4 resultaten
1433-06-19 |
Cartul St Jan Haarlem no 1005
Jaartallenindex
Haedwy Egghebrechtsdochter van Cranenburch, Meijns Jansz weedwij, oorkondt dat zij gehuurd heeft van Jan van der Hove, als rentmeester van St Jan te Haarlem, 5 morgen lands in Monsterambocht in den Poeldijck ende ic in den voer jaren gebruuct heb om 3½ Eng nobel. De morgen om 3sc, voor 10 jaar, ingaande anno 1434
1310-07-17 |
G.A. Haarlem 35 dl I no 27, 28, 29/Cartul St Jan Haarlem 1 fol 14
Haarlem Algemeen
magister Gherardus de Tetrode, canunnik van St Marie te Utrecht, verzoekt den bisschop bevestiging van de schenking van zijn goederen aan St Jan, nl domus meas et mansiones cum areis earundem in Harlem sitas prout ibidem nunc sunt constructe … cum bonisueis sitis in parrochia de Monsterambocht in Northollant. Met bericht over deze afstand aan providis et discretis baliuis, scabinis consulibus totique communitati opidi Herlem et parochie de Monsterambacht in Noorthollant. Met bevestiging van den bisschop
medebezegeld door dominus Gherardus dictus Albus, proost en dominus Rodolphus dictus van der Borgh, canonicus ecclesie de St Marie
1438-07-15 |
G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 393/Arch Nieuwe Nonnen Amsterdam
Jaartallenindex
Jan van der Mije oorkondt dat hij een pangel aangegaan heeft met zuster Hillegont Gerytsdochter, priorisse van het Oude Nonnenconvent bij Amsterdam en het gemeene convent, van alsulken lande als ic op dese tijt leggende hebbe int Moynevelt gelegen t Apcoude in der parochije van St Pieter t'Utrecht, also groot als het hem toebehoort, ende is wat minder dan die helft van den Moynenveldt voirs, met al zijn rechten opter huysinge die dairop staen, ende oick tot ½ mergen lants gelegen bij den dorp van Abquoude, die Claes Jan Bouijnszoon op dese tijt gebruict. Hiervoor hebben sii mij weder overgegeven alsulke 9½ morgen lants als sij leggende hebben ghehadt tot deser tijt toe tot Quynshuel in den ambacht van der Wateringe ende nu ter tijt bruyct Jan Airntsz wonende in Monsterambocht, mit alsulken afterstalle als enige van ons beijden op dese tijt sinen lantzaten gebreken mach (vgl 1330-11-17)
zegel van Jan van der Mije: 3 meerbladen (2,1) [?]
1399-04-07 | o.a. Spaarnwoude
R.A.H. Coll Aanw 47 fol 584v/Reg Albrecht V fol 331; Arch Marquette 1106 no 323, 320/Cartul Assumburg
Jaartallenindex
hertog Albrecht oorkondt "want bi dode Vrouwe Vrouwen Kuyneren Bertelmeesdochter uter Wijck die Heeren Bertouts wijf van Assendelf plach te wesen, dier God genedich sij, aen ons besturven alsulcke lande ende goede als hiernae geschreven staen, ende sij van ons tot eenen rechten lyen te houden plach. Dat is te weten 27 mergen lants gelegen in den Poeldijck in Monsterambocht, ende 24 maden lants gelegen tot Sparenwoude, ende 4 hoet ghersten die sij jaerlix te hebben plach uyt onsen tiende van Nijenlant ende van Eenichburch. De hertog verkoopt nu dit goed ten vrijen eigen aan Heeren Bertout van Assendelf, behoudeliken Bertelmeus wijf uter Wijc hore lyftochte aen die goede voors. also lange als sij leven sal, na inhout hore brieven. Op 9 April d.a.v. draagt heer Bertout de genoemde 4 hoet geerst uit de tienden van Nyenlande en Enichburch weer aan de hertog op en ontvangt ze weer ten onversterfelijken erfleen
Rade en mannen: Heer Philips van Wassener burchgrave van Leyden, Heer Florens van Borsselen