23 resultaten
Botman | 1632-07-26
Arch. Gecomm Raden van het Noorderquartier Inv 51
Achternamenindex
losrenten kantoor Enkhuizen: verschijndag 07-27, Jacob Maertsz Botman fl 400 - fl 16; 1645-05-19/05-27: idem fl 1500 - fl 60; 1648-11-05/11-12: idem onder beloften dat deze brief met versterven van Dieuw Claas, syn jegenwoordige huysvrouw sal komen te erven op de aelmoeseniers der stede Enchuysen
1562-06-20 |
Leenregister Huis ten Bosch bij Uitermeer 138 bis afd 2 fol 11
Jaartallenindex
Gheertruydt van Liere als voogdes over haar onmondige zoon Anthonis van Duvenvoorde oorkondt dat Pouwels Jansz haar heeft opgedragen in presentie van zijn jegenwoordige huysvrouwe als actie van lyftochte daertoe hebbende, 2 morgen lands gelegen in den gherechte van Maersseveen, belend boven: Maersselaen hoeren kerckwech, beneden: Jan Pouwelsz. Vervolgens wordt Jacob Harmansz hiermede beleend tot een onversterfelijk erfleen (vgl 1551-06-25)
t.o.v. Luytger van Drolshagen, Aernt Jansz [van Dorschen]
1580-12-30 |
G.A. Haarlem N 184 fol 99/Cartul Leprooshuis Haarlem
Haarlem Algemeen
schepenen in Haerlem oorkonden dat Anna Claesdochter, eermaels weduwe van wilen Haijck Jansz van Heemstede, ten overstaen van Gerrit Reijersz Lantman, haer jegenwoordige man en voogd, opgaf ten vrijen eigen aan de Leproosmeesters buiten Haarlem, een stucke lants gelegen buyten die cleyne Houtpoort binnen de vrijheid der stad, groot ± 1 morgen, belend west: mr Dirck van Bekesteijn, noord: de erfgenamen van Floris Huijgenz, oost: de cleyne Houtwech, ende die Baene an die zuidzijde. Daar deze opdracht gedaan wordt tot zekerheid voor een jaarlijksche rente van 6 Kar gld van 40 groten Vlaems, losbaar met 100 Kar gld, daer van eene andere brieffve gheweest ende bij de troubelen oft anders verloren ende wech geworden es, soe es expresselyck bevorwaert indien den voors. ouden brieff tot eeniger tijt weder te voorschijn soude mogen coomen, dat mette zelve oude brieff blyvende in hoere cracht ende vigoris des jegenwoordige gecasseert ende te niete wesen sal. Bezegeld den naest lesten Decembris in den jare 1580
Jacob Ysbrantsz en Jan Gael Claesz, schepenen
1570-11-03 |
G.A. Haarlem Not Arch Protocol 1 fol 35
Haarlem Algemeen
compareerde Edele joncheer Floris van Vliet here tot Woerden, ende heeft hem geconstitueert appellant ende appelleert mids desen aen de Groote Rade van Mechelen van zekere sententie gewesen by den Hove van Holland op den 26e Octobris in dit jegenwoordige jaar van zeventig, ten voordeel van jouffrou Sibilla, van Ameron, weduwe van heer Gerrit van Vliet, ende ten achterdele van hem appellant die griefven daarom in tyden en wylen te decuceeren ende verclaeren, versoucken etc
1547-09-28 |
R.A.H. Coll Aanw 251 fol 747/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
"overmits de uytlandicheyt van de heer van Cruyninge ende van Heenvliet, ende dat oock die commissie van den jegenwoordige bailliu van Heenvliet Joest van Ratyngen geexpireert is, ende ten eynde de justitie aldaer gevordert ende de voors. jurisdictie nyet rechteloes en blijve", zo continueert het Hof Joest van Ratingen omme als baljuw en schout van Heenvliet mette mannen ende schepenen resp. in criminele en civile saecken rechten justitie te helpen administreren, tot anders van wege de voors. here van Cruyningen zal worden geordonneerd
1545-11-06 |
R.A.H. Coll Aanw 250 fol 416v/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
14 personen die Jacob Holy, baljuw van Bloys, den Hove gepresenteerd heeft, om daaruit 7 personen te eligeren die met de baljuw het jegenwoordige jaar recht en justitie moeten administreren, zo kiest het Hof: Aerst Gerytsz, Lambrecht Geerytsz (Schoonhoven), Gysbrecht Airtsz Schyff, Frans Symonsz (Haestrecht), Gysbrecht Claesz (aaen de Vlist), Jan Pieter Ellertsz (Allertsz, tot Stolwyck), Jan Laurysz (Barchambacht); niet geeligeert: Govert Fransz, Cornelis Maertsz, te Schoonhoven, Jan Govertsz, Dirik Wynen, tot Haestrecht, Cornelis Meesz, aen de Vlist, Pieter Mathysz, tot Stolwyck, Michiel Claesz in Barchambacht
1557-09-06 |
R.A.H. Coll Aanw 260 fol 207/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
alsoe Gysbrecht van Wyngaerden, jegenwoordige bailliu van den Hage, tselve zyn officie van bailliuscap dicwijls verlaet als hij oick noch tegenwoordig doet in zulker voegen dattet officie onbeheert en onbedient leyt, zoo hebben die van den Rade ende Rekeninge in Holland ontboden Aernt van Duvenvoorde en Pieter van Halmale als borgen voor de voors. van Wyngaarden, en hebben hun scherpelijk bevolen en gelast hierin te voorzien. Zij hebben dit nu gedaan door Lodewijk Cheraerts, geboren van Mechelen, voor te dragen voor het ambt. Het Hof belast Lodewijk Cheraerts nu bij provisie met dit ambt
1567-10-29 |
R.A.H. Coll Aanw 138 Caput Sticht etc fol 27
Jaartallenindex
op huyden compareerde in de registercamer en griffie van den leenhove van Holland: heer Dirck van Zuylen, here van der Zevender, ridder, en geeft volmacht aan Adriaen Willemsz van der Criep, porcureur postulant voor den Hove van Holland, om over te dragen zijn leen van 8 morgen land in den lande van Woirden in den schoutambacht van Geersdorp ende van den Oudenlande, daer die heren van Oudemunster te Utrecht boven naest geland zijn, streckende uytten Ryn aen den Brydyckschen dyck, met het verzoek om zijn dochter jvr Elisabeth, jegenwoordige huisvrouw van de heer van Noortich, daarmede te belenen (vgl 1568-04-23)
ondert. C. Oem
1554-03-11 (1553) |
R.A.H. Coll Aanw 466 fol 66/Leenregister Brederode fol 46v
Jaartallenindex
Reynoult van Brederode oorkondt dat Jan Oom van Wyngaarden als man en wettelijke voogd van Catrijn van Zijl, hem opdroeg tbv Willem Dircsz Noet van Bodegraven 3 morgen land in Bodegraven, an die noordzijde van den Ryn op die Westerendyck, belend oost: Johan Claesz mit een erfpacht toekomende de heren van St Pieter te Utrecht, zuidwest: Johan Pietersz mit erve ende mit eygen. Willem wordt er vervolgens mede beleend tot een onversterfelijk erfleen, behoudelyk Swaenken Albrechtsdochter, des voors. Willems jegenwoordige huisvrouw, haar lijftocht hieraan, alsoe tselve leen uijten gemeenen boedel gecoft is (vgl 1562-12-07)
getuigen: Cornelis Stalpert v.d. Wiele, rentmeester generaal van Kennemerland, Jan van Schoten, leenmannen van Holland
1582-08-02
folio 193v
Transportregister Haarlem
Marytgen Jacobsdochter, moeije en erfgename van Jacob Jacobsz linnenwever, t.o.v. Willem Aerntsz, volder, als haar gecoren voogd, overmits Jan Jansz haer jegenwoordige man van haer diverteert, verkoopt Willem Fransz, linnenwever, een ledich erve daer een huijs op gestaen heeft en in den groten brande verbrant es, gelegen op t Cleyne Heylige land, aen d'een zide: Willem Fransz zelf, aen d'ander zide: Marytgen Ysbrantsdochter, Willem Jan Florisz weduwe, achter streckende aen de voors. Willem Fransz. Belast met 12sc sjaars. Koopsom 30 Kar gld