13 resultaten
1472-07-31 |
G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 711, 712
Jaartallenindex
schout, schepenen en raad van Leiden verkopen met goeddunken van de gemeene vroedschap aan here Claes Jacopsz, priester, en aan Lysbeth Lambertsdochter een lijfrente van 7 gouden R gld sjaars. Vidimus van 1495-03-19. Aan heer Claes Jacopsz, priester, en Claes Hylbrantsz verkopen zij een lijfrente van 4 g R gld van 40 comans gr sjaars
Sculp | 1424-02-24 (1423)
R.A.H. Coll Aanw 78 fol 23v/Memoriale Ducis Johannis fol 15v
Achternamenindex
hertog Johan beveelt bij goeddunken van Reynout Sarijszoon, rentmeester van het land van Arkel, aan Lambert Schulp het bewaren, gaderen etc van de tyns in het schependom van Gorinchem. En hier of sal Lambrecht jairlix hebben voir synen cost ende arbeyt den 16e penninc
Asperen, van | 1407-04-06
R.A.H. Coll Aanw 70 fol 26
Achternamenindex
van Asperen van Vuren: hertog Willem belooft dat hij nooit meer zal zoenen met Jan heer van Weerdenburch, Otto van Asperen en van Vueren, of Otto van Gellinchem, tenzij met consent van de stad Gorinchem en goeddunken van Jan en Coen van Herlaer, Bruenis van Blcoklandt, Bruenis Witte Bruenisz
1447-10-10 |
G.A. Amsterdam Inv B.W. 576b regest 380/Cartul Carth bij Amsterdam fol 45
Jaartallenindex
Dirc Claesz Put, scout in Oestzaenden, oorkondt dat Albert Allertsz, Heijn Alfertsz [Olfertsz ?], Claes Aerntsz ende Claes Symonsz als 4 kercmeesters en voochden van de kerk van Oestzaenden verkocht hebben aan Willem Heynricsz bij consent en goeddunken van de buren van Oestzaenden, ½ mat lants in Tete meercamp tbv de orde der Carthuizers. Voorts compareert Aecht Garbrant Janszoens weduwe met haer zoon en voogd Claes, en met haar zoon Jacob, en bekennen dat zij verkocht hebben dese selve Willem Heynricszoen tbv voorn. klooster, twee maede lants in Garbrant Jansz meercamp gheheten, ende ½ mat in Tete meercamp. Ende hebben bilent mit erve die voirsz lant an die noordzijde: Vallic Boen, zuid: Ellert Jan Scoutenzoen, oost Pieter Stullic [Scullic ?]
Symon Aerntsz, Dirc Petersz, Vallic Hoelmansz, Tyman Jansz en Pieter Jansz, schepenen in Oostzaenden
Nyevelt, van | 1593-02-15
Bronnen Gesch Abdij Rijnsburg regest 1430
Achternamenindex
de abdis van Rijnsburg bepaalt dat de alimentatie van 300 £ gr, die Catharina van Nyeuvelt en Suijlen (zij verkreeg deze prebende op 11587-12-30) geniet, niet zal uitbetaald worden aan Catharina's vader, daar te vrezen is dat deze het geld naar eigen goeddunken zal besteden. Uitbetaling zal plaatsvinden aan Catharina's tante Maria van Bloijs van Treslong, die van de besteding jaarlijks verantwoording zal doen
1431-11-16 |
G.A. Amsterdam Inv Arch Gasthuizen Amsterdam regest 325/Arch Oude Nonnen Amsterdam
Jaartallenindex
schout en schepenen in Abcoude oorkonden dat Wouter Jan Meerensoen met Franciscus, Aechte ende Jan, sijn drie dochteren, die hij had bij Meen Jan Diersdochter zal.ged, gezamenlijk verkocht hebben, bij consent en goeddunken van Jan Dier, der voirs. kinderen oudevader, Peter Dier ende Claes Dier, hoir oemen, aan de Oude Nonnen te Amsterdam, 9 morgen lands gelegen in Dorreweerd in der zaten lants dair Jacob Brunincsz nu ter tijt op woent, dair boven naist gelant is Claes Heynenz, ende beneden die joncvrouwen van St Cecilien t'Utrecht. Zij verkoopen dit alles aan broeder Jacob Gierinc, procurator van het Oude Nonnenconvent te Amsterdam. Het geld dat verkoopers voor het land ontvangen hebben, hebben zij terstond belegd in Weesperkerspel in een erve gheheten Falyenland, om beter renten dairof te nemen of tot hoiren selves oirbaer te ghebruken. Daer de schout zelf geen zegel heeft (hij heeft het verloren) zegelt Rolof Tol voor hem
Jacob Gijsbertsz, schout, Gerijt Pijl en Willem Claesz, schepenen, met hun zegels; Rolof Tol: 3 kepers rechts boven vergezeld van een O
Gellicum, van | 1407-04-06
R.A.H. Coll Aanw 70 fol 20v, 26/Memoriale B.J. 1407-1408 fol 16, 16v
Achternamenindex
hertog Willem scheldt kwijt "alsulcke ongecofte gevangen als wij noch hebben den Arkelschen ofgevangen, ende mede die noch tot Vyanen gevangen ende ongecoft sijn", behalve Aernd van Schonouwen, Splinter van den Oudengheijn, Otken van Gellinchem en Heijn van der Poorte; hij zal zich nimmermeer verzoenen met: Jan van Weerdenburch, Otto van Asperen en van Vueren of Otto van Gellinchem, tenzij met toestemming van de stad Gorinchem en goeddunken van Jan en Coen van Herlaer, Bruenis van Bloclandt en Bruenis Witte Bruenisz
1499-02-28 |
R.A.H. Coll Aanw 111 Caput Z.H. fol 169-172
Jaartallenindex
schepenen in Dordrecht oorkonden dat Jan Oom Thielmansz die men noemt Jan van Muylwijck bij goeddunken van zijn vader heer Tielman Oom Jacobsz, priester, en bij consent van zijn naaste magen ende vrienden an die een zyde. Ende Margriete Jan Oliviersdochter met haar gecoren voogd, met goedduncken van .......... Jan Oliviersweduwe, haar moeder, en met consent van haar naaste magen, aen die ander syde, ende vergunden dat zij an malcanderen vergaderen zullen in wittigen hylik. Jan Oom, heer Tielmans wettige zoon brengt aan de goederen hem aangekomen van zijn moeder juffr. Lysbeth van der Does en van haar ouders: 1) 14 morgen lants, mitter huysinge, berch ende bogaerden daertoe behorende, gelegen in der dyckaedse van Moerkerckenland in de parochie van Heynnenoort, 2) ¼ deel van den tienden van den oirden buytenom Swindrecht, 3) 1£ Holl op het huis en erf staende tegen die groote Vleyschhal overgenoemd die Vier Heemskinderen, 4) item noch assche, hoppe, gereets gelts ende schulden van pachten, die somme van 900 R gld, 5) heer Tielman geeft zijn zoon uit zijn propere goederen tot dit hylick ende voorhylix goet 500 R gld. Met allerlei bepalingen over de vererving van al deze goederen. Op 1504-01-08 (1503) confirmeert Philips deze brief
Jan Oom Diericxz, Pieter Huygenz, Pieter Damasz en Pieter Schoock Willemsz, schepenen
1479-03-20 | Heemskerk
Kroniek Hist Gen jg 1850 p 229-232
Jaartallenindex
uitspraak tussen Clais van Assendelf Willemsz ter ener en Johannes Boele ter ander zijde, inzake de kwetsing van eerstgenoemde door laatstgenoemde, te houden op een boete van 1000 Eng nobelen; 1) Johannes zal in de Raadcamer van het Hof, blootsvoets etc op zijn knien vergiffenis vragen, 2) hij zal een pelgrimage moeten doen naar St Pieter en Pouwels te Rome en daar op zijn blote knieën een mis bijwonen. Daarna een pelgrimage naar het H. Graf te Jeruzalem, 3) zodra hij uit de voorpoorte van den Hove in den Hage ontslagen is, zal hij binnen 3 dagen den Hage en binnen 8 dagen Holland en binnen 14 dagen Zeeland moeten verlaten, 4) binnen deze 8 dagen zal hij 3 pelgrimages moeten doen: a) ten Heiligen Bloede te Bergen in Kennemerland, b) t Sinte Jeroen te Noortwyc, c) t OLVr te sGravensande en in Zeelant t' OLVr in den polre, 5) Jan zal in de kerk van Heemskerc, daer die vaders en ouders van de voors. Claes begraven liggen, een capelrie van 4 missen per week moeten stichten en die doteren bij goeddunken van deken en kapittel van de capelle opt Hof in den Hage. De collatie en gift van deze capelrij blijft aan Claes voors, 6) Jan moet "die meesters ende cyrurgienen" betalen die de voors. Claes genezen hebben. Deze uitspraak werd gedaan door Wolfard van Borssele, grave van Granpré, Stadhouder Generaal etc, door beide partijen als arbiter aangewezen
1415-09-08 |
G.A. Amsterdam Inv Arch Gasthuizen Amsterdam regest 161/Arch Oude Nonnen Amsterdam
Jaartallenindex
schepenen in Amsterdam oorkonden dat Willem Eggairt heer tho Purmerend en zijn dochter joncfrouw Ymme Eggen, gescheiden zijn betreffende de nalatenschap van joncfrouw Nelle Ymmes moeder, waarbij Ymme, met Reynaut van Berkel, haar voogd, en haar vier vierendelen, zijnde Jan Eggairt van Purmerend, haar broeder, Heintgen Coppenz en Ghise van Amstel, en bij goeddunken van den Raad der stede ende van den prior van het Oude Nonnenconvent, aan haar vader kwijtscheldt deelen van land, met huis en hofstede: nl de helfte van een sate lants mitter helfte van der husinge ende hofstede in derselver sate gelegen op Marken, dair Jan tentemaker en Jan Symon Melissoens erfnamen die ander helfte af toebehoert. Item haer aendeel van een stucke lands oic gelegen op Marken geheten Claes Moenenzoens lant. Item op Marken oic haer aendeel van een stucke lants geheten Remburghen landt, ende een morgen lands gelegen tot Dyemen int Goidshuyslant, alles haar aangekomen an jvr Nelle, hoirre moeder, ende van Vechter Heynenzoen, haer oudevader. Voirt zo quam voir ons Willem Eggairt here tho Purmerende ende geeft Ymme zijn dochter voir dese voirscr lande, husinge ende hofstede die sij him teenen vrijen eygen heeft quytgescouden in der manieren so voirgeroert staet: Eerst 3 morgen lants min 2 hont gelegen tot Dyemen in Symon Lambertszoenszate mit ½ deel van der husinge die nu staen opter voirscr. sate. Verder geeft hij haar 100 gld, 13½ Holl leeuwen voir den gulden gerekent, j.r.t.e.e.p. in te gaan 1416-11-11, totdat hij haar deze rente bewezen zal hebben op land dat Willem tezamen met andere personen zal doen bedijken in des joncheren heerlichede van Gaesbeke buten an Abbenbroecke (vgl 1375-06-11, 1400, 1417-08-14, 1419-11-10)