12 resultaten
1458-07-13 |
G.A. Haarlem Inv I 1633 fol 72v/Cartul H. Geest Haarlem
Jaartallenindex
Claes Gherritsz, schout in den ban van Uytgheest, oorkondt dat Gheertruyt Jan Claeszdochter, beghine wonende opten groten Hof binnen Haerlem, mit haar voogd Claes Gherritsz, erkende verkocht te hebben aan de H. Geest te Haarlem ½ van een stuck lants in den ban voirs, daer Dirrick Volen erfghenamen die wederhelfte van den lande onderdeel eygentlick of toebehoren, ende is gheheten Jan Claes Danelszoons venne, ende belent hebben noord: die baghijnen vuyten Beverwijk, west: Willem Louwerijsz, zuid: Claes Garbrantsz. In margine: "Voolen Ven"
Pieter Claesz ende Claes Pouwelsz, schepenen, bezegeld door de schout
1570-02-06 (1569)
folio 65
Transportregister Haarlem
Andries Jansz, schrynwerker, verkoopt mr Sixtus Sybrantsz, chirurgijn, een huis en erf in de Corte Baghynestraat, aen d'een side: Pieter Gerritsz clompemaker, aen d'ander side: die weduwe van Jan Florisz, achter streckende aen t grote baghynhof deser stede, mette vrije bruikwaer van een poort streckende op Bakenesser grafte tusschen Jelis de wollewever en Claes Thomasz zeylemaker, welke poorte eygentlick toebehoort Daem Claesz van der Goude. Belast met 2£ 3sc sjaars. Koopsom 731 Kar gld
1558-12-10 |
G.A. Haarlem Inv I no 1620 lade S/Arch H. Geest Haarlem
Jaartallenindex
Jan Claesz, schout in Lisse, oorkondt dat Joris Claesz Venhuijsen als man en voogd van Maria van Heuijckesloot, verklaarde dat hij in die qualiteit tot zijn last genomen heeft een rentebrief van 9 Kar gld sjaars, losbaar den penning 16, bij wijlen Jacob Joesten van Heuckesloet gepasseert eenen jonckvrouwen Agatha Jansdochter in den Hage; blijkens de constitutiebrief in dato 1544-09-18. Ende constitueerden tot meerder verseeckerheyt van dien een stuck toegemaecte veenlant, groot 3 morgen, leggende in de lage veenen in den ban van Lis, hem eygentlick toebehoorende ende voorts sulcx an sijn voors huijsvrou te houwelicke gebrocht, belend noordoost: Jan Willemsz Tromper, zuidwest: Cornelis Cornelisz alyas jonge Neel met St Elisabthsgasthuis te Haarlem, zuidoost: Cornelis Dircxz Langevelt, noordwest: die Vaert. Borgen voor Jorys: Willem Geritsz en Wouter Reijnen, wonende in den ban voors. Vastgehecht aan 18 sept. 1544, in dorso het stuk dd 1579-03-09
getuigen: Pieter Adriaensz en Huych Jansz, bueren in het voorn. ambacht
1505-04-20 |
Arch Grote Gasthuis Haarlem Inv no 38/1 no 250/St Elisabethsgasthuis Haarlem
Jaartallenindex
leenmannen van de grafelijkheid van Holland oorkonden dat Didue [hier is Dirick vervangen door Didue, de 2e keer is Dirick echter blijven staan] Claes Garbrantsz weduwe met haar voogd Martijn Woutersz geliede dat zij puerlyc om Gods wil besproken heeft in rechten testament aan St Elisabethsgasthuis binnen Haerlem, ½ van 4 koeweyde gelegen bij der stede van Alckmaer over Dije, ende gebruyct op dese tijt Alijt Jacob Jan Pieters weduwe deselve helft om 5 R gld sjaers, daer naeste lenden of zijn oost: de arme huijssitten van Aemsterdam, zuid: die Reguliers buyten Haerlem, west: Claes Corf, noord: Jan Diricxz van Aemsterdam, om door de gasthuismeesters van St Elisabethsgasthuis voirs. in der tyd wezen de na doode van de voors. Diric [!] Claes Garbrantsz weduwe dat voors. lant te aenvaerden ende eygentlick ende erflick te behouden. Met de opbrengst zullen zij ter markt gaan en de zieken in t voors. gasthuis eens in het jaar gebraat copen en daarmede een maaltijd bereiden
Cornelis Bolle van Zaenden Willemsz en Florys Bolle, leenmannen
1458-01-05 |
Arch Kerkvoogdij Haarlem Inv no 186 fol 53 regest 169/Cartul Zeven Getijden Haarlem
Haarlem Algemeen
ick Joest Jacob Claes Aerntsz.z doe cond etc dat ick puerlick om Gods wille ende in rechter aelmisse gegeven hebbe den getydemeesters binnen Haerlem ½ van enen camp lants gelegen buyten die Grote Houtpoort binnen die vryhede van Haerlem, daer Gheryt Buus Claesz die wederhelft van den helen campe lants voirs. eygentlick onderdeel of toebehoert, belend oost en noord: Jans erfnamen van Bakenesse, west: Pieter Jansz van Loe, zuid: Gheryt Steffensz. Boven staat: "ende besit nu Arian Gerritsz Gau" [Goud ?]; in margine: Ende is dat lant groot 2 madt. Dit lant is uyt gegeven in erfhuer ende leyt in Aecht Jan Gysbrechtsz lant daer in de tegenwoordige bezitter of Aerian Gerritsz Goud [?]
1453-04-06 |
Arch Kerkvoogdij Haarlem Inv no 186 fol 26v regest 131/Cartul Zeven Getijden Haarlem
Haarlem Algemeen
scepenen in Haerlem oorkonden dat wij gebeden ende geladen quamen alse scepenen ten cloester van den Zijle binnen Haerlem, daer voer ons quam Katrine Jan Pieterszdochter, priorinne des convents der Canonissen Regulierinnen ten Zyle voers, mit Pieter Claesz hant haers neven ende mombaer, ende geliede van haer convents wegen verkocht te hebben aan de Getydemeesters 4£ 15 scell goets gelts sjaars op tie husinge mitten erve die coman Willem Jansz voertyts plach toe te behoren en nu eygentlick toebehoert Jan Evertsz, leggende ende staende an die noordzijde van den groten kerchove, tussen an die een zijde: Jan van Adrikom, an die ander zijde: Rembrant Pietersz, afterwaerts streckende an Heynrick van Alcmaden ende an Jan van Adrikem voers.
Dirck Pietersz van Ylpendam en Joost Jacobsz, schepenen
1608-05-05
R.A.H. O.R.A. 1064 fol 102v
Transportregister Bloemendaal
schout en schepenen van Tetrode oorkonden dat Aeris Jacobsz, onse jegenwoordige medebroeder int schependom, verkoopt aan Bartholomeus Jansz, poorter tot Haerlem ende schipper op Utrecht, seecker erff ofte gront daer jegenwoordich t getimmert van Symon Cornelisz Campen op staet, gelegen tot Aelbertsberge, west: die Heerenweg. Ende streckende van west af oostwaerst aen, 46 voeten breet, tot aen den voorn. Aris Jacobsz ende streckende het tuyntgen noordwaert aen van t huis aff 15 voeten breed mede tot aen denselven Aris Jacobsz metten utgang van 5 voeten wijt kommende an de oostzijde van t voors. huijs ofte getimmerte, ende responderende van t lant van Gerrit Slinck aff tot aen t tuyntgen. Ende aen t suyden denselven Gerrit Slinck. Hierinne niet begrepen den erve of gront daer eygentlick t voors huys op staet. Vervolgens transporteert Symon Cornelisz Campen het voors. huys aan Bartholomeus Jansz
Balthasar Cornelisz, schout, Cornelis Cornelisz en Leendert Miesz, schepenen
1568-10-17 |
G.A. Haarlem Inv I 184 fol 81 Lade N (?)/Cartul Leprooshuis
Jaartallenindex
Reyer Willemsz van Rijck, ambochtsheer van Rijck ende Nyeuwerkerck, oorkondt dat voor hem en zijn schepenen in den ban van Nyeuwerkerck, gecompareert zijn Cornelis Willemsz, Dirck van Heussen, mr Symon Pietersz van Crabbenmorsch en Bartholomeus Jacobsz, als leproosmeester der stede van Haerlem ter eener, ende Jan Pietersz, buyerman tot Scalcwyck gelegen in den banne van Nyeuwerkerck ter andere zijde, ende bekenden ingevolge zeker vonnis condempnatoir van schepenen voirs, van dato 26 maert l.l, rechtelijk met malcanderen gescheyden ende gegrondeelt te hebben een zate lands gelegen in den ban van Nyeuwerkerck, geheten Geryt Romekensaet, ende heeft nu ter tijt belend zuid: Aernt Jansz van Assendelft c.s, noord: Symon Jacobsz Ruijckhaver ende Jacob Willemsz, streckende voir van die Scalckwijckerwech tot achter aen die Somerwech toe. Waerinne dye voors. Jan Pietersz alleenlycken competeert 7½ hont lands, die hem toegedeeld zijn binnen de voors. limieten voor van de Scalcwyckerwech aff streckende oostwaert tot an de Nyeuwe Heynsloot toe, mitten huyse daerop staende, welcke Heynsloot wijt es 7 voeten. Dye vrij eygentlick toecompt het Leprooshuys alsoo dye geheel sloote vuyte des Leprosen lant volgende t voors. vonnis van schepenen geschoten es. Het Leprooshuis zal ten eeuwigen dage een vrije noodweg over de voorn. 7½ hont behouden, mitsgaders doer dye sluyse ende wateringe gelegen onder dye z.z. van het voors. lant
1453-01-21 (1452) |
Arch Kerkvoogdij Haarlem Inv no 186 fol 38 regest 122/Zeven Getijden Haarlem
Haarlem Algemeen
schepenen in Haerlem oorkonden dat Hildegont Hughe Jans weduwe met haar neef en voogd Claes Pietersz puerlic om Gods willen en in rechter aelmissen transporteert aan de Zeven Getijden: 1) 6 schell sjaars op dat huis en erf dat Belije Louris Walichsz weduwe staende hadde in Jansstrate van Zaenden, belend an die een zyde: Hildegond Jughe Jansz weduwe, an die ander zijde: Jan Lottijnsz, afterwaerts streckende aen Oelant Jacob Jansz weduwe, en nu toebehoert Martyn Martynsz, 2) 4 schell goets gelts sjaars op een huis en erf dat Jacob Symonsz voertijts placht toe te behoren ende nu eygentlick toebehoert Jan Lottynsz voors, leggende en staende besyden malcanderen in dieselve strate, belend an die een zyde: Hillegont Hughe Jansz weduwe, an die ander zyde: Hase die pelsers weduwe, afterwaerts streckende an Oelant Jacob Jansz weduwe voors.
Jacob Dirc Bertincsz en Dirc Pietersz van Ilpendamme, schepenen
Bouchorst, van der | 1425-12-15
Inv Arch Kerkvoogdij St Bavo Haarlem no 186 fol 57 regest 80/Cartul Zeven Getijden Haarlem
Achternamenindex
Vranck van der Boechorst oorkondt: want ick mij bekenne ende belije wel voldaen ende vernuecht van zulker medegaven ende gelooften als my Dirc van Bakenesse mijn zweder mit Katrynen zijnre dochter, mijn wittachtig wijf in huwelixen voerwaerden toegeseit, bezegelt ende geloeft heeft mit sulken goede als hierna gescreven staen die ic daervoer eygentlick hebben ende gebruycken zal: 1) bij der stede van t s Gravenzand ⅓ deel van 10 morgen lands leggende gemeen met Bertelmeeus Geryt Florysz.z die deselve ⅔ deel v.d. lande voers. toebehorende is, 2) ½ van 8 morgen lands in den Poeldyck ende op deze tijt in huerware hebben Mouwerijn Philipsz erfgenamen, 2) te Catwijc 1½ morgen lants leggende achter Heynric Hermansz woninge, mijns zwagers, op die Bilt, 2) noch aldaer bij den duufhuse twee ackeren lants geheten Jouffer Beatrijsen lant, 3) noch daarbij omtrent ½ morgen lants geheten Aechte Heymans acker, 4) omtrent 1 morgen lants in die Noordt nesse, 5) achter Lisse aldaer in die Noordtveen van Amelgairs veen, daer sijn boede op staet tot Hillegommerbeeck waert mit dubben ende laechten daer in gemeten ende gerekent omtrent 6 morgen veens 2½ hont ende 4 gaerden, dat op elke morgen van den voors. veen staat sjaars 12 penn. heren gelts ende is hofpacht. Vranck erkent hiermede door Dirc van Bakenesse, zijn zweder, voldaan te zijn
niet gecoll. Zie fiche; St Bavo Haarlem