Bedoelde u soms?
eemster | eerster | eesteren | eisters | erster | ettert | everstert

2 resultaten

1428-10-20 |

R.A.H. Coll Aanw 203 fol 25/Memoriale Rosa I fol 10v
Jaartallenindex

genoemde heren schrijven aan de hertog, vorsten, baanrotsen, ridders, knapen, edelen, steden en alle goede luden "hoe dat bij openbaren geruchte ende meren [maren] die overal gespreijt ende gesecht worden tot onser kennisse gecomen is dat heer Adrijaen van Treslonge als verweerre des camps [d.w.z. als verweerder in het proces] dair Jan van Neck aenlegger of was, gecomen soude wesen opten 5e Oct l.l. binnen der stede van Brugge ende aldaar int openbaer te handen getogen ende vervolcht sonderlinge saken op Jan van Neck voorn. ende sinen borgen, grotelic tegendragende die ere van hun ende denselven sinen borgen, boven dedinge daerof gemaeckt ende verdedinct, ende oock boven quijtschelding bij den openen brieven ons gen. heren van Bourgondiƫ". Zij verzoeken den hertog dit geval ten spoedigste te onderzoeken en hen officieel in kennis te stellen van hetgeen te Brugge geschied is, ten einde die eere van Jan van Necke ende sinen borgen te bewaren. De heren voirs zonden aan here Adriaen van Treslong een brief door middel van Willem Abbe, geschreven door Henrick van der Goes in het bijzijn van Boudyn van Zwieten, tresorier. Willem Abbe voirs. bracht deze naar Mabuege waar here Adriaen zat en at in den Hove van Bloeijs, daer bi waren here Adriaens wijf, een van heren Robbrechts zonen, van Glymes, zijn meesterschermer en meer anderen. Hij overhandigde de brief toen heer Adriaen van tafel opstond. Toen hij deze gelezen had, zeide hij dat hij de heer van Montfoort heer Jan van Vianen en zijn vader zeer bedankte voor hetgeen zij daarin gedaan hadden en dat hij hen zeer liet groeten "ende dat ic voirt t beste daerin deden, want die here van Montfoorde zyn vader daerin geweest hadde, ende wat sij voir t beste dair voirt in deden, behoudelic synre eeren dat stonden hi hun. Mar up dien brief en woude hi nyet thuijs bliven, ende of dit dadinge niet voirt en ginge, dat sij dan bi him wouden comen. Ende vernamen sij yet vorder, dairaff begeerde hi dat men him dat terstont soude laten weten. Ende desgelycx vername hi yet dat soude hi him weder laten weten (vgl 1428-08-27, 1428-09-25, 1428-10-22)

Johan, Burchgrave van Montfoort, Johan van Vianen heer ter Noirdeloze, Roelant van Utkerke here van Eestert en Eemsrode, Jan van Heemstede, Jan bastairt van Bloys here van Treslonge, Gillis van Cralingen, Geryt van Zijl here tot Purmerende, ridderen, Jan van der Boechorst, knape

1429-07-15 |

R.A.H. Coll Aanw 203 fol 84, 86/Memoriale Rosa I fol 34v, 35
Jaartallenindex

Jan van der Zijtwinde, baljuw van Zuythollant, schrijft aan onderstaande personen dat de stad Dordrecht hen in rechte aangesproken heeft als borgen voor de somma van 28000 cronen die hertog Philips tbv de Grote Waard beloofd had, en dat de stad geeist heeft dat zij als borgen trouweloos en eerloos verklaard zullen worden. Het antwoord van de borgen [ongedateerd] luidt dat Jan v.d. Zydwinde geen baljuw van Zuidholland is, noch geweest is, dat zij hen bovendien niet voor de vierschaar van Z.H. mogen dagen, doch slechts voor de hertog, en dat zij bereid zijn deze zaak te onderwerpen aan de uitspraak van de aartsbisschop van Keulen, de bisschop van Luik en de hertogen van Gelre en Cleve (vgl 1429-02-18)

Willem broeder t'Egmonde, Henric here tot Wassenaer, Roelant van Utkerke here van Eestert en Eemsrode, Gillis van Cralingen, ridders, Florens en Jan van der Boechorst, Boudyn van Swieten, Geerlof Jansz van Vorenbroeck; beantwoord door: Willem broeder t'Egmond, Heynric van Borssele heer v.d. Vere en Sandenburch, Vranck van Borssele here van Zuylen en St Martynsdyk, Roelant van Utkerke, Philips here van Borssele en van Cortken, Henric here van Wassenaer, Gillis van Cralingen, ridderen, Boudewyn van Borselle, Floris van Borsel, Jan van der Boechorst, Floris van der Boechorst, Louwerens van Cats, Boudewyn van Zwieten, res, Geerlof Jansz van Vorenbroek, knapen