Bedoelde u soms?
gebeurt | gehoort | gehucht | gehuert | gehuurd

2 resultaten

1544-01-04 | Lisse

R.A.H. Coll Aanw 120 Caput N.H. fol 319
Jaartallenindex

aan den here stadhouder v.d. leenhove geeft uwe onderdanige dienaar Dirck Jacobsz, wonende tot Lis, te kennen dat zekere jaren geleden wijlen zijn vader Jacob Mathysz, gecocht heeft gehad van jvr Machteld Soncken een seeckere wooninge, gelegen in den ambacht van Lis, met berch, boomte en andere toebehoren, gelyck die Heindrick Dircksz en zijn voorsaten die gehuurt en gebruikt hebben van wijlen Jacob van Schoeten, ende dat mit alsulcken limiten, conynsbergen, met 3 braspenn. per jaar houtvesters erfhure daarop staande. Welke woninge bij den dood van Jacob den suppliant aanbestorven zijn geweest, ende heeft die suppliant dieselve alsulcx tot nu toe rustelyk en vredelyck beseten en gebruict gehad, sonder contradictie van yemand. Hij wil dit alles nu gaarne aan Zyne Majesteit opdragen en van hem in leen ontvangen tot een onversterfelijk erfleen. De keizer staat dit verzoek toe, als hij de eigendom van dit goede den keizer heeft overgedragen voor de schout van Lisse (vgl 1544-01-15 en 1544-01-22)

1434-02-20 (1433) |

R.A.H. Coll Aanw 204 fol 403v-410v/Memoriale Rosa II fol 152
Jaartallenindex

roerende van Geryt den Vrije ter Goude. Van der valscher brieve op Jac. Robbrechtsz huys. Het is geschiet dat Geryt die Vrije t Utrecht enene vreemden man uten lande van Cleve gehuurt heeft, omdat hij recht spreken en panden an Jacob Robbrechtsz huys, dat Costyn Gillisz toe te behoren plach, mit brieve die Geryt voirn. die Cleefsman leverde ende dat seggen soude dat hij dat recht begon en anleyde van eens mans wegen geheten Adam van Essen. Ende als de voirs. Cleefsman dat recht begonnen hadde, schiet hy van der Goude ende gaf Geryt die Vrije zyn brieven weder, waarna Gerrit een ander knecht zocht om de zaak voort te setten en te panden en recht te spreken op Jacob Robbrechtsz huys voors, seggende dat hij die voirs. brieven vercregen hadde van Adam van Essen voirs. Hy toonde een brief met het zegel van Adam voirs. Jacob Robbrechtsz klaagde bij de Raad dat de brief vals was en dat de Raad aan het gerecht van der Goude zou opdragen de voorderingsbehandeling uit te stellen, hetgeen geschiedt. Gerrit toonde de brief, die suspect bevonden werd. Hy zeide dat hy die brieve gecoft hadde tegen Adam van Essen, daer sy op spraken by handen Andries Schrevelsz, na uytwysinge synre brieven. Gerrit kreeg twee maanden tyd om de verkoper van de brief op te sporen, doch slaagde hierin niet. Gerrit werd toen driemaal voor de Raad gedaagd, doch verscheen niet, wel zond hij een brief met het signet van de stad Gouda, die echter ook vals bevonden werd. Gerrit die Vrije is daarop uit Gouda gevlucht. Bovendien vluchtte ook zijn medeplichtige Willem Dirksz, poorter ter Goude, "hem bekenende en belyende tegen Geryt zyn broeder dat hy die valscheyt in die brieven gemaakt en bezegeld had". Er waren nog andere valse brieven in zyn kist, bezegeld en wel. Het bleek zelfs door schriftvergelijking dat Willem de brieven zelf geschreven had. Toen Willem gevlucht was, gaf Geryt te kennen dat Willem hem de brief geleverd had. De brieven worden nu door de Raad voor valsch verklaard en Willem wordt voor eeuwig verbannen en zijn goederen verbeurd verklaard. Gheryt de Vrije wordt wegens mede plichtigheid voor 30 jaar verbannen. Ook zijn goederen worden verbeurd verklaard