Bedoelde u soms?
geprofess | geprofessyd | geprofest

10 resultaten

1504-11-07 |

R.A.H. Coll Aanw 111 Caput Z.H. fol 191
Jaartallenindex

Philips beleent heeren Martin Duyck Gysbrechtsz, geprofessyt monnic in den clooster van den Chartreusen buiten Antwerpen, na dode van zijn vader Gysbrecht Duyck Martynsz met 6 morgen land in Alblas, in onsen lande van Zuid-Holland. Te houden tot een erfleen. Anthonis van Aartzen doet als zijn gestelde voogd de eed

present: die jonker van Asperen, Dirck van Boneem, Marinus Jansz, Pieter die Grebber, clene Jan Bruijn

1504-03-09 (1503) |

R.A.H. Coll Aanw 111 Caput N.H. fol 111 (!)
Jaartallenindex

Philips beleent Jacob van Matenesse, hem aangekomen van broeder Philips van Matenesse, geprofessyt monnik in de Bernarditen orde te Warmond genaamd St Marienhove als hebbende geabandonneert en overgegeven alle tydelijke goeden ende haven deser tydlycker werelt, dat huys en hofstede van de Werve, in den ambacht van Voorburch, met boomgaarden, boomen, potingen, graften en cingelen en met 12 morgen lants daeran, ende noch daarby een woninge met 60 morgen land. Te houden tot een leen binnen achtersusterkint niet te versterven

present: Gysbrecht van Raaphorst, Tielman van Dullecum, Dirck van Boneem, Reynier Willemsz, cleene Jan Bruyn

1600-06-10 |

Bronnen Gesch Abdij Rijnsburg regest 1438
Jaartallenindex

Stephana van Rossem, abdis van Rijnsburg, oorkondt dat ten tijde van de vrouwe van Langerak als abdis van Rijnsburg (1553-1568), wijlen jvr Marya van Duvenvoorde, dochter van wijlen heer Jacob van Duvenvoorde, ridder, in zijn leven heer van Warmond en van zijn vrouw Henrijca van Egmont, gecleet is geweest met het ordonarijs habyt der vrouwen tot Rynsburg, sonder dat nochtans deselve jvr Maria van Duvenvoorde oijt geprofessyt is geweest ofte absolute professye als relygieuse gedaan, maar integendeel een huwelijk heeft aangegaan met wijlen jhr Johan van Woerden van Vlyet

1441-09-28 | Beverwijk

Bissch Oud Arch Haarlem/Arch Klooster Regularissen Beverwijk no 1
Jaartallenindex

suster Gheertruut, priorisse en gemeen convent der Regularissen in Beverwijc oorkonden dat wi sulken koop als heer Vrederick Arntsz onse rector, mit Symon Willemsz sijn gecoren voogd, gedaan heeft Ponssen uten Broeck van dat ⅕ deel van die husinghe ende erve dat onsen cloester angecomen is overmits suster Machtelt ende suster Jacob Pieter Alboutsdochteren, onse medezusteren, bi ons geprofessyt, vast ende gestade houden na alle manieren als die scepenebrieve begrepen heeft die heer Vrederic voors. mit sinen voecht, Ponssen voirs verliet heeft, ende belien ons daeraf al betaeld. Belast met ⅕ deel van 1£ dat daarop staat

1482-02-13 (1481) | Alkmaar

Bissch Oud Arch Haarlem 7 kl A no 24
Jaartallenindex

leenmannen der grafelijkheid van Holland oorkonden dat Claes Jansz erkende verkocht te hebben aan de mater ende gemene susteren van den convente van St Michiels staende binnen der stede van Haerlem, tot des voirs. convents behoef, dat ⅓ deel van al alsulcke pachten ende jaerlixe renten als hij ende zijn twee zusters die in t zelve convent geprofessyt sijn, tesamen gemeen hebben op huijsen, hofsteden ende erven binnen der stede van Alcmaer ende daeraf dat die ⅔ delen van den zelven pachten etcden voirs. convente mit zynen twee zusteren voir dese tijt ten vryen eygen gegeven ende quytgescouden zijn

Willem van Adrichem en Willem Florijsz, leenmannen

1407-06-28 |

Arch Abdij Egmond Inv no 282
Jaartallenindex

Aernt, abt van St Paulus te Utrecht, Aelbrecht van Jutphaes, geprofessyt monnik int cloester van Egmond, en Mathijs Claesz, poorter van Beverwijc, oorkonden dat in het jaar anno 1393 op 4 Sept wijlen heer Jan de Weent, wijlen abt van Egmond eener-, en Ocker Symonsz anderzijds, hun geschil verbleven waren aan de drie bovengenoemde personen als arbiters, over eenige stukken land die Ocker zich in erfhuur vermat te hebben van den abt, terwijl de abt zeide dat het jaarhuur was. De abt kreeg gelijk, en Ocker huurde vervolgens het land 9 jaar lang voor ½ Vrancr scilt. Zij bevestigen nu nogmaals deze uitspraak

zegels van: Aernt abt van St Paulus: gekwartilleerd, Aelbrecht van Jutfaes: 3 spitsruiten (2,1), Mathys Claesz: 3 V's (2,1)

1499-05-06 |

R.A.H. Coll Aanw 112 Caput Arkel, Putten fol 45
Jaartallenindex

leenmannen van Holland oorkonden dat broeder Jan Dirksz, prior van het Regulierenklooster St Jeronimusdal bij Leiden met Lieven van den Loene als zijn gecoren voogd in deser saake, in den name van broeder Pieter Eewoutsz, geprofessyt priester, regulier in denselven convente, byn synen consente, opgedragen heeft tbv Tielman van Dullekum alsulk leengoed als den voors. broeder Pieter Eewoutsz ten anderen tyden verleent is geweest bij dode van mr Cornelis Gysbrechtsz, priester, zyn oom en moedersbroeder; 1) 3 lynen in Stollaertsdyck, dat nu bedyckt is in den Corendyk, 2) 3 lynen in die Westiende in Spykenisse, leen van Putten. Met het verzoek om Tielman van Dullekum hiermede te willen belenen

Dierick van Boneem, Jacob Clamp, Jorden van Raemsdonck (met zijn handtekening), leenmannen

1518-12-11 |

G.A. Haarlem Inv I no 1971a Lade X/Arch Witte Heerenklooster Haarlem
Jaartallenindex

heer Ysbrant Martensz, proost en gemeene conventualen van de Witte Heeren van de Premonstratenoirde binnen Haerlem oorkonden dat hun ingevolge zekere overeenkomst voor de professie van broeder Pieter Hillebrantsz van Aemstelredamme metten vrienden van deselve broeder Peter onse conventuale gemaect, bewesen zijn t ontfangen van der voors. stede van Aemstelredamme, 25 currenter gulden jaarlijksche lijfrenten gedurende het leven van broeder Peter voorn. En dat zij daarenboven noch uit handen van de weesmeesters van Aemstelredamme ontvangen hebben 50 currente gld, in volle betaling van alzulke goederen als de voorn. broeder Peter hadde ten tijde als hij in onsen voors. convente geprofessyt wordde. Ende hiermede zal dood en teniet zijn de wachte van 100 currente gld die onse convente ontfangen soude hebben nae den doot van den voorn. broeder Peter Hilbrantsz

1537-01-12 |

R.A.H. Coll Aanw 120 Caput N.H. fol 66-71v
Jaartallenindex

(stilo Traject.) testament van jvr Margriete Enghebrechtsdochter van Esbroeck, huisvrouw van mr Geryt Jorisz de Bye, inwoonster van den Haghe: zij vermaakt haar man de lijftocht van al haar goederen, na diens dood te komen op haar rechte erfgenamen. De eigendom van haar leengoederen vermaakt zij aan haar zoon Philips Cornelisz van Duyvenvoorde, tbv zijn kinderen of erfgenamen, en mede dat hij daerof uytreyken zal zijn broeder Cornelis 1£ gr per jaar, en zijn zuster Kunera Cornelisdochter 1£ gr per jaar, ter losse den penning 16, na de dood van haar man mr Geryt. Sterft Philips kinderloos dan erft het leen op haar zuster Machtelt van Oyen; sterft zij kinderloos dan te komen op hun broer Cornelis van Duvenvoorde. Ende noch so wil en beggert zij dat also Machteld Floris van Oyen aen gecomen waren aen penningen 16£ gr bij dode van Willem van Berendrecht, welk geld belegd was in losrenten die echter afgelost zijn en niet weer belegd, soo sal Machteld uit haar goederen 1£ per jaar te lossen met 16£ ende dat verzekerd worden bij haar erfgenamen op al haar goederen ter tijt toe dat t selve gelost zal wesen. Machtelt zal ook mede delen in alle andere goederen die zij achterlaten zal, gelijk haar andere zusters en broeders. Na Machtelds dood te komen op haar zuster en broers. Ende haar vaders goederen zullen als dan gaan naer uytwysen het testament bij haar vader Floris van Oyen gemaakt. Zij institueert tot haar erfgenamen haar vier kinderen Philips, Cornelis, Cunera en Machteld in gelijke portien, pas na de dood van haar man. Aan haar oudste zoon mr Joost van Duvenvoorden constitueert zij 200 Kar gld eens, om door haar erfgenamen na de dood van haar man uit te betalen aan mr Joost 4£ per jaar, hij zal deze rente niet mogen verkopen. Haar huwelijksvoorwaarden met mr Gerrit die Bye moeten effect behouden, zoadat haar man geen goederen zal mogen vervreemden. Aan Thuyn dat potwyf vermaakt zij 20 scell en aan Barber dat potwyf 10 sc, also lange als sy in de huyr van de straat blijven. Aan Cunera vermaakt zij haar beste tabbert en beste faleye en een cleijn ungeley met een tafelken van diamant. Cunera en Machteld zullen haar andere kleinoden tesamen delen. Aan heer Herman, capellaan in den Hage, haar biechtvader, vermaakt zij 1 Ph gld, aan haar jonckwyf Anna 10 sch, boven haar huur en verdiend loon. Zij wil begraven worden op het hoochkoor in de St Jacobskerc in den Hage in haar ouders graf. Aan haar dochter, geprofessyt in St Caterinenklooster in den Brie,l vermaakt zij ½£ en een cralen paternoster, dat cleinste van de twee. Als executeurst test. stelt zij aan Nicasius Anthonisz en Anthonis Aertsz, beiden schepenen in den Hage, die voor hun moeite elk 2 Ph gld ontvangen (vgl 1535-06-08 en 1538-01-28)

Joducus Corvinck, notaris; getuigen: Gerrit Jansz de oude, Claes Doenz

1559-08-10 |

Arch Marquette no 949/Arch van Limburg-Styrum
Jaartallenindex

Frans van Nyenrode maakt testamentaire bepalingen betreffende zijn begrafenis in zijn kapel in de Buerkerk te Utrecht en het lezen van missen. Hij benoemt tot universeel erfgenaam zijn kleinzoon (zijn dochterszoon) Johan van Noortwijck, bevestigt zijn huwelijkse voorwaarden met jvr Mechteld Pieter Louwermansdochter, zijn 2e vrouw (Johan van Noortwyck is de nagelaten zoon van Johan van Noortwyck die hij hadde bij jvr Anna van Nijenrode, wijlen zijn dochter. De hem vermaakte goederen zullen tot zijn huwelijk onder de administratie van de executeurs blijven). Verder nog legaten aan de armen, aan het convent Bethlehem buiten Utrecht 25 gld in eens tot onderhoud van zijn testateurs nicht, aldaer geprofessyt wesende dochter van wijlen Dirck van Rijn, ende jvr Cunera van Nyenrode, sijns testateurs suster, en aan anderen. Verder memoreert hij tbv de executeurs hetgeen hij met wijlen zijn neef heer Eernst van Nyenrode gehandeld heeft in die processen die vrouwe van Schagen jegens Willem Torck heer tot Nyenrode, ende nae wederom mit die jvr van Schoten, dat al tselve gedaen is op condicien dat ick soude hebben die 2 delen, ende heer Eernst niet meer dan ⅓. Hoewel dus heer Eernst tot niet meer dan ⅓ deel van de goederen van Schaegen gerechtigd was, heeft de testateur toch half om half gedeeld met hem het goud, zilver en huisraad van de vrouwe van Schagen gecomen. Voorts maakt hij hen erop opmerkzaam dat de weduwe van Cornelis van Sweten wonende tot Leiden, nog penn. van hem onder zich heeft van die saecke van de vrouwe van Schagen, die in materie van preferentie ende cuncurrentie getaxeert soude sijn bij den Hove van Holland. Vervolgens memoreert hij het proces dat hij en heer Ernst hadden tegen die here van Bronchorst, nopens 21 geersen lands, gelegen omtrent den huyse van Schagen, die uijt mit huyse ende boomgaert aldaaer gelegen houden ende repareren voor eygen ten waer dat hetselve bijdie van Bronkhorst geprobeert worde leen te zijn. voorts verzoekt hij zijn executeurs te willen bespoedingen het proces dat hij en heer Eernst voor het Hof tegen de jvr van Schoeten ende van Steenbeke nopens d'impugnatie van testament van de vrouwe van Schagen. Voorts verklaaart hij dat hij en heer Ernst het huis daer de vrouwe van Schaegen te Haerlem in gestorven is, verkocht hebben aan heer Claes van Castricum voor 1000 gld, die welcke die weduwe van Schoeten van Aechte Michielsdochter ontfangen heeft tot Beverwijck ten huyse van die jvr van Schoeten, int bijwesen van Treslong en Aechte Michielsdochter, waardoor deze weduwe voldaan is van alles wat haar door de vrouwe van Schagen bij testament vermaakt is. Voorts dat ook aan de jvr van Steenbeek, jongste zuster van de jvr van Schoeten, door de vrouwe van Schagen 1000 gld vermaakt waren, waarvoor zij rentebrieven heeft ontvangen, die zij niet wilde ontvangen, maar een proces voor het Hof is begonnen. Zijn zegel zal verbroken moeten worden. De vrouwe van Schagen had twee vicarien gesticht, één te Schagen, en één te Haarlem, waarvan hij en heer Eernst collators zijn. Voorts bespreekt hij nog aan Dirck van Rijnsdochter, geprofessyde jvr ten Nyenodien binnen Amsterdam 2£ gr Vls

executeurs: heer Peter van Vonderen, vicarius van de Buerkerk en St Marie te Utrecht, mr Hendrick van Medemblik, advocaat, en Johan Vlugh, taelman voor die van het gerecht dezer stad