Bedoelde u soms?
gewijst | gherijdt | gherijt | gherijts | gheweest | gheweist | ghewiist

12 resultaten

1417 |

R.A.H. Coll Aanw 181 fol 84v/Groot Repertorium mr P. Beoostenzwene
Jaartallenindex

item eenen brief, daer die scepenen ende die Borchmeesters van der Muijden inne bekennen dat Dieric van Huijsen van Wouter Campen mit synen gesellen ontfangen heeft 300 gouden Vlaemscher croenen, dair sommige borge of waren voir die poirters van Haerlem, Delft, Leyden ende Goude. Datum 1417. Item eenen brief van eenen vonnisse dat die stede van der Muijden ghewijst hebben ruerende van den heer van Egmonde. Datum 1417

1512-10-04 |

Arch Marquette no 132
Jaartallenindex

scout tot Assendelft en scepenen in der tijt aldaar, oorkonden allen denghenen die desen certificatie sullen sien of horen lesen dat voir ons ghecomen is Jan Duyvesz ende was denselfde scepenen voirs voir recht an dingende dat sij sculdich waren te seggen bij hoir eeden die sij den heren gedaen hebben hoe ende in wat manyeren sij den nyeuwen inlaech ende den dyck gheleghen Buyten Huysen om den Braeck ghewijst hebben. Ende dese voirs scepenen hebben bij hoeren eeden als voirn. ghetuijcht ende geseyt dat die voirs inlaech ende dijck ghewijst was op alle t ghemene lants coste gheleghen binnen den banne van Assendelft of op die ghemene coste die daer toe gherecht was. Ende Jan was alsoe selver scepen ende en woude dat vonnis niet volghen maer indien die voirs. scepenen consenteren ende toelaeten wouden die wale geleghen over Paerdencamp oick te wesen ende te ghelden op 't ghemenelants coste zoe was hij mit dat vonnis tevreden. Ende Pieter Jacobsz wijst als boven ende stack dese reden dair bij of ten worde ghekeert mit beter recht. Hier van zoe dingde Jan Duyvesz certificatie te hebben op sijnre coste ende t'wort hem alsoe gewesen

Rolof Claesz (met zijn zegel), schout, Claes Willemsz, Dirck Claesz, Tamis Dircksz, Pieter Jacobsz en Baert Dircksz, schepenen

Ban | 1384

Rechtspraak Graaf van Holland II p 177
Achternamenindex

doodslagen binnen Haerlem: van Verdebout Dirczs dood, hierof sijn ghebleven: zijn broer Gheryt Dirksz, Hughe Florensz, Dieric Florensz, Vrederic Verdeboutsz, Foyken Bannenz, Gheryt Hughenz; handdadig hieraan was o.a. Claes Dirc Valkenz.z; van Dic Florysz dood: hierof heeft gheloeft Bertolmeus Zijtsz alleen als hantdadige ende toghet daerof scepenen brieve, dat hi daer of mit recht quite ghewijst soude wesen

Haarlem

1408-04-04 |

G.A. Hoorn Charters no 873 (3108)/Vangassen no 268 p 142
Jaartallenindex

schepenen in Hoorn oorkonden dat Dirc Meijnaertz, Pieter Claesz, Pieter Heertz en Jan Remboutz als bewarers ende tymmermeester van de H. Geest gepand hebben mit recht ende mit vondenisse (!) Ewout Allynz om 1 ½ jaar hofstedehuer, naar inhout van de H. Geest brieve, ende hebben pande ghewijst an dat huus dat staat op des H. Geests erve binnen de vryheid van Hoirn in die Noirderstraet an die noortzyde van der gasthuse. Welke panden die verstanden syn den darden penninc beter. Schepenen schatten aan de H. Geest toe dat ⅕ deel van den huse voors

Gherbrant Jacob Stammnenz (?), Syvaert Tetenz, Pieter Martijnsz, Jacob Jansz en Steven Dircsz, schepenen

1406-03-02 |

G.A. Hoorn Charters no 873 (3108)
Jaartallenindex

scepenen in Hoorn oorkonden dat Simon Volkartz, Heyn Valc, Jan Maertynsz en Pieter Heertsz als voogden van den H. Geest, gepand hebben Ewout Allijnsz na inhouden haeren brieve om 1 ½ jaar hofstede huer en hebbende pande ghewyst an Ewouts huis, welke pande die verstanden syn ene darde penninc beter. Voert soe hebben wij Symon, Hein, Jan en Pieter voors. toeghescat ⅕ deel van den huse voers. Voert is t hem gheeyghent ende utghedaen van den recht van der stede waer bij dat ghewijst wart mit rechte ende mit vonnisse dat Symon, Hein, Jan en Pieter als voechden voers daer mede doen ende laten moeghen gheliken anderen goeden die den H. Geest toebehoren

Pieter Maertynsz, Jacob Jan Oebinxz, Jan Tyman Stammenz, Pieter Jansz, Jan Dyrc Jonghenz en Vrederic Symonsz, scepenen

1406-03-29 |

Arch Abdij Egmond Inv no …
Jaartallenindex

schepenen in Beverwijc [?] oorkonden dat Jongvrouwe Hyldegondt Jansdochter uter Wijc met haar voogd en haar zoon heer Wouter uter Wijc, priester, met zijn voogd, beloven den abt van Egmond op een boete van 15 …. ter tymmeringhe behoef der kerke des cloesters van Engmond wair dat si niet .... en ghebroken worde dat si alle die lande ende goede legghende binnen den ban van der Wijc die Bertholomeus uter Wijc in voirleden tiden te leen te houden plach van den Goodshuize van Engmond, die goede voirg. niet te onderwinden, aen te talen ofte vermeten of yement van horen weghen, twisken deser tijt ende Sinte Jansmis midzomer naestcomende, ten waer dat si hem mit recht ende mit des goodshuse voors. leenmannen toeghevordelt ende ghewijst worden. In orconde

Gheryt Willem Rodenz (zegel: blad en takje), Jan de Visscher (3 V's), schepenen; medebezegeld door heer Wouter Uterwyc (6 ? kepers)

1376-06-06 |

Cartul St Jan Haarlem no 796
Haarlem Algemeen

scepene in Haerlem oorkonden dat broeder Jan van der Heyden met zijn momber Willaem Weent, dinghede als commandeur van St Jan te Haerlem, op mr Jan den glasemaker, dat deze laatste aan genoemd huis schuldig is 30 £ Holl "daer hem zijne claghe of wyst wert ghewonnen op hem ende op die 14½£ die hij zeide dat hij onder Pieter Willaemsz becommert heeft om dat mr Jan tot zijnre weer nijet en quam noch nyemant van zynre weghen, ende wert ghewijst te betalen binnen den 3e daghe wast hem te weten ghedaen als recht is, hij en mochtet weren met rechte"

Symon van Zaenden, Symon van der Scure en Symon van Ghervliet, schepenen

Hone | 1423

Rechtspraak Graaf van Holland I p 209
Achternamenindex

"van den seventuych van den lande dat den dyckgrave aff ghewijst wort dat Jan Claesz van der Beke was … Item Mathys Pietersz ende Claes Hoen Pietersz van Wognem hebben geloift aen s Vitzdoms hant tot mijns heren behoeff, tot wat tijde sij van den tresorier gemaent worden dat sij dan comen sullen in den Hage of dair sij gemaent worden ende van daer niet te scheyden sij en hebben eerst gebetert sulke brueken als sij dairvan gebruect hebben"

1435-03-03 (1434) |

G.A. Haarlem N 184 fol 15/Cartul Leprooshuis
Haarlem Algemeen

opschrift: Tetroede (!). Scepenen in Hairlem oirconden dattet ghewijst is met vonnesse der scepene twisken die Lazarus ziekenmeesters an die ene sijde, Jan Jacobsz met Gheryt van Zantvoirt ende Pieter Rueper an die ander zijde, nae hairre beyder dinctale, also moghen die Lazaruse ziekenmeesters betoghen als zij mit recht sculdich zijn te betoghen datter een lane ende een otwech gheleghen buijten die cleyne Houtpoirte bij Rosen proijeel menich jair lanck daer gheweest ende gheleghen heeft tot eenen otwech dat zij dan totter zieken behoef voornoemd hoeren otwech over die lane voirs. hebben zullen, des zoe hadden die Lazarusziekenmeesters totten zieken behoef voirs. betoich na den ghewijsden vonnisse voors

Ocker van der Crempe, Jan van Bekensteyne, Claes Allijnsz, Jan Claesz van Dam en Jan van Huessen, schepenen

1412-10-17 | Velsen

Arcg Abdij Egmond/Oud Vaderlandse Rechtsbronnen 3e reeks no 2 I p 15
Jaartallenindex

baljuw en mannen van Kenemerlant en Vrieselant, allen met name genoemd, oorkonden dat Dirc Aelbrechtsz van den baljuw gevorderd had dat de schout van Velsen hem recht zou doen tegen den abt van Egmond op dat deze een andere schout zou aanstellen; dat Dirc die Weent als voogd van den abt op grond van privileges en bullen de bevoegdheid van s....baljuw en mannen bestreden had; dat zij, mannen, in den Vierschaar op Woensdag na St Bavendach l.l. (1412-10-05) in hun vonnis partyen naar den graaf en zyn raad in den Haghe verwezen hadden, dat zij verder dezen brief bezegelen, zooals ook "met vonnesse ghewijst is". [Dirc Aelbrechtsz had voor de baljuw gevorderd dat de schout van Velsen hem recht zou doen tegen de abt, opdat deze een andere schout zou aanstellen. De abt bestrijdt de bevoegdheid van de baljuw in deze, en de baljuw verwijst de zaak naar de Grafelijke Raad]

zegels: Dirc Jacobsz, baljuw: 2 dwarsbalken, resp. beladen met 3 en 2 St Andrieskruisjes, rechts boven een penning; Dirc v.d. Lec: 3 wassenaers en barensteel van 3 hangers; heer Jan van Benthuizen: verloren; Jan v.d. Lane: 3 potten, rechts boven een vrijkwartier met klimmende leeuw; Gheryt uten Haghe: ankerkruis met barensteel; Gheryt Kercman: klimmende leeuw; Claes van Waterland: 3 dwarsbalken beladen met St Andrieskruisjes, rechtsboven een vrijkwartier met vogel; Claes de Gruter: 4 kepers, links boven vrijkwartier met spitsruit; Jan Gheryt Bertoutsz: een St Andrieskruis in het hart een teeken >