19 resultaten

1442-12-31 |

R.A.H. Coll Aanw 101 Caput N.H. fol 47
Jaartallenindex

hertog Philips oorkondt dat Pieter Jorgelsz gemaakt heeft in rechter douairie en lijftocht: Willem synre jongher dochter, 4 Eng. nobels sjaars uit het leengoed dat Pieter van de grafelijkheid van Holland houdt. Na haar dood zal deze 4 Eng. nobels weer aan de erfgenamen van Pieter voorn. terugkomen. Prestentibus: Wassenaer, Ghent, Zyl, v.d. Mye

Coppe Diddenz | 1334

Rek Rentmeester Noordholland
Voornamenindex

van landhuur in Pinackerambacht, in Catwijc: Coppe Diddenzs kinderen 3sc 10d 24 oct (p 193); inVlieland: Diddekijn Dirxz 5 ½ sc ord 29 oct (p 194), Han Diddenz d'ouder 7sc 7d mite (p 195); in Pinacker: Pieter Jan Diddenz.z 5sc 8 ½ d 10 oct (p 198); in Cortendorp: Jan Diddenz die jongher 4sc 5½d 20 oct, in Cortendorp: Jan Diddenz die jongher 4sc 5½d 20 oct (p 198); in die Leede: Jan Diddenz 2d (p 199)

Baer, van | 1360

Bijdr en Meded Gelre 1911 p 69
Achternamenindex

Didderic heer van Zulen, ridder, oorkondt dat hij wegens zijn gevangenschap verzoend is met Dirk graaf van Meurs [zijn zwager], onder voorwaarde dat hij en zijn vrouw Margaretha "vertichnisse doen zullen van der heerscap van Baer etc. so van der alder vrouwen van Baer, soe van der jongher ofte van went daeraen gevallen macht" tbv Dirk graaf van Meurs

1470-11-08 |

A.R.A. Leenkamer 39 Copie fol 182v/Reg Charolais ingestoken papier
Jaartallenindex

Heyman Jan Roeloffsz heeft versocht an minen genad. here als heere van Schoonrewoerd 4 morgen land op Boeyncoop in t 3e weer, hem aangekomen van zijn vader Jan Roelofsz, dair hij seyt Bruininck van Buschuys[en] opgegeven te hebben 5 R gld. Et hoc affirmavit cum. Ende omdat Heijman een jongh arm knecht is, ende twee jongher broederkyns heeft, die onder allen anders geen goet en hebben, so bidt hij in t manboeck gesteltte worden sine litteris (vgl 1467-04-30

1508-02-15 |

R.A.H. Coll Aanw 114 Caput Zeeland, Voorne fol 34v
Jaartallenindex

Karel oorkondt dat onse welgeminde Lodewyck van Treslongh Raessenz te kennen geeft dat wijlen jvr Johanne heren Jan des bastaertsdochter van Bloys, des voors. Lodewycx oude moeije, in leven in leen gehouden heeft van de grafelijkheid, ½ van 1/12 deel van alle heerlijcheden en tienden van den alingen lande van Vosmaer. Ende ½ van alsulcken tienden als gelegen syn in onsen lande van Schakerlo, ende geheten zijn eerst den Dalemschen polre, dat nieuwland daeraen gelegen en Heynrick Kempkenszoon houck gelegen achter Claes Lanchtolen, om na haar dood te komen op haar broeder heer Lodewyk van Treslong, en na zijn dood op Joris van Treslong, synen jongher zoon, indien hij zijn vader overleefde, en op deszelfs kinderen. Ende storve Joris kinderloos, op Joris' oudste broeder. Na dode van jvr Janne is het voorn. leen gekomen op heer Lodewyk van Treslong, en na synder doot den voors. Joris van Treslong, synen jongher zoon, die uijtlandich was, soo dat Raesse van Treslong, des voors. Joris' broeder, outste naest hem, hulde voor Joris deed. Karel beleent nu Lodewyck van Treslongh Raessenz met de lenen, te houden tot een onversterfelijk erfleen. De ½ heerlijkheid te verheergewaden met een paar witte handschoen. De ½ van de tienden van Schakerlo met een rode sperwer

present: mr Bertout van Assendelft, Crispyn Jansz, mr Floris Dirksz, cleen Jan Bruyn

1437-08-24 |

R.A.H. no 97 fol 113/Lenen Margaretha van Bourgondië fol 55v
Jaartallenindex

Margriete van Bourgondië beleent Jan van Loenresloot met sulcke tienden als Wouter Koevoet van Bonendaell gegeven en bewyst syn van heren Jan van Arckell, van hem te houden tot een recht erfleen. Gelegen tussen Hoencoperssluse ende heren Gheryts tiende van den Vliet, streckende op ter Yssel afterwaerts langes aen Hoincoop, nae utwysinge der ouder hantvesten ende brieve die daerof sijn, aen welcker tiende Jan voirn. in rechter erffenisse als een jongher brueder voirt aenwyst ende ghegoet, en die manschap daeroff gecomen is aan die grafelijkheid van Holland en daarna aan ons.

dit is ghesiet by onser ghetruwen gouverneur van onse duytse duwarie heer Geryt van Poelgeest; leenmannen van de grafelijkheid: die here van Yselsteyn, Jacob van Alckemade, Jan van Spernewoude

1493-06-11 |

R.A.H. Coll Aanw 110 Caput Zeeland fol 29v
Jaartallenindex

Max. en Philips belenen Adam Claesz na makinge en dode van zijn vader Claes Jacobsz alias de Waert met de ambachtsheerlijkheid van den lande van Natairs, met ambachtsgevolg en ambachtsrecht, met boeten van 10 £ toe, met thienden, visserijen, vogelrijen en anders toebehoren. En daartoe nog 20 gemeten Vroonland gelegen in den lande van Natairs, ende die middeldycken tussen Dreysschor en Zonnemair gelegen tegen den lande van Natairs. Te houden tot een onverversterfelijk erfleen, ende voort in alle maniere gelyck vrouwe Janne van Yselsteijn dat bij dode van haar broeder Gysbrecht van Yselsteyn voor ende by haer overgifte Jan van Vianen van Rijsenburch, haer jongher zoon ende by deszelfs Jans van Vianens overgifte Claes Jacob Berthelmeusz voors. daer na dat gehouden hebben ende verliet is

1463-08-04 |

A.R.A. Copie Leenkamer 39 fol 88v/Reg Charolais fol 45
Jaartallenindex

Anthonis Michielsz beleent heer Jan Pietersz van Bairwairde, priester, met ½ van 3 lynen lants gelegen in Stollairtsdijck, en ½ van 3 lynen van der westhyende van Spikenisse. Hem aanbestorven bij dode van zijn broeder Claes Pietersz, ende daer denselven heren Jan dat wederdeel af toebehoort. Welcke Stollairtsdyck met zyn toebehoeren en thyenden men pleecht te deylen nae costumen ende ghewoenten elcs in 30½ lyne, leen van Putten, te houden tot een onversterfelijk erfleen, na heer Jan's dood te comen op eenen persoon den outsten ende den naesten in der maechscip, dairt of neder gecomen is, ende altijt op ten jongher man voir die ouder vrouwen vrouwspersoon, daer sij beyde in gelycken graede staan. Voor heer Jan doet hulde zijn broeder Willem Pietersz van Bairwairde

present: Jan van Noortich van der Boechorst, Willem Symon Vredericxz, Hendrik van der Laen

1429-11-03 | Akersloot

Arch Abdij Egmond Inv no 220
Jaartallenindex

Renier Doevenz oorkondt dat hij ontfangen heeft van der abt van Egmond tot een erfleen niet te versterven tot enen eerste lit toe, alzulck goed als mijn vader te leen plach te houden in den ban van Akersloot. In den eersten 3 gaerden lants op Rijp, streckende van den Westdijck totten Gerslade tusschen Giescen ende is geheten Vroenland. Item 4 gerden an den noortzyde van Vierhuusen streckende an dat grasland voirs. Item 2 geerse an die zuidzijde van Romersdyck ende is geheten dyckevenne. Ende dit voirscr goet sal altoes comen op minen oudsten ende minen naeste van miner rechter zwairtzide, ende ymmer die jongher man die voirhand te hebben voor dat ouder wyf daer sij beide even na zijn. Zegel: een achtpuntige ster, daaroverheen een barensteel van 3 hangers

1411 |

R.A.H. Coll Aanw 96 fol 108v/Reg Tricushandt Caput Amstelland en Waterland no 6
Jaartallenindex

Barthout Pieterszoon ontfaen vier morghen landts gheheten die Corte maden, gelegen after Loonen, ten erffliene, ende des sijn brieven, behoudelijck dat hijze erven sal op Katherijne sijnre jongher dochter die hij heeft bij Clemeysen sijnen wijve, ende Clemeyse vooirn. hout oic 10£ sjaers uter zomerbede van Hairlem etc. Quaere in Kenmerlant. Item Berthout voirs. hout noch een stucke landts gheleghen in den banne van Oesthusen, gheheten Adaemsveen, erfleen. Et sunt literae anno XI. Item een stucke lants geheten Coelvoet, et sunt litterae Hertoge Aelbrecht anno 1372, etiam Ducis W. anno XI. In margine: Berthout is gestorven ende syn dochter Katherijn heeft ontfaen, ut patet in registro 20 April XXIX. Dese 4 mergen ende heftse niet ontfaen want sij seyde dat sijse niet en wist te vinden. Item sij hout noch meer, dat hoir aengecomen is van Clemeijnse Berthout Pieterszoens [van der Beets ?] wijf, hore moeder, ut patet ante in Kermerlant