12 resultaten

1416-08-03 |

Grafelijk Commissieboek II p 38
Jaartallenindex

beveling van het baljuwschap en rentmeesterschap van den heerlyckheden en goederen die heer Jan van Egmond en zijn broeder heer Willem toe plagen te behoren, gelegen in den lande van Noirthollant en van Vrieslant, mitten castelrie van Rynegem op Gherijt van den Zijl

1461-11-12 |

Genealogie van der Does fol 65/Familiearch Bredius/Leenregister Wassenaar B fol 90
Jaartallenindex

Johan heer van Wassenaer etc beleent "onverstorven" onse seer geminde neve Bartholomeus van der Does met alle alsulcke goede, heerlyckheden ende leenen als hem verlijt syn van onsen lieven heer en vader en Jacob onsen broeder sal. ged, te weten dat ambacht dat men te noemen placht Heren Heyen ambacht ende nu geheten is Heren Jansdam als zyn ouders dat van onsen ouders gehouden hebben

Egmond, van | 1421-05-15~

R.A.H. Coll Aanw 56 fol 55, 56/Reg in Beyeren IX fol 29
Achternamenindex

hertog Johan beleent heer Johan van Egmond ende Ysselsteyn met de hoge- en lage heerlijkheden, met palen, putten, visscherye, pluimgraafschap, waerde ende opcominge te water en te lande, die er zijn of komen mogen binnende nabeschreven palen: Eerst die goede ende heerlyckheden van Warmenhuizen. Item desgelijks de goede en heerlykhede van Herenkerspel [Harencarspel]. Ende daertoe die goede ende heerlicheden van 't noertambacht van Petten, alles met preciese belendingen. Tot een onversterfelijk leen

1521-06-28 |

R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Zeeland fol 70v, 69v
Jaartallenindex

leenmannen van Zeeland oorkonden dat de edele, wijse, voirsienige Lodewyk van Bloys heere tot Reslonghe, opdroeg tbv zijn wettige gesellinne jouffrou Charlote de Hunneres, ½ van alsulcke tienden, leen en andere goederen als hij heeft en van de grafelijkheid in leen houdt, onder die heerlyckheden van Tholen en van Vosmaer, om daaruit als zij haar man overleeft, zolang zij leeft jaarlijks hieruit 50 £ gr Vls te ontvangen, die haar bij hun huwelijkse voorwaarden toegezegd zijn, met het verzoek aan de vorst om deze te confirmeren; 1521-09-09: Karel oorkondt dat Lodewijk van Bloys heer van Treslong hem dit opgedragen heeft tbv zijn vrouw, en geeft confirmatie

leenmannen van Zeeland: Joos van Boys, riddere, Jan Willemsz Soete, Simon Thonisz

1508-04-15 |

R.A.H. Coll Aanw 114 Caput Zeeland, Voorne fol 8-10
Jaartallenindex

Maximiliaan en Philippus oorkonden, berichten aan den stadhouder, dat zij hebben ontvangen de ootmoedige supplicatie van onsen lieven en getrouwen schiltknape Vrancke van Borssele here van Cortkene in onsen lande van Zeeland, mitsgaders zijn voochden, inhoudende hoe sindts het overlijden van zijn vader, alle brieven, registeren, rollen, titelen en andere bewijzen van goeden ende heerlyckheden, gesloten ende in t heymelicke hebben geweest, zodat zijn voogden en mombers die niet hebben mogen inzien zonder de presentie van veele van zijn vrienden ende magen, die verre en in diverse landen woonachtig zijn. Dat daarom ook onbekend was hoe de heerlijkheid van Cortgene verheven moest worden. Max. en Karel vergeven dit wanverzoek en staan alsnog belening toe

heer Jan Sannaige, ridder, president van Vlaanderen, heer Jheronimus Lauweryn, ridder, thesaurier van Financien; Haneton

1503-01-26 |

R.A.H. Coll Aanw 111 Caput Z.H. fol 152, 153v
Jaartallenindex

Philips beleent Lambrecht Millinck Jansz na dode van zijn moeder jvr Adriana van Ranst met: 1) dat slot Meduwen, 2) die heerlycheyt van Eten, ende die heerlyckheden van den slote en dorpe van Meduwen ende van Babilonienbrouck, mit allen gerechten, hoge- ende lage, ende mit allen anderen renten, goeden ende vervalle, 3) die lage heerlijkheid en gerechte van den dorpe van Drongelen, also verre die parrochie strecket. Tot een recht erfleen. Daar Lambrecht Millinck Jansz onmondig is, doet zijn oom Lambrecht Millinck de eed. Op 1514-06-13 doet Lambrecht zelf de eed. Eodem die beleent Philips Lambrecht Millinck Jansz na dode van zijn moeder jvr Adriane van Ranst met 100£ sjaars uit den huyze en slote van Meduwen, ende altijt bij den besitters van denselven slote van ons ontfangen en gehouden sijn geweest. Tot een recht erfleen

present: Jan van den Sevender, Tielman van Dullecum, Dirck van Boneem, Gysbrecht van den Polle, cleene Jan Bruyn; 1514-06-13: heer Gerrit van Assendelft, ridder, Floris van Assendelft, Willem Pylyser

1539-12-12 |

R.A.H. Coll Aanw 123 Caput Amstelland, Waterland en Zeevang fol 10
Jaartallenindex

Anthoenis van Amstel van Mynden wordt beleend met: 1) alle die heerlyckheden en goeden van Mynden, van den Loosdrecht, van Mynenvelt, van Loonrevene bi der Vechte met tienden, renten, c.a. tot een erfleen; 2) een gesate lants houdende 24 morgen gelegen in Lonrekerspel, streckende mitten westeynde an die Anxter, noord: Claes Kerstensz, Dirck Bern zoon, Heyn Loefsz, Lijsken Boetermans, zuid: Roever Aernt Loefz, Dirck Berm ende Claes Willem van Cleijenz, recht leen; 3) 8 morgen lands in den ambachte van Mynden in een hoeve, onderdeelt van 16 morgen, boven naast gelant op die zuidzijde: Willem Wouman, beneden: hij selve met 6 morgen gelegen in die Loosdrecht opstreckende van den Vechte, tussen die Drecht ende die Blocklane, tot een recht leen; 4) dat slot en huys tot Mynden, met 6 morgen lants, liggende in den Loosdrecht, opstreckende van den Vecht, tussen die Drecht ende die Blocklane, tot een erfleen; 5) noch 14 morgen lants geheten die Nesse. Alles hem aanbestorven bij dode van zijn vader Melis van Amstel en van Mynden

leenmannen: Adriaen van Mathenesse, Aernt van Duyvenvoorde, mr Floris Gysbrechtsz Zeeman van Ouwewerve, Cornelis Barthouds

Brederode, van | 1671-11-16

G.A. Schagen Memoriaal
Achternamenindex

Wolfert van Brederoede, gebooren grave uytten graefelycke huyse van Hollant, souverain van Vyanen, Ameyde etc, erfburggraaf tot Utrecht etc, heere van Brederode, Schoorl, Camp Noordeloos, Haeften, Herwijnen, Hellouwe, der landen en heerlyckheden van Voshol, ritmeester, oorkondt dat voor joncker Cornelius Ascanius van Sijpesteijn heer tot Sypesteyn ende [canonic ? woord ontbreekt] ten Dom tot Utrecht, baljuw en houtvester van Brederode en stadhouder der leenen van Brederode, Aeltje Aeriens, weduwe van Jan Walich van Valckenooge, ende moeder mitsgaders ab intestato erffgenamen van haren enigen soon Aerjen Jansz Walich, beleend is met 3½ geersen lants gelegen in de ban van Valkenooge, geheten Maertensven, belend west: Willeboord Jansz, zuid: Pieter Cornelisz van Groenevelt, oost en noord: Jan Cornelisz van Schagen, haar aangekomen bij wijlen haar zoon Walich Jansz, die het in leen hield (vgl 1638-10-08)

getuigen, leenmannen van Brederode: mr Jacob Wallis, Nicolaes le Feburen

1494-07-24 |

R.A.H. Coll Aanw 110 Caput N.H. fol 40v, 41
Jaartallenindex

Max. en Philips belenen onse welgeminde here Cornelis Cruesingh, ridder, na dode van zijn vader mr Jacob Cruesingh, in leven meester van onser reeckeninge in Holland: 1) 16 morgen land in Tedingerbrouck in den ambacht van Zoeterwoude, 2) 10 morgen in den ambacht van Voorburch, tot een onversterfelijk erfleen, 3) alle alsulck deel als mr Jacob Cruesingh hadde of hebben mochte aen ende in twee gorssen, dat ene genoemt Jan Hughenz hille ende dat ander sgraven gors, nu ter tyd bedijckt en genaemt Vrybergen, met heerlyckheden, ambachtsrecht en ambachtsgevolgmet allen den renten, tienden, profyten, manschappen, gelegen in onsen lande van der Tholen in Zeelandt, alsoo vrij en gelyck die heerscippen in t land van Vosmer van ons houden tot een onversterfelijk erfleen. Heer Cornelis zal aan onsen rentmeesters van der Tholen tot een erfelijken pacht, eeuwelyk durende, moeten uitreiken jaarlijks zijn deel van 15 schell groten heeren gelts, daervan 4 Engels nobelen ene pond groot of maken als dubbelden pacht, naer advenant van de voors. twee heele gorssen. Eodem die maakt heer Cornelis Cruesingh, ridder, tot douairie en lijftocht van zijn vrouw vrouwe Hillegont van Woude, 25£ gr Vls sjaars uit de voors. lenen, op condite zoals bepaald in hun huwelijksvoorwaarden, in allen schijn alsof die in deze akte geinsereerd zouden zijn

1545-11-30 |

R.A.H. Coll Aanw 122 Caput Kennemerland fol 93-96v
Jaartallenindex

Cornelis van Bergen, here van Zevenbergen etc oorkondt dat hij bij brieven dd 1541-06-15 om te volcomen en voldoen zekere huwelijksvoorwaarden gemaakt tussen jhr Ott van Assendelft en Geertruid van Bergen, onse natuerlijke zuster, in dato 1538-11-03, geconstitueerd hebben, Cornelis van Assendelft, joncker Ott's zoon, geprocreert bij Geertruid, een rente van 250 Kar gld per jaar, ter lossing den penning 20, verzekerd op onse heerlyckheden en domeinen van Noordeloos en Nieucoop, onder conditie dat joncker Otto gedurende zijn leven heffer van de helft zou wesen en Cornelis van de andere helft, bedragende 125 Kar gld in betaling waarvan Cornelis de jaren 1538-1545 ten achteren is, en hij aan hem nog 150 Kar gld die wij tot onsen laste genomen hebben tot ontlasting van de gravinne van Hoorn, onse nichte. Hij is dus nog schuldig aan Cornelis van Assendelft, die nog een weeskind is, 1150 Kar gld. Hij verkoopt hiervoor een losrente van 72 Kar gld, losbaar met 1150 Kar gld, onder verband van genoemde heerlijkheden Noordeloos en Nieuwcoop. Daar dit lenen zijn van de grafelijkheid machtigt hij Willem van der Criep, Cornelis Herpersz van Haeften en Adriaen van Lavelle, procureurs, om deze belasting te effectueren. Gegeven op onzen huyse tot Eemskerke (vgl 1545-12-14)