Bedoelde u soms?
inbreke | inbrengen | inbrengt | inbreuk | inkreeg | intreg

12 resultaten

Pont | 1758-06-16

O.R.A. Hoorn 4655
Achternamenindex

inbreng in de weeskamer van obligaties van mr Frans Pont door mr Cornelis Kaiser, op last van voornoemde mr Frans

Wyffliet, van | 1600~1700

Versl Rijks Oude Arch 1928 I p 582 /Arch Kasteel Baarlo Inv no 296
Achternamenindex

rechtskundig advies over de inbreng van een rente door jhr Adriaen van Wyffliet in de erfenis van zijn grootouders Bartholt van Wytfliet en Marie van Borchgrave

Aalsfort, van der | 1379-12-16

Brabantse Leeuw jg 29 no 3 p 104
Achternamenindex

Jan van Ouden kwiteert zijn vader [heer Rutger van Ouden, ridder] wegens ontvangen huwelijksgoed bij zijn huwelijk met Hilla Willemsdochter van der Aalsfort, met de belofte van inbreng bij de erfdeling

1519-11-10 |

Ms Opstraeten v.d. Molen III fol 330
Jaartallenindex

ick mr Jan Jansz [hij ondertekent met: Jan Jansz, priester] kenne en lijde mits desen geloeft te hebben ende geloefve Wouter van Bekesteyn ende Elisabeth Jansdochter myn suster in huwelijksvoorwaarden: 1) 9 hont lants met huys en erve in Heemstede achter die capel, bruict Ghijsbert Pietersz en Claer Clachsoie Meusdochter om 21 R gld sjaers, 2) 500 R gld eens na mijn doot. Dit alles vrij van inbreng in zijn nalatenschap, met allerlei bepalingen omtrent de vererving. In margine staat: Van Scherpenseel. Dit stel ick daerbij alsoo de descendenten sulcx willen seggen. Sy was een dochter van Jan Voppenz ende Berchtlant Peter Petersdochter. Dese Peter Petersz seggen de voors. descendenten dat sijn toenaem was van Beets. Elisabeth voors. sterff 1534 den 10 April

Zandvoort, van | 1475-11-29

Grote Raad Mechelen Geëxtendeerde Sententiën 1966 p 110
Achternamenindex

Cornelie dochter van Jehan Ruijchrock van de Werve, haar man Gerard de Hemskercke contra Jacob de Zantvort voor zijn vrouw, eveneens dochter van Jehan Ruychrock; beroep tegen het vonnis van het Hof van Holland waarbij eiser, die beroep had aangetekend tegen een vonnis van schepenen van den Haag veroordeeld werd om inbreng te doen van roerende en onroerende goederen en de te verdelen nalatenschap van Jean Ruychrock; beroep ongegrond verklaard

Ruijchrock | 1475-11-29

Grote Raad Mechelen Geëxtendeerde Sententiën 1966 p 110
Achternamenindex

Cornelie, dochter van Jehan Ruychrock van de Werve en haar man Garard de Hemskerke contra Jacob de Zantvort voor zijn vrouw, eveneens dochter van Jehan Ruychrock van de Werve, beroep tegen het vonnis van het Hof van Holland waarbij eiser die beroep had aangetekend tegen een vonnis van schepenen van den Haag veroordeeld werd om inbreng te doen van roerende en onroerende goederen in de te verdelen nalatenschap van Jehan Ruyckrock. Beroep ongegrond verklaard

1439-01-25 (1438) (1) | o.a. Haarlem

R.A.H. Coll Roeperpapieren Inv no 5 regest 31/G.A. Haarlem Inv no 915 Hs v. Alkmade en v.d. Schelling dl I fol 76
Jaartallenindex

scepenen in Haerlem oorkonden dat Martijn Gheryt Allynsz.z huwelijks voorwaarden gemaakt heeft met Machteld Jacob Hughenzdochter met haar broeder Pieter Roeper als voogd. Machteld brengt aan haar man ½ van de navolgende goederen, gemeen en onderdeeld met haar broeder Pieter Roeper: 1) een weer lants ter Lede gelegen, gelt 11 Wilh sc sjaars, 2) een camp lants an die meer, ghelt 6 Wilh sc sjaars, 3) een camp lants an de Rijn gelegen, groot 8 morgen, gelt 7 W.sc, 4) een camp lants van 6½ morgen, gelt 5½ W.sc, 5) een weer lants ter Goudersluyze gelegen, groot 8 morgen ende gelt 8 Beyers gld, 6) tot Delft 8 W.sc sjaars, 7) 12 Wilh sc an erfrenten binnen Haerlem, 8) een boomgaert getaxeert voor 16 W.sc sjaars, 9) die huysinge mitten erve in die Beghinenstrate, 10) die huysinge mitten erve in St Jansstege ende Machteld en haar broeder Pieter nu ter tijt woenlic bezeten hebben, met imboedel, kleinodien. Zoals Machtelts moeder dat metter dood ontruimd heeft, 11) een ½ camp lants int Roesenpriyeel, gelt 7 Wilh sc sjaars, 12) ¼ deel van 3 campen lants onderdeelt en gemeen liggende met coman Dirc, ende ghelt 2½ Eng nobel sjaars. Wat Machteld verder nog bezit, is van deze inbreng uitgesloten

Pieter Jordensz (zegel: een kruis, in elk kanton een roos [?]) en Jan van Huessen, schepenen

Vuren, van | 1558-11-27

R.A.H. Coll Aanw 134 Caput ZH fol 175v-180
Achternamenindex

huwelijksvoorwaarden tussen jhr Johan van Asperen en jvr Maria van Roon: inbreng van Johan: - huis en hofstede met heerlijkheid gelegen op Vueren, 80 Kar gld sjaers, - 20 morgen op Vueren, die morgen jaerlix geldende 7 Kar gld, - een tiende gelegen op Deijl, geldende ± 200 Kar gld sjaars; - hofstat binnen Vueren, geldende 25 Kar gld sjaers, - tiende op Enspijck, 80 Kar gld sjaers, - 10 morgen op West [?], geldende 6 Kar gld, - op Horwijen 3 morgen, die morgen geldende 7 Kar gld sjaers. Pieter van Roon heer van Pendrecht geeft: rente van 300 Kar gld, zij erft de helft van hun goederen o.a. huis in den Hage, een rente van 300 Kar gld

Goessen van Santwijck vt Pieck heer tot Thienhoven, Goessen van Honsselar en Cornelis van Wyngaarden, vrienden van Johan; Raes van Roen, Vincent van Lochorst en mr Gysbrecht van Hogendorp, vrienden en magen van Maria van Roon, en haar moeder Johanna van Schoonhoven

1553-07-25 |

R.A.H. Coll Aanw 466 fol 56-61v/Leenregister Brederode fol 39v
Jaartallenindex

Franciscus Nicolai de Delft, secretarius opidi Amstelredamensis etc, instrumenteert het testament van Frederic Jeroensz, poorter van Amsterdam, waarbij hij Joost, mr Pieter, Henrick, Elisabeth en Catharine, zijn 3 zoons en 2 dochters, tot zijn erfgenamen institueert. De erflater is borg voor Joost, voor zekere jaarlixe losrenten van 110 gld sjaars, waarvan hij niet bevrijd is, ja zelfs de renten sedert enige jaren heeft moeten betalen. Joost zal derhalve eerst zijn broeders en zusters hiervan moeten bevrijden. De 1000 Kar gld die hij aan Joost ten huwelijk gegeven heeft, en al hetgene hij nog verder voor Joost betaald heeft, zal deze moeten inbrengen. Het leen door hem gehouden van de heer van Brederode, nl de Vrye Nesse, groot 40 morgen, bij Bodegraven, verdeelt hij in drien tussen Joost, mr Pieter en Henrick. In recompensatie hiervoor ontvangen de dochters 800 Kar gld. Mr Pieter wordt vrijgesteld van elke inbreng. De schulden die hij na Jeroen Gerijtsz zijn vaders dood geind heeft, komen ook toe aan Jan Jeroens zijn broeder en Hillegond Gerijts syns broeders dochter, Aan Katherine Jan Jeroenszdochter vermaakt hij 150 Kar gld, waarvoor een lijfrente te kopen waaraan haar vader zijn lijftocht heeft. Aan de kinderen van Hillegond voors. ook 150 gld ter cause als boven. Hillegond [niet haar man Jacob] behoudt haar lijftocht hieraan. Aan de arme Huiszittens van Edam bespreekt hij 50 Kar gld. Aldus gedaen ten huize van mij notaris publicq gestaen in de Bagynesteeg te Aemstelredam, in presentie van Jan van Glasen en Henrick Haeck, poorters van Amsterdam als getuigen (vgl 1548-08-30, 1663-10-06)

1492-04-16 |

R.A.H. Coll Aanw 110 Caput Zeeland fol 24v-27
Jaartallenindex

notaris Thomas f. Theoderici de Medemblik instrumenteert het testament van Nicolaus f. Jacobi Bartholomei alias de Waert. Hetgeen waarover hij niet beschikt heeft, stelt hij in handen van zijn zoons en dochters etc. Verder ordonneert hij als zijn uiterste wil dat: 1) zijn zoon mr Jacob zal hebben de heerlijkheid van Vossemair tegen een inbreng van 1100 R gld, 2) Adam Claesz zal hebben de heerlijkheid van Natairs zoals die nu aan zijn vader Claes toebehoort, en ½ van 7½£ 4 scell gr Vls sjaars bij denselven Claes gekocht. Hiervoor zal hij ook 1100 R gld in de boedel moeten brengen, 3) Jan Splinter zal hebben ½ van alsulke vijf hoecke tienden met den rapinge in St Joostland en polre. Hiervoor zal hij inbrengen 700 R gld; 4) item noch soo heeft Claes in leengoeden ter lossing 4£ 16 schell gr sjaars op die goeden van Jan van Doerninck gelegen in Vossemair. Die zal hebben zijn dochter Alyt Claesdochter; zij moet inbrengen zoveel als die losbrief inhoudt, 5) van zijn zoon Jacob Claesz is zijn uiterste wille ende meijninge en oock die uyterste wille ende meyninge van zijn moeder jvr Marie Jacobsdochter van Bleyswyck, dat Jacob Claesz erven zal van zijn ouders 1000 R gld ende dat te vermeerderen bij zijn gezette voogden als mr Lambrecht Jacobsz en Vranck Jacobsz, gebroederen, ende Claes van Ossche [Essche ?], rentmeester van N. Holland, en Dirk Symonsz. Als leenmannen van Vossemaer zijn erbij geroepen Dammas Symonsz en Jacob van Bleyswyck om dit testament te bezegelen. Als voogden van zijn zoon Jacob Claesz stelt hij hen tevens aan tot zijn testamentators. Jacobus Nicolai, senior filius, gaat accoord met dit testament van zijn vader en belooft het uit te voeren. Acta et facta in oppido Delfensi in domo inhabitationis dicti testatoris, stante in platea anteriori (vgl 1484-07-19, 1493-06-11)

presentibus domino Heermanno, praesbitero, Theoderico Johannis Sonck, Joanne Gerardi, sartore, incolis oppidanis oppidi Delfensis