Bedoelde u soms?
omgeven | opgave | opgaven | opgegeven | opgeheven | opgevoed | ophoven | oppeen

5 resultaten

1432-02-18 |

Kroniek Hist Gen Utrecht jg 1852 p 102, 105, 99/Cleve
Jaartallenindex

Adolph hertog van Cleve en graaf van der Marck beleent Johan heren toe Ghemen mitter borgh te Ghemen, overste ende nederste, myt vorborchten ende anders mit allen vestigen, die dair syn ende gemaict mogen werden. Ende mit der vaighdien over dat guet, guede ende lude ende gestichtz ende cloisters tot Vreden mit oiren tobehoringen, tot Zutphensen rechte. Johan zal dit leen niet mogen "opseggen noch opgeven" alvorens 6000 goede ende Vrancr en Keyserse schilden betaald te hebben. Johan heer tho Gemen bevestigt eodem die deze belening. Op de dag daarvoor had Johan heer to Gemen zich met heer Adolph verzoend. Op p 99 vindt men de gebreken die de hertog heeft an Johan van Gemen

mannen: Borghart Stecke, Juden Molenbroick, heer Wessel praist to Wisschel, Gerlach van Voshem, Elbert van Alphein heer te Hoenpel, Ludolph van Schonenvelt geheiten van Graistorp, Wolter Kirskorff; voor Johan zegelen: joncker Borchard Stecke, Ingen Molenbroick, Gerlaich van Vossem, Elbert van Alphen heer tot Hoenpel, Ludolph van Schonenvelt geheiten van Graesdorp, Wolter Kirskorff, Derick Heymerich

Dalem, van | 1541-06-15

Arch Nassau Domeinraad regest 3024
Achternamenindex

Cornelis Jacop Thomasz, secretaris van Donghen, geeft op verzoek van Willem van Donghen op, wat hij over 1536 voor diens moeder Belije van der Dussen heeft ontvangen aan kapoenen, ganzen, hoenders en cijns, met de opmerking, dat hij niet kan opgeven wat er aan cijns opgebracht behoord te worden, daar het cijnsboek bij Belije van der dussen berust. N.B. met adviezen van de rentmeesters van Breda en Oosterhout vastgehecht aan de brief d.d. 1541-02/01

1527-09-18 |

R.A.H. Coll Aanw 117 Caput N.H. fol 33
Jaartallenindex

Karel oorkondt dat voor zijn lieve en getrouwe Raad Frederik van Renesse here van Malle, stadhouder van onse leenen, Albrecht van Raephorst, schiltknape, maakte tot lijftocht voor zijn huisvrouw jvr Marie van Foreest, in recompense van seeckere heure goeden bij hem in synen nootsaecke vercoft, t huys tot Raephorst met allen den huijsraet daerinne wesende, met selver, ende anders niet daerof uytgesondert, mitten boomgaert ende mitte drift ende weyden binnen en buyten den cingel, ende hierboven nog 200 R gld op en uijt alle de goederen van Raephorst, met halff die levering die men uyt den duynen en lantpachten t huys van Raephorst jaerlix levert, om die als zij haar man overleeft haar leven lang te gebruiken. Hierin ook gerekent de 100 R gld per jaar die Aelbrecht haar voortyts onder sijn hantteyken gemaakt had. Hertrouwt zij dan moet zij de lijftocht opgeven behalve de 200 R gld per jaar, die zij haar leven lang mag behouden. Karel confirmeert deze making

Boekel/Bokel | 1366-10-06

Reg Rotterdam en Schieland no 897
Achternamenindex

Wilhelmus de Reno, geestelijke en keizerlijk notaris oorkondt, dat Hugo abt van het klooster van Egmond verklaart heeft, nadat ook Jacobus gezegd Buekel was verschenen, dat over zekere tiende te Scoenreloe de abt beslist had dat deze vervallen waren aan het klooster Egmond en Jacobus niet gerechtigd was en een vergoeding voor de inbreuk schuldig was; voorts dat Jacobus zijn aanspraken moest opgeven op de tiende van het ambacht van Boekelsdijc, evenzo op de tiende in het kerspel van Ouderschie en gedeeltelijk in het kerspel van Scoenreloe, waartoe het voornoemde klooster ook gerechtigd was, aan welke beslissing Jacobus beloofde zich te zullen onderwerpen

1452-01-04 |

Arch Abdij Egmond Inv no 236
Jaartallenindex

Vranck Roelofsz, Geryt Rombout, jonge Geryt Rombout, Oetger Roelofsz, Danel Allertsz, Jacob Allertsz ende Mathijs Allertsz oorkonden dat zij gehuurd hebben van den abt van Egmond land te Assendelft: 1) des Abts zeven made en 2 geersen daeran, 2) ½ gers in Bairten venne, 3) den dyckvenne, 4) die Ryedwairt, 5) Jansweer datte Thuerweer geheten is, 6) 2 geersen die legghen an Pieter Willem Veren venne, 7) 4 een winters geersen ende hiet t Verdolven lant, 8) des abts lant butendyck datter thant bij de Veer gelegen is [het water tussen Assendelft en Heemskerk: het Ye !]. Negen jaar lank, elk jaar om 30 Eng nobels. Voert so sullen wi maken des abtsdyck van Egmond die hij leggende heeft in den ambacht van Assendelft gedurende deze 9 jaren, utgeseijt den dijck van der 3½ gaerden lants die Vreric Aerntsz in huyrwaer heeft, ende den dijck van een eenwinter gers dat in huyrwaer lest hadde Gelys Claesz. Ende ter laetster scouwe op St Lambrechtsdach als dit lande voers. uter huyr gaet, soe sullen wy den abt etc den dijck mitten staende werck opgeven ende overleveren. Daar zij zelf geen zegel hebben, zegelt Claes Tamisz "onsen scout van Assendelft" voor hen (vgl 1460-09-13)