5 resultaten
1562-08-01~ |
Inv Arch Kapittel Den Hage regest 711
Jaartallenindex
Joachimus Johannesz, priester, pastoor van de St Pieterskerk te Leiden, verklaart dat zijn parochiaan heer Adriaan Jansz Teyling voor zover hem bekend niets tegen het rechtzinnige geloof geleerd heeft
Berchem, van | 1520
Batavia Illustrata bl 1112
Achternamenindex
Margaretha van Berchem, van Antwerpen x Jacob Suys, heer van Nederveen en Tolsende, een zeer geleerd man, geboren 1520 overleden 1592 te Luik
Haestrecht, van | 1549-01-25
Taxandria jg 36 p 227
Achternamenindex
burgemeesters, schepenen en raad van Breda verklaren dat Jacob van Zoon zijn officie als vicecureit van Breda altijd getrouw heeft waargenomen tot tevredenheid van alle ingezetenen, en ook nooit enige ketterij heeft geleerd. Dit wordt bevestigd door vooraanstaande burgers van Breda: o.a. Pauwels van Haestrecht, die schepen is geweest
1553-10-06 |
Kroniek Hist Gen jg 1854 p 65/Oudste Correctieboek Amsterdam
Jaartallenindex
daar Cornelis Henricksz, van Culenborch, alhier gevangen, howel hij het vak van droochscheren geleerd heeft, zijn tijd in lediggang doorbrengt, dagelicx op de banck sittende en in diversche taveernen groot geld doorbrengende, en zich bemoeiende in diversche matrimoniaal saekcen (boven zijn verstand zijnde) en hem seer qualijck daerinne te dragen, ende alsulcx op eenen tijt ter contemplacie van eene Yde Reaels van Campen, die quaestie hadde voor den rade der stad Campen op en tegens eene Oede van Bommel, erfgenaem van wijlen Jan van Bommel, nopende ½ van den goeden bij de voorn. Jan van Bommel achtergelaten, daerinne de voors. Yde sustineerde gesuccedeert te wesen als dochter van Alyd Reaels, die sij sustineren wilde geweest te hebben de wettige huisvrouw van de voors. Jan van Bommel, bij den coster van de Nieuwe Kerck binnen deser stede te doen soucken int costerbouck, daarinne men gewoonlicken is te schrijven de namen van de personen, die proclamatien ende geboden gegeven werden in der voors. kerke om getrout te worden nae den namen van den voors. Jan van Bommel en Alijdt Reaels, die bij den coster niet gevonden en worden. Maer overmits enige affairen die den coster overquamen ist voors. bouck gebleven in handen van Cornelis, die het boek mee naar huis nam, de namen opzocht en deze raseerde. Toen hij het boek terugbracht, ontdekte de coster deze vervalsing. Cornelis ontkende deze. Hij wordt echter veroordeeld tot betaling van de kosten van zijn gevangenschap en daarna voor de tijd van 6 jaar uit de stad verbannen te worden
presentibus alle burgemeesters excepto Pieter Cantert en alle schepenen
1559-04-20 |
R.A.H. Coll Aanw 261 fol 290v-293v/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
alzoe Reijer Brouersz tot Alckmaer als man en voogd van Maritgen Claesdochter, moeder van Jan Cornelisz als nu poorter te Alkmaer, Claes de Waert als man en voogd van Janne Dircsdochter, moeije, Jan Pietersz, oom, ende al naeste vrunden van de voorn. Jan Cornelisz, requestreren aan het Hof van Holland dat Jan Cornelisz van zijn vaders zijde bestorven is in een een matelick competende (!) van goeden, en in voogdij gesteld van mr Jacob de Milde en enen Pieter Gerritsz tot Leyden. dat deze hem uitbesteed hadden te Antwerpen in een goed coopmanshuys, om daar der coopluijden handel te leeren. Dat hij daar echter niets geleerd had, maar er wel 15 of 16£ Vls in een jaar tijd doorgebracht had, howel hij nog geen 18 jaar oud was. Zijn meester had hem toen thuis gehouden en onderwijs laten geven, t hielp niets. Buiten consent was hij te Delft nae zynen appetyte gehuwd. Met behulp van burgemeesters van de voors. [!] stede van Leyden hadden voogden nog enige jaren t bewind over zijn goederen behouden. Zij hadden hem nog 40£ ter hand gesteld, die hij verdobbelde. Hij wenste, wonende te Leiden, en nu 22 jaar oud, de beschikking over zijn goederen. Hij kocht land te Schagen gelegen voor 5 Kar gld, lijfrenten ten lijve van zijnen cooper, howel het niet meer dan 16 Kar gld aan huur opbracht. Bokking die hij te Amsterdam zou verkopen, was volgens zijn zeggen in t water gevallen. Voor veel te geringe prijs vekocht hij een stuk land te Rynsburg, gemeen met de abdij aldaar. Nu in Alkmaar wonende, liet hij zijn vrouw en kind in de steek en trok naar Leiden. Het Hof stelt nu tot curators over hem aan zijn oom Jan Pietersz (Jan Claesz, voorspraeck te Alkmaar die ook in het voorstel genoemd wordt, wordt niet benoemd)