8 resultaten

Wilde, de | 1424~

Rechtspraak Graaf van Holland dl II p 60, 61/Memoriale XVI ingeschoven in fol 142
Achternamenindex

vervolg I: "Item noch een ander clage, dair Gheryt Claesz, myn oem, ontboden wordt te comen bij myn gen. here van Beyeren tot Amsterdam, welk geboth hy gedaen heeft ende doe hij weder thuys trecken soude, soe wart hij jammerlic verraden ende dootgeslagen, daer Aernt die Wilde een upsetter aff was ende myn oem verraden heeft, daer hij claerlic aff bedragen is van der hantdadigen dieselve in die reyse geweest hebben, ende hem overgethuycht hebben voir vele sheren mannen" vervolg II

1395-01-25 (1394) |

R.A.H. Coll Aanw 65 fol 181v/Memoriale B.D. fol 113v, 114
Jaartallenindex

gaf mijn heer geleide Dirc die Milde, durende tot Paeschen toe e.k. Item op St Pauwelsdach Conversio soe syn gebleven diegene die hierna geschreven staen an minen Heer en an sinen Raet van Jan Regenboechs doet, die te Vyanen dootgeslagen wort etc. Item Symon Foykens broeder, Aernt Pouwelsz, moijen zoon, Pouwels Pouwelsz, sijn broeder, moijen zoon, Jan Willem, zusters zoon, Jacob Foykensz, oud oemszoon van halven bedde, ende Foyken, zyn zoen, Boudijn Foykensz, afterzusterkint van een halve bedde, Boudyn Gherijtsz, afterzusterkint van een halve bedde, Bertelmees Foykijnsz, idem, Willem Jansz, idem, Willem Florysz, idem, Willem Foykensz idem, Jacob Spronc idem, hier waert voer Boudyn Gheryts en Lauwerijs, sijn broeders, Filips Bokelsz, eerste lit, Filips Enghebrechtsz, eerste lit, Dirc Alvrixz, aftersuterkint, Michiel Willemsz, een halfbroeder van s vaders wegen, Dirc Jansz, after susterkint, Willem Blanckertsz, after susterkint, Dirc Oloudt, after susterkint

1394-02-10 (1393) |

R.A.H. Coll Aanw 65 fol 146v/Memoriale B.D. fol 93v
Jaartallenindex

verwilcoerden voir den joncheer van Arkel tot mijns heren behoef op hoir lijf ende op hoir goed Sijmon Heynenz ende Jan Claesz, wonende tot Landsmeer, dat si op Cop Grebber die dootgeslagen wort nare waren van maechscippe dan si Dirc Heynenz sijn die Cop voirs. dootsloech; 1394-02-12: geloefden idem Kerstandt van Alphen (er staat van Alpken), Jan Aelwijnsz, Jan van Dijc, Willem Allertsz, Claes Hartding, Gysbrecht Wreuijde, ende Jan Jacobsz die scepenen waren in Maeslandt, dat sij nergent poirteren of buijre worden en sullen noch ghene goede voir vluchten uijt den ambocht van Maeslandt, want se mijn heer aengesproken heeft van bruecken overmits vonnisse die sij gewijst hebben, dragende jegens mijns heren heerlicheyt roerende an sijnre munten, ter tijt toe dat mijn heer een ondersoec hierof heeft doen doen bi sinen rade. Item op tieselve tijt gaf myn heer geleyde Dirc ende Gherijt gebroeders heren Wouterskindere van Nyenrode, priester, overmits een dootslach die si deden aen enen knape geheten Jan Jacobsz, durende van des Sonnendages na den dach voers. volgende tot O.Vr. dach Annuntiatio toe daer naestcomende

1397-05-19 |

R.A.H. Coll Aanw 67 fol 6, 6v/Memoriale B.M. fol 4, 4v
Jaartallenindex

gaf mijn heer geleijde den heer van Vyanen tot 25 personen toe, durende tot Pinxterdach toe e.k; 1397-05-20: gaf mijn heer geleide Pieter Reynersz durende tot Pinxter e.k. toe. Item te gedenken te spreken mit minen Heer ende sinen Raet van Gelre van den man mijns heren ondersaten die dootgeslagen is van hulpen Heeren Aernts van Homen, nochtans dat him wederkeert sijn sijn (!) scepe; 1397-05-24: loefde an sdomproosts hant Pieter Reijnersz, waer dat sake dat mijn heer en sijn Raet ovonden dat dat scip, bier ende goede die hi gewonnen had opter zee, ende gebrocht in der havene tot Hoirne niet toe en behoirde den Oist Vriesen of dat men dat in Oiest-Vrieslandt niet gevoert en wilde hebben, dat hi dat wederkeren of richten sal bi minen heer ende sinen Rade. Eodem die oirlofde mijn heer Jacob Doedynsz van den Briele, Beem Willem Claeszoon van der Goes ende Jacob Kallenz uijt te leggen op die Oest Vriezen, spreeckende alleens Martijns brief van der Koernmarcte

1405-02-07 (1404) |

R.A.H. Coll Aanw 69 fol 22/Memoriale B.H. fol 17
Haarlem Algemeen

hertog Willem oorkondt "want wij wail verstaen ende vernomen hebben van groten vechtelic ende onrusten, die geshciet sijn binnen onser stede van Haerlem, van dootslagen, leemten en quetsingen, eerst op ten dach doe Symon van Zaenden, Jan van Zaenden, Willem van den Woude, Symon syn soen en Jacob Claes Tactgensz doot bleven. Ende naderhant van den vechtelic ende onrusten die geschieden op St Pietersdach ad Vincula l.l. daer oic goede luden dootgeslagen geleemt ende gequetst worden dair ons lede toe is. Ende want diegene die uijt onser stede van Hairlem geweest hebben van den laetsten vechtelic dat geschiede op St Pietersdach ad Vincula l.l. mit ons eens dadingsoverdragen sijn (?), sodat wij him onse lant en onse stede wedergegeven hebben, van des sij ons daeraen jegens ons ende onser heerlicheyt verbruect hadden". De hertog gebiedt nu aan een ieder binnen of buiten Haarlem, een ganse vrede deswege te houden 14 dagen lang nadat de hertog persoonlijk binnen Haarlem geweest is

1401-06-12 |

R.A.H. Coll Aanw 67 fol 161, 161v/Memoriale B.M. fol 120, 120v
Jaartallenindex

gaf mijn heer geleide Gheryt Martijn Monnixz van den Bossche, durende tot Bamisse e.k. toe etc; 1401-06-15: wordt overdragen bi minen heer en sinen Rade een dachvaert te houden op 1 Aug. buten ter Tholen, tussen minen Heer, Heeren Henric van der Lecke ende den heer van Bergen om sulke moerdiken wille als daer sij onderlinge om scillen. Aldaer mijn heer optie tijt van sinen Rade hebben sal [idem]; 1401-06-16: gaf mijn heer geleide Dirc Claisz tot Weshoirne ingaende op een Sonnendage e.k. en geduren daerna 14 dagen; 1401-06-17: gaf mijn heer geleide Claes Doedenz, durende 14 dagen etc. Item loifde myn heer mit sinen brief dd. 14 Juni der abdissen en convente van der Lee t'ontheffen ende scadeloes te houden van allen last en commer die him opcomen mach van dat mijn heer uijt den voers. cloester heren Coen Cusers gelt en brief heeft doen nemen, want dat jegens horen wille geschiede; 1401-06-19: geloefde Simon Huijsmansz an sproosts hand uter Hage niet te scheiden op sijn lijf en goed tensij bi sinen wille; 1401-06-20: soe geloefden dese personen hierna gescreven van der stede wegen van Enchusen te bliven bi sulker cedule als sij overgegeven hebben, roerende van dat die scout van Enchusen gequetst is ende sijn knecht dootgeslagen wort. Eerst Ailbrecht Veckenz, Rode Pouwels, Herman Olfairtsz, Luene Heddenz, Pieter Vredericsz, Ysbrant Gherytsz, Gheryt Barentsz en Wouter Albertsz

1410-02-13 (1409) |

R.A.H. Coll Aanw 71 fol 120/Memoriale B.C. fol 88
Haarlem Algemeen

hertog Willem oorkondt, want Willem Bertout Lottijnsz, onse scout van Hairlem, dair God die ziele of hebben moet, in den duuster dageraet, daer hi quam gaen om die eerste misse in der prochikerke onser stede voirs. te horen, upten vrijen kerchove aldaer jammerliken vermoert ende doot geslagen is, ende die quadien heijmeliken van den kerchoven ende voirt uyt onsen lande geruumt sijn sonder hem des te belien off yemende te openbaren in enigerwijs. Des wij na in t wair vernomen hebben dat dese moort ende dootslach gedaan hebben Claes Kibben kinder, met name Gheryt, Dirc, Claes ende Willem, gebroederen, ende want Claes hoir broeder tot Amsterdam hem nut enen scepe lach wachtende ende van desen moort ende quade faiten wail wiste, die oic in voirtiden mit sinen broederen voirs. een knaep geheten Peter Nannenz binnen onser stede van Hairlem in der nacht dootgeslagen ende vermoort hadden dair hi balling ende ellendich onser lande mit recht om geclaecht, soe hebben wij verboden ende verbieden mit desen brieve Gherijt, Dirc, Claes en Willem voirs. alle onse lande ende heerlicheden ende dair nimmermeer tot genen dage weer in te comen up hoir lijf, tensij bi wille ende gemoede van ons ende ons doden scouten magen voirs. Met bevel om hen te vangen en over te leveren

1423-09-29 |

R.A.H. Coll Aanw 77 fol 188v/Memoriale Ducis Johannis fol 145
Haarlem Algemeen

hertog Jan oorkondt dat wij met onsen Raden ende clerken gesien hebben een punt van eenre hantveste die onse goede stede van Haerlem in voirtiden van onsen voirvaderen vercregen heeft, in houdende also hiernae volcht: wairt oic dat diegene die in synre eygenre woning gesocht worde, manlike hem verweerde ende den huijssoecker ende alle sijne medegesellen die dair waren dootsloege, hij soude mi gelden van elken dood 4 penn. of mijn nacomers en ic of mijn nacomelingen souden sculdich wesen hem dairop te beschermen ende te versoenen jegens den dooden magen ende hem vasten vrede geven. Ende want Clais Albout gewapender hant mit een seker manninge die onse ballinge waren bi nachte binnen onser stede van Haerlem gecomen is in Herberens huijs van Foreest, om hem van lyve ter doot te brengen, dair Herberen voirn. hem also verweerde dat hij Clais voirs. werkender hant dootgeslagen heeft, also dat die sake na inhout der hantvesten voirs. an ons gecomen is, so ist dat wij dien dootslage voirs. alinge ende al an ons nemen, ende hebben dairomme Herber voirn. quytgescouden ende vergeven alle sulke bruecken ende misdaet als hij daeraan tegen ons etc misdaen mach hebben, want hij ons van denselver dootslage wail voldaen en gebetert heeft mit 4 penn. als recht is