Bedoelde u soms?
rakende | rekende | roede | roemde | roene | roerend | roerende | ronde | ruerende

16 resultaten

1429-04-01 |

G.A. Amsterdam Inv B.W. 574c regest 262/Cartul Carthuizers bij Amsterdam fol 35
Jaartallenindex

schepenen in Diemen oorkonden dat Jan Coppertsz erkende schuldig te zijn aan de Carthuizers bij Amsterdam 1 g.g. Wilh. Holl scilt j.r.t.e.e.p op drie morgen lants twe hont min ghelegen in die Rugheweide, in allen scijn als sij dair nu gelegen siin ende hi die tegen denselven Sartroijsers gecoft heeft ende voirt op alle sine guede rorende ende onrorende etc

Bruninc Meynertsz en Symon Isebrants, schepenen

1427-03-28 | Velsen, Santpoort

Arch Abdij Egmond Inv no 456
Jaartallenindex

Willem Andriesz en Clais die Visccher, gebroders, oorkonden dat zij hebben kwijtgescholden den abt van Egmond al het recht dat zij zich vermeten te hebben van sulken landen rorende van Russent Florys Zuijszoen. In den eersten een camptgen van een made voor die Hofgheest. Item noch een camptgen van een made voer die Santpoort. Item 1 ½ mat daijr buyten. Ende hiertoe alzulke landen als wij ons vermaten in Velsergeest

voor hen zegelen Geryt uten Haghe (een ankerkruis, rechts boven vergezeld van een …), schout van Velsen, Ysbrand Florysz (klimmende leeuw), schout van Sparendam

1429-11-06 | Assendelft

Arch Abdij Egmond Inv no 234
Jaartallenindex

Barthout here tot Assendelft, ridder, oorkondt dat de abt van Egmond hem "wel vernuecht ende voldaen heeft van alle sulke verbuernisse als 't godshuys van Egmond in voirtyden tegens minen ouders ende mi verbuert mach hebben, rorende van horen lande dat sij leggende hebben in den ban ende onder die heerlichede van Assendelf, dair sij den tinse niet of gegeven noch betaelt en souden hebben". Vervolgens vergunt hij de abdij deze landen ook voortaan tinsvrij te mogen bezitten

zegel van Barthoud van Assendelft: 1 en 4 stappend paard; 2 en 3 een kruis in elk kanton vergezeld van 3 mereltjes (2,1); zegel van zijn broer Dirc van Assendelft: idem

1427-03-28 | Velsen

Arch Abdij Egmond Inv no 457
Jaartallenindex

Jan Dirxz en Dirc Jansz oorkonden dat zij den abt van Egmond kwijtgescholden hebben met desen brieve voer ons ende voer onse evenknien die van Dirc Lysbetsoon gecomen syn van sinen live, alle sulc recht ende toesegghen als wij ons vermaten van sulken lande rorende van Dirc Lijsbettenz: 1) 1½ mad in den Dammeer, 2) ½ mat in die Cleyn hoghe made, 3) ⅓ made in Laenweer, 4) 4 geersen in Laechlant, 5) 1 mad in Abtsven en alle geestlanden die daartoe behoren, gelegen in de ban van Velsen

voor hen zegelen Geryt uten Haghe (een ankerkruis, rechts boven vergezeld van een ster [?]), schout van Velsen, Ysbrand Florysz (klimmende leeuw), schout van Sparendam

1467-12-29 |

G.A. Amsterdam Inv B.W. no 572a regest 503/Cartul Carthuizers bij Amsterdam fol 53v
Jaartallenindex

Martyn Jansz, scout van Sloten en Oesdorp, oorkondt dat Jacop Zibrantsz verklaard heeft "waaerborghe te wesen nae den rechte van den lande voir Meyns Claesz ende Aecht Peter Paeuwen wedue rorende van een huijs ende garde lants" dat de Carthuizers bij Amsterdam gekocht hebben van Meijns Claesz ende Meyns voorn. tevoren van Aechte voirs. met haar voogd Geryt Claesz gecoft heeft. Welke huijs ende lant voirsz belendet hebben west: Jan Claes Wiggersz, oost: die pater des Carthuserskloester. Dit voirsz. huijs ende lant gelovede Jacob voirs tot desen daghe toe vrij te wesen

1459-12-20 | Alkmaar

G.A. Alkmaar Klooster Oude Hof no 94 (in dorso no 32)/Vangassen no 414 p 236
Jaartallenindex

schepenen in Alcmair oorkonden dat Geryt Willemsz, Symon Pietersz, Claes die Wael en Jacop Jacopsz als kerkmeesters van de parochiekerk te Alcmair, erkennen schuldig te zijn aan de zusters van het Oude Begynhof binnen Alcmaer after die kerke, ½ sware Eng nobel rorende van dat erve dair die toirn op staat. Te betalen alle jaer op Alre Heyligendach. Ende dese pacht sal wesen ewich. Met een akte waarbij Aechte Jacobsdochter, mater et ministra, op zekere voorwaarden en tegen afstand van genoemde rente, een gedeelte van het erf in gebruik terugontvangt [zonder datum, ± 1487]

Vrederick Jansz (met zijn zegel) en Adriaen Woutersz (vier kepers met een barensteel van 3 hangers. Een stok eroverheen?), schepenen

1441-09-14 | Bakkum

Arch Abdij Egmond Inv no 239
Jaartallenindex

Willem, abt van Egmond, oorkondt dat hij terecht gezeten heeft met leenmannen tusken Loiff Pillegrimsz, onse leenman up die een syde ende Martijn Bouwijnsz op die andere sijde. Rorende van leengoede leggende in den ban van Backum: 6 gheerse lands, daer lende of zijn an die O.z Pouwels Jansz ende die memorie des Godshuis van Egmond, an die Z.z Jan Geryt Willemsz, an die N.z Pieter Jansz ende Aelbrecht Willemsz ende aen die W.z. die Castricummerwech. Martijn verschijnt niet en wordt "vellich" geoordeeld. verder worden de handvesten van Loiff in orde bevonden

zegels van: de abt (schild beladen met 2,1,3,1 bloemen of bladeren, vrijkwartier: dwarbalk, vergezeld van 3 (2,1) ….), Dirc Garbransz (klimmende leeuw), Wouter Buze (een kruis, in de beide bovenste kantons 3 (2,1) mereltjes, in de beide benedenste kantons 3 mereltjes elk, langs de schildrand), Willem uten Haghe (ankerkruis), Gheryt uten Haghe (idem), Jan Boen (3 smalle dwarsbalken beladen met St Andrieskruisjes, boven vergezeld van bolletjes), Garbrant van der Couster (fragment), Jan van Huessen (3 rozen boven vergezeld van een 6puntige ster)

Borre | 1425-06-29

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 424, 425v
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: Jan Bor Claes Bannenz maakt tot lijftocht voor zijn moeder Kerstine, de helft van alle goederen die hij van de abdij in leen houdt; "dit wederriep voor ons Jan voirs. na inhout des briefs hierna bescreven over dat ander blat"; 1425-12-11: hij herroept de lijftocht voor zijn moeder, "dat Jan voirs. ons voldaen heeft van alsulken wilkoer als hij an ons ghedaen rorende van sinen gheechten wive Margrieten Pilgrim Gosensdochter"

mannen: Gysbert Godscalc, Evert van Doenm; Gijsbert Godscalc, Roloff van Wisschel

Borre | 1423-03-15

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 120v
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: Jan Borre Claes Bannenz heeft kwijtgescholden "also teinghe lossinghe als Claes Banne, sijn vader, verset had, rorende van desen goede hier na beschreven. Doe dit ghedaen was rechtevoert quam joncfrou Alijt Florijsdochter van Cattenbroec mit horen gecoren momber, droeghen ons op ende gaven ons over de een camp lants gelegen op Seldert mitten Lodijc die daer after aan leyt", belend oost: de heren van St Pieter te utrecht, west: Evert Ricoutsz; de abt beleent vervolgens Risselt Dirc Goutsdochter

mannen: Timan de Lange, Evert Heijn, Jan Banne

1368-11-23 |

R.A.H. 44 fol 193/Reg Albrecht IV fol 116v
Haarlem Algemeen

dit is die maniere alse mijn heer hertogh Aelbrecht soude meynen dat die stede jof poirten van Hairlem soude vereffenen moghen op desen tijt van den eijsche die de vrouwe van Waterlant eyscht binnen der stede van Haerlem alse van den hopgelde, dat die stede aengenomen heeft. O.a. Voirt van dat die heer van Wesemale ende sijnre ghunres die om dese saken jof om eneghen dair ut rorende, belast, becommert of wedersien sijn van der stede jof Poorters van Hairlem, loesende quite wesen sullen ende al versoent, ende die stede ende poerters sellen weder vrij wesen sonder alle veede of aentale van den heer van Wesemale ende sijne ghunres etc