13 resultaten
Zael | 1406-09-25
Inv Arch Hoorn Regest 141
Achternamenindex
Hugo Wouterusz, Ghiselbertus Dou, Paulus Albertusz, priesters, en Outgherus Michaelsz en Tidemannus Zael, bestuurders van een huis binnen Hoorn, oorkonden dat zij mannen opnemen die God willen dienen, waaronder de priesters Wilhelmus Allardusz en Fredericus Mathiasz
1552-07-03 |
Kroniek Hist Gen jg 1851 p 14/Arch Mathenesse
Jaartallenindex
overeenkomst tussen regeerders en procuratoren van het St Willebroirdshuis binnen Utrecht, en Reiner van Aiswijn heer van Gramsberg en Brakel, waarbij de eersten zich verbinden jaarlijks 1 of 2 jongens uit het land van Brakel in het huis en nieuwe collegie van St Willebrord te zullen opnemen en onderhouden
Adriaan van Renesse, domdeken, Johan van Duvenvoorde, domscholaster, Johan van Culemborg, heer van Rynswoude en de Vuurs, ridder, schout, Ernst van Nyenrode, ridder, burgemeester, Johan van Zwol, Gosen Jansz van Amersfoort
1543-10-08 |
C.W. Bruinvis: Aanv Inv Arch Alkmaar p 61 no 6a
Jaartallenindex
belofte van heer Ryck Gerrebrantsz en Mathijs Jongghen, poorters van Alkmaar, om aan burgemeesters van Alkmaar terug te geven den van hen bekomen brief, zodra Cornelis Dircsz de admissie van zijn priesterlijke staat zal hebben ontvangen, of te verbeuren zoveel geld als nodig is om een jaarlijkserente van 24 Kar gld te koopen, daartoe verbindende al hun goederen; belovende Cornelis Dircsz met den brief, inhoudende de jaarlijkse rente van St Christoffels gelde en altaar, generlei renten of penningen te zullen opnemen
1414-04-30 |
R.A. Arnhem Inv Arch Doornenburg regest 31
Jaartallenindex
Dirck die Greef en zijn vrouw [hier komma plaatsen] Gherit, en Willem die Greef beloven aan heer Dirck van Bilant, ridder, dat zij op diens aanmaning een rente van 3 oude schilden sjaars zullen kopen, in verband met de door hen gevestigde rente van dit bedrag op hun land en hofstad, die zij in leen hebben van heer Dirck voorn, en dat zij deze rente in dit leen zullen opnemen. In de Inventaris staat: Dirck de Greeff en zijn zoons Gerrit en Willem
1553-09-18 |
Bijdr Bisdom Haarlem dl 16 no 245/Arch Zijlklooster Haarlem
Jaartallenindex
Aeriaen Jacobsz te Dordrecht schrijft aan zijn zuster Maerry Jacobsdochter, non in het Zijlklooster te Haarlem, dat hij het aan Maerry toekomende aandeel in de erfenis van hun moeder door een vrouw genaamd Ghelbich in het Zijlklooster heeft laten brengen om dat erfelijk te bezitten, hoewel hij daartoe niet verplicht was, aangezien het klooster volgens recht slechts het vruchtgebruik mocht hebben zolang Maerry leefde. Verder dat hij met de pater van het convent overeengekomen is dat hij 3 personen "van onser moeder bloede" in het klooster zal opnemen, ongeacht het feit of zij veel of weinig medebrengen. Verder zal de pater elk jaar een hoet rogge onder de armen laten verdeelen. Geschreven te Dordrecht 18 Sept, 1553, na scrijven der stede van Dordrecht
1529-12-15 |
R.A.H. Coll Aanw 118 Caput Z.H. fol 75-78
Jaartallenindex
Karel beleent jhr Cornelis van Bergen heer tot Zevenberge met de lenen hem aangekomen van zijn moeder vrouwe Maria: 1) slot, land en heerlijkheid van Zevenbergen c.a, tot een onversterfelijk erfleen. Onder voorwaarde dat hij geen ballingen uit Holland mag opnemen, en de stad mede moet betalen in de bede; 2) de heerlijkheid, hooge en lage mit thyns, tiende etc. van den Noordeloos en Slingeland gelegen in den Alblasserwaard in onsen lande van Zuid Holland, leen van Arkel; 3) die grooten Waert ende mit den gerechten manieren [!] ende tiende daertoe behorende, gelegen in Alblasserwaard in de kerspelen van Noordeloos en van Ni......., te houden tot een gerecht erfleen; 4) die heerlijkheid van Nicoop, in hoge- en lage gerechten, te houden tot een onversterfelijk erfleen; 5) dat huys tot Heemskerk, met al zijn toebehoren als duinen, molen, zwanen, en alle andere goeden en renten deze voors. huize toe behorende. Te houden tot een erfleen binnen aftersusterkind niet te versterven; 6) dat ambacht van Luttick Oosthuysen, zoals vrouwe Meijne van Heemskerck dat hield tot een onversterfelijk erfleen; 6) dat dorp van Etersem, te houden zoals Luttic Oosthuysen; 7) dat land van der Schellingh, met heerlijkheid, hoge en lage, tot een onversterfelijk erfleen. Arent Jansz van der Sluys doet als zijn gemachtigde de eed voor hem (vgl 1529-09-26)
Vincent Dammas, auditeur v.d. rekenkamer, Cornelis Barthout Jansz, Willem Pietersz Criep, Anthonie le Bucq, Hubrecht van Hoeff, Simon van der Does, leenmannen
1458-07-14 |
Bijdr Bisdom Haarlem dl 16 no 101/Arch Zijlklooster Haarlem
Haarlem Algemeen
schepenen in Hairlem oorkonden dat zij zich begeven hebben naar het Zylklooster te Haarlem, waar Alydt Philipsdochter, priores van het klooster, met haar voogd Simon van Noortich, met Dirck Zoeijersz overeengekomen is, dat het klooster Pieternelle, dochter van Dirck, als non zal opnemen. Dirck geeft hiertoe: eerst 2 R gld en ½ Eng nobel sjaars erfrenten, op Cornelis Willemsz die hantschoemakers huis ende erf gelegen opt Hoofft, tusschen Machtelt Geryt Mairtynszoens weduwe an deen zijde, die Heerstrate an dander zijde, afterwaerts streckende an Dirck Jansz de draeijer. Item 20 sc Holl sjaars op Willem Ghijsbrechtszoons huis ende erf gelegen in die grote Houtstraat, tusschen Dirck Jan Aerntsz.z an deen zijde, Dirck Willemsz den Coffermaker an dander zijde, afterwairts streckende an die Coninckstrate. Item 44 sc Holl sjaers op Baernt Baerntsz die tymmermans huis ende erf gelegen buijten om op Bakenesse, tusschen Claes Pietersz an deen zijde, Pieter Claes Oemenz an dander zijde, afterwairts streckende an Jacop Oetgherszoens erve. En verder nog 36sc Holl sjaars aan goede erfrenten op huizen en erven te Haerlem etc
Wouter van Bekesteyn en Pieter Thomasz, schepenen
1493-05-13 |
Bijdr Bisdom Haarlem dl 16 no 209, 210/Arch Zijklooster Haarlem fol 18
Haarlem Algemeen
schout, burgemeesters, schepenen en raden der stad Haarlem vergunnen aan broeder Jan Claesz, priester en rector van het Zylklooster, om dit klooster te vergrooten nl "om te moghen doen toeleggen en te betimmeren die steghe die aan deen zijde van t voors. cloester uit die Zylstraet gaende is met een bregge over die graft van die Raecx, ende oic diezelve bregge opnemen en afbreken ende alzoe hoir voirs. cloester ende convent te mogen meerderen en uit zetten, alzoe breet en alzoe verre als haer timmeradge van de huijsen mitte erve, die sij over dieselve steghe liggende ende staende hebben, streckende is, zij zouden en willen wederomme tot hare kosten een ander steghe mit een bregge over die graft van die Raecx doen maken en onderhouden an dander zyde van denzelven cloester, ut die voors. Zylstrate van die Zylbregge langs die oude Graft afgaende tot over die Raecxer graft, opdat die bueren, over die Raecx wonende, die gewoonlicke zijn die voors. steghe te broycken, daerbij niet vermindert noch verachtert en zouden wesen etc. Het Zijlklooster neemt deze voorwaarden aan
bezegeld met het zegel ter zake, en ook met die van Cornelis Croesinck, ridder, heer van Benthuijsen, houtvester, schout van Hairlem, Gheryt die Visscher en Ysbrant van Spaerwoude, schepenen van Hairlem
1589-10-25 |
G.A. Haarlem Recht Arch Inv no 83 fol 98, 98v
Haarlem Algemeen
schepenen in Haarlem oorkonden dat Thyman Meynerts, wettige huisvrouw van Cornelis Goossensz uyt de Kuijnder, wonende buiten de Schalkwykerpoort, geassisteerd met Frans Jansz portier van de Schalkwykerpoort als haar gecoren voogd in deze zake, mits haar man absent en God betert, gevangen is, verklaart, dat haar nicht Alyd Vechtersdochter weduwe Jan Thaemsz haer en den voors. haren man aen gereden gelde deuchdelicken bijgeleijt ende betaelt heeft de somma van 80 gld, doch dat zij comparant geen middelen heeft om dit bedrag terug te betalen. Zij belooft nu elk jaar 5 gld rente te betalen. Vervolgens erkent zij dat Lysbeth Thymans weduwe van Evert Jansz, haar moeije, "aan haar comparante in haren node tottet rantsoen daermede haer man zal gelost worden beijgeleijt en geleent heeft 100 Kar gld van 40 gr Vls t stuck", welcke penn. de voors haere mans moeder ook eensdeels van anderen hadde moeten opnemen, daeromme deselve hare moye van deselve penn. behoorlicken te verseeckeren, soe heeft zij comparante van deze dag af 6 gld 5st rente te betalen tot de 100 gld afgelost zijn
Pieter van Blanckeroort en Jan Schatter, schepenen
1458-02-20 (1457) |
Arch Grote Gasthuis Haarlem no 38/1 no 78/St Elisabethsgasthuis Haarlem
Haarlem Algemeen
schepenen in Haerlem oorkonden dat de gasthuismeesters van St Elisabethsgasthuis eener-, en Jan Mathysz voor zich zelf en als broeder en voogd van Alvraet Mathysdochter, daer hij voor loofde te waeren bij consent van Huyghe Jacobsz Cock als man en momber van Machtelt Mathijsdochter, aen die ander zijde, gelieden dat zij het navolgende overeengekomen zijn: 1) de gasthuismrs zullen hebben en behouden: a) 40 Wilh Holl scilde toebehorende Alvraet, die geteykent staen in den stede weeskinderboeck van Haerlem, b) ½ mat lants gelegen in Velzerbroeck, ende staet oeck in der voers. kinderboeck, getaxeert voor 15 Wilh scilde, c) 1 mat lants gelegen in Velzerbroeck, gecomen van Jan Mathijsz, getaxeert voor 30 Wilh scilden, d) 40 Wilh sc die t gasthuis voors. voiruit nemen sal na Jan Mathyszoons dood uit zijn reetsten goeden, 2) sterft Alveraet vóór Jan Matysz zoo zullen de gasthuismeesters "in tasten ende deylen in Jan Mathysz goeden in allen schijn als Alveraet dat gedaan zou hebben", behoudens dat de 20 W. sc weer ter deeling zullen komen. 3) de gasthuismrs zullen Alveraet in het zieken gasthuis opnemen en eten, dringken en kleeding bezorgen
Geryt van der Meer en Jan van Schoten, schepenen