan van Clingen, west, noord en zuid: de heerweg
1501-05-13 |
R.A.H. Coll Aanw 111 Caput N.H. fol 91
Jaartallenindex
Philips beleent Floris van der Bouchorst na dode van zijn vader Adriaen van der Bouchorst: 1) die hofstede ende woninge tot Haesbrouck mit allen den landen gelegen tussen den Ruygenbrouck en Willem Machteldenz land. Ende tussen der wateringe en der clingen tot een erfleen, binnen aftersusterkint niet te versterven. Heergewade: een rode sperwer; 2) een huys en woninge staende binnen onsen dorpe van Noortwyck tot een onversterfelijk erfleen; 3) 4 morgen in den ambachte van Noortwyck, belend west: Pieter Tray ende Willem Hendriksz, streckende an die Hofwateringe, zuid: mr Willem mandemaker en dat clooster v.d. Lee, noord: Willem Dirksz en Wynnout [Wibbout ?] Dircksz, mit een uytwech over die wateringe zuytwaert, 5 voeten breet langes die watering, daar Berteling Boudynsz ...... . Tot een erfleen. Heergewade: een rode sperwer; 4) 6 morgen lands in het ambacht van Noortwyk, belend noord: Splinter Jansz van Rossem, zuid: Crayenlaan, strekkende met den eynde aen den ....dam, tot een erfleen; 5) een stuk land tot Langevelt in den ambacht van Noortwyk, streckende mitten westeynde tot aen den veengors voor ommegaande noortoostwaarts tot aen den broeck an den Hout, also verre als Allartscampe streckt, ende van Allartscampe noordwaarts tot an den geest bij de capelle tot Langevelt, ende die Geest langs tot aen onse duynen ende also voort langes onse duynen tot den veengors toe mit den clingen, bergen, doorn ende conynen in den voors. land wesende. Tot een onversterfelijk erfleen. Heergewade: een rode sperwer of 1£ daarvoor
present: Floris van Wyngaarden, onse griffier, Dirck van Swieten, Dirck van Boneem, Bangaart Saij