Bedoelde u soms?
helpers | hoppers | hubers | hulders | hulpen | hulper | hulperen | huybers

4 resultaten

1420 |

R.A.H. Coll Aanw 181 fol 49v/Groot Repertorium mr P. Beoostenzwene fol 30
Jaartallenindex

item enen brief van der zoenen tusschen Hertoge Jans van Beyeren en den borchgrave van Leyden mit sinen hulpers, dair die borchgrave in over gheeft der graeflicheyt dat borchgraefscap van Leyden mit vele andere punten daerin ruerende. Boven staat: Nota Bene

1330-04-09 |

Van Mieris II p 495/Reg E.L. 11 fol 24
Jaartallenindex

graaf Willem oorkondt: dat de stad Utrecht met haar hulpers ter ener-, en Heynric van der Lecke en zijn hulpers ter andere zijde, de uitspraak over hun twisten aan hem verbleven zijn. De uitspraak luidt: 1) alle gevangenen zijn vrij, zonder kost of schattinge, 2) wat Heynric c.s. van de stad "opgheboirt hebben" en omgekeerd "segghen wi quite", 3) voirt seggen wi alle eysche jof rechte, dat Heynric van der Lecke of zijn vrouw jvr Margrieten van Haghensteyn eyschen of hebben mogen teser tyt an den huse te Lichtenberch quite, ende des huys also verre alst hem anlopen en mochte der stat voirs. vrieliken te bruken, 4) de stad Utrecht zal "stillen al diegenen, die scade genomen hebben" van Heynric van der Lecke en zijn helpers, en ook omgekeerd, 5) beide partijen schelden elkaar de wederzijdse eisen quijt, 6) de graaf zegt geen seggen van den knape die de schout van Utrecht met zyn hulperen wonte [te lezen: wondde ?] binnen den gerecht van der Nieuwervairt, alse van den rechte dat heren Willem van Duvenvoirde daerof toe behoirt, mar van den knape seggen wi een alinghe soene

1432-03-11 (1431) |

R.A.H. Coll Aanw 203 fol 278v, 292v/Memoriale Rosa I fol 112v, 117
Jaartallenindex

geschil tussen Jacob van Noirden, zijn zwageren en kinderen an die een zijde, Willem Claisz, zyn zoen, Jan Clais, ende Reyner Jacobsz an die ander zijde, verbleven aan de gouverneurs en de Raad. Uitspraak: 1) zij moeten borgen stellen, 2) "want die gouverneuren mitten Rade niet en vinden dair dese gescile aff toecomen anders dan die sake toebehoirt der abdisse van Reynsburch", so ist "dat sy die saken van der abdisse laten staen in sulken state als die abdis daeraf geseit heeft na utwijsing der brieven die Willem voirn. daer af gegeven heeft". Of Willem hierin gebreukt heeft staat ter beoordeling van de abdis. Willem mag nimmer hierover Jacob c.s. meer lastig vallen, 3) voirt also Jacobs zwageren, te weten Clais ende Jan Clais Willemszoonskinderen gequetst zijn van Willem Claiszoonszoon en zijn hulpers, moeten deze in betering geven 75 Arnh gld waaruit aan Jan Claisz 5 gld gegeven moet worden omdat hij geslagen werd, [4)] (doorgehaald) Daar Willem Claiszoonszoon c.s. het huis van Jacob van Noirden aangevochten heeft, waarbij Jacob Hugen gequetst werd, waarvoor hij van Jacob van Noirden 21 gld ontving, beslist de Raad dat Willem Claesz deze 21 gld moet betalen, 5) voirt zo zullen Dirc Willem Claisz, Jan Claes en Reyner Jacobsz een bedevaart doen ten Heyligen Bloede te Wilsenacken. Item deze voirs 75 Arnh gld zijn geleijt onder Jan Ruychroick al an Bourg scilden, te weten 3 Bourg. scilden voor 4 gld. Item hierof is Jan Claes betaald zijn 5 gld bij Willem Claesz daar here Jan van Wassenaer bij was en Jan Floreijn. Dese pene hebben verborcht voir Jacob van Noirden ende synre zwageren ende kinderen: Dirc van Tol ende Jacob Hugez van Noirden. Also Willem Claesz geen borgen bij hem hadde, belooft hij die voor a.s. zondag te stellen. Item sijn borgen voor Willem Claesz, Claes Claesz, Willem Claeszoons zusterzone ende Jan Henricsz, Dirc Willemszoons Aemszoon. Op fol 117: bewijs dat Willem Claisz de bedevaart volbracht heeft, 1432-06-03. Ingevoegd is het deswege door de curatus ecclesie parochialis in Wilsnack afgegeven bewijs

1398-06-24 (3) |

A.R.A. Leenkamer 323/Reg F.H. fol 1-6, 12v, 19
Jaartallenindex

(vervolg) dit sijn die heren die mijn leve here van Oestervant van mijns heren weghen bidden sal: die coninc van Vrancrike 200 glaijen, die hertoghe van Bourgongen 100 glaijen, die hertoghe van Orlijens 100 glaijen, die grave van Namen en here Jan van Namen, syn broeder, tesamen 200 glaijen, Jan van Rodemars 50 glaijen, die Henewiers 400 glaijen, Jan van Bartangen 100 glaijen, die heer van Ghistel ende anders die Vlamingen 100 glaijen. Dit sijn die ambochtslude die geordineert sijn ter Vriescher reijsen. Eerst 2 ammirale die die scepe winnen sullen ende den goeden luden leveren, alse: here Jan van Heenvliet en here Gherijt van Egmond, onder hem Willaem v.d. Berghe. Bosmeisters en graefmeisters: here Florys van Alcmade, Gherijt van Eemskerc. Tymmermmeijsters: here Jan van Renisse van Wyninghen, Jan van Heemsteden, Clais Jans Vosz te Leijden. Tentmeisters: here Dirc van Poelgheest, Hughe Florysz mit 6 tymmerluden ende 12 knechten, ende dese sullen besorghen die turken ende vierpannen [?] en die lenten ende bi hem nemen die missagiers. Tarwe en Biercopers: Hughe Starke in den Hage, Symon van Zaenden Gherijtsz. Ossencopers: Jan Claesz, van Hurne, ende Symon Van der Scuer. Wyncopers: Pieter Heerman, Ghijsken Tolnaer, Pieter Bierenbroet, mr Colte van Leiden. Item die stede van Haerlem sullen scepinge ende bier leveren voirt gelt dat si minen here lienen sullen, des sullen zi die scepe leveren bi den ammiralen ende dat bier doen brouwen bi Hughe Starken en Symon van Zanen Gherijtsz. Die van Delf sullen bier leveren voir hoir ghelt bi Hughe en Symon voirs. Die van der Goude en die van Sciedam: scepeninge en bier. Scapecopers: Bertelmeus Willemsz en Kerstant Roelenz. Vischcopers: Clais die Muijs, Vranc Poesz, Willem uten Broeck, dese sullen bewaren dat die harinc tot Amsterdam vergadert ende in kelnaren geslegen werden. Botter en caescopers: Jan Gherytsz, scout van Hoern, Dirc van der Spec. Item so beveel men den meisterknapen te copen scottelen, azijn, eijer, mostart, turf ende zout etc. Meester Ridderen: heer Jan van Heenvliet, here Jan van Renesse, here Coen van Oesterwijc. Meester knapen: Malapiert, Henric Jansz, Herman Willemsz, Jacob Vlistman ende roedragher, dese sullen hulpers tot him nemen die him ghenogen. Penterije: Florys van Tol. Item die pentiers sullen onder hem nemen him te holpen die him ghenughe ende sullen dat broot doen backen. Item die bottelgiers desghelycs. Item die coocs desghelijcs. Item die wairderobbe etc. Dit sullen besorghen Otte van Malsen, Jan Heynricsz, Dirc mitter Gheijs en Coensel, mijns heren pentiers etc