scelling | scellinge | schellinck | schelling | schellingen | schellinger | schellings | scheltinga
10 resultaten
1501-11-03 |
R.A.H. Coll Aanw 112 Caput Vriesland fol 16-22/Reg Archidux fol 4
Jaartallenindex
roerende heere Cornelis van Bergen aangaande der Schellinge in Vrieslandt
Vorenbroek, van | 1424-08-02
Reg Rotterdam en Schieland no 2197
Achternamenindex
schepenen van Rotterdam verklaren dat Godevaert Dirxsz schuldig is aan Ysbran Daemsz 7 schellinge 4 penn Holl per jaar uit 9 voeten van een erf gelegen in het oostvierendeel, buitendijks, belend oost: de erfgenamen van Aernt Vranckenz, west: Geerlof Jansz, elk met erf, strekkende voor van de halve straat tot in de haven
schepenen van Rotterdam: Willem Jan Heyenzsz en Jacob Dirc Rumerszsz
1421-03-24 | Terschelling
R.A.H. Coll Aanw 56 fol 46v/Reg in Beyeren IX fol 25
Jaartallenindex
hertog Johan oorkondt dat gravin Jacoba voortijts aan onse lieve ende getruwe ridder ende raet heer Gheryt van Heemskerck heere tot Oesthusen gegeven en verlyt heeft gehad die Schellinge in Vrieslant. Hertog Johan bevestigt nu deze belening, tot een onversterfelijk erfleen, te verheergewaden met een rode havik. Een huis aldaar te bouwen zal ook gehouden worden tot een onversterfelijk erfleen, en als 's graven open huis
1542-12-09 |
R.A.H. Coll Aanw 121 Caput Z.H. (?) 284v-287
Jaartallenindex
Cornelis van Bergen, bisschop van Luik, hertog van Bouillon, grave van Loon, heer tot Zevenbergen, Grevenbroec, Heeswyk, Millyn, Vorsselaer, Noordeloos, Nieucoop, Oosthuizen, Eterstein, der Schellinge, Heesbeen etc. verkoopt heer Gerrit heere van Assendelft, Heemskerk, ridder, een jaarlijkse eeuwige rente van 70 gouden Kar gld, te lossen met 1200 Kar gld, verzekerd op alle zijn goederen van Noordeloos, Eemskerk, Etersem. Hij geeft volmacht aan Willem van den Criep, Cornelis van Haeften, Adriaen van Lanelt en Jan Jansz mitte kinderen, procureurs postulerende voor den Hove van Holland dit te effectueren (vgl 1543-10-04, 1542-03-10)
1530-08-09 |
R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Vriesland fol 37v
Jaartallenindex
Karel beleent heer Karel grave van Egmond, heer tot Baer, Hoochtwoude, na dode van zijn vader grave Jan van Egmondt, met: 1) de ambachtsheerlijkheid van Sevenhuysen met toebehoren, 2) de ambachtsheerlijkheid van Segwaert, met ambachtsgevolg en toebehoren, 3) de ambachtsheerlijkheid van Berkel en Rodenrys, met renten, thynse en heerlycheid, en toebehoren, 4) de ambachtsheerlijkheid van Hogeveen, 5) de ambachtsheerlijkheid van Vuijterbuert, 6) item Amelandt gelegen an der Schellinge mit al zijn toebehoren, put ende galg, in hogen en lagen als een vrij heerlijkheid toe hoordt, uitgeseyt den zeevank ende de tollen. Van ons als heren en vrouwen van Vriesland te houden ten erfleen. Daer Karel onmondig is, doet Adriaen van Borsselen de eed. Op 1538-10-27 doet Karel graaf van Egmond zelf de eed
mr Barthoud van Assendelft, secretaris in onse Camer v.d. Rade, Augustyn van Teylingen, Cornelis Barthouds, leenmannen; 1538-10-27: Cornelis Berthout, Willem Criep, Anthoine le Bucq
1535-12-15 |
R.A.H. Coll Aanw 117 Caput N.H. fol 402
Jaartallenindex
Karel beleent mr Jacob Engebrechtsz van Eyndegeest, priester, na dode van zijn vader Enghebrecht Jacobsz, met: 1) een tiende gelegen in het ambacht van Oestgeest op de Meersche, gemeen met de abdis van Rynsburg, erfleen, 2) een tiende gelegen in in het ambacht van Oestgeest en van Rynsburg, groot en smal, onversterfelijk erfleen, 3) een hofstede mit cingelen, bomen en graften, groot 3 morgen lants in het ambacht van Coudekerk in den Hoogen Waert, belend oost, west, noord: Jacobs kinderen van den Woude met hun landen en erven, zuid: de Rijn, onversterfelijk erfleen, 4) 5 schellinge morgen lands in het ambacht van Vlaerdingen in de woninge van bruijckwaer van Claes Heyn, west: dat convent van Coninxvelt, oost: die Hoyer Huyxsche wech [!], zuid: Pieter Symonsz, noord: Jacob Gerritsz stierman, onversterfelijk erfleen. Zijn broeder Jan Engebrechtsz doet hulde en eed voor hem
Jasper van Treslong, Seger van Alveringen heer van Hofwegen, Cornelis Barthout, Willem Pietersz Criep, Anthoni le Bucq, leenmannen
1398-08-11 |
R.A.H. Coll Aanw 47 fol 526/Reg Albrecht V fol 291v/Van Mieris III p 686/G.A. Haarlem Inv Enschedé no 2138a p 277
Jaartallenindex
hertog Albrecht en zijn zoon Willem van Oostervant oorkonden "want onse lieve ende getrouwe Heer Arent Heer van Egmondt ende van Isselsteijn, ons Maerschalck, ende beleder van onsen heere geweest heeft op ons lant ende luyden van Oostvrieslandt, doen sij bedwongen worden ende in handen gingen, daer hij meenigen swaeren arbeyt ende trouwen dienst ons aengedaen ende bewijst heeft, die wij aensien willen ende niet en staet te vergeten: daerom dat wij hem gegeven hebben etc Amelant met al sijnen toebehooren, dat gelegen is aen die Schellinge. dats te verstaen putte ende galge in hoogen ende in lagen, als een vrije heerlycheyt toebehoort, uytgeseydt die zeevont ende die thollen, die houden wij aen ons selven. Item soo hebben wij hem mede gegeven dat utlant, geheten Bil dat aengeworpen es buytens dycx ende gelegen es tusschen Meynersgae ende St Mariengaerde, met sijne vrije heerlicheyt in hoogen ende lagen, gelijck van Amelant voorseyt es. Te houden ten erfleen. Gegeven tot Stavoren, Sonnendaeghs na St Lauwerensdach
1541-02-09 |
R.A.H. Coll Aanw 121 Caput Z.H. fol 155, 157v
Jaartallenindex
Cornelis van Bergen, heer tot Zevenbergen, Grevenbroeck, Heeswijk, Melin, Vorselare, Rethie, Lichtert, Noordeloos, Nieucoop, Heemskerk, Oosthuizen, Ter Schellinge verkoopt aan de eersame Dirk van Assendelft (opschrift: heer van Bysoyen) 20 bunre lands gelegen in onsen lande en heerlijkheid van Zevenbergen, elke bonder tot 1½ morgen lands gerekt, te weten in onsen lande t welck noch onbewinterdijckt ligt etc. Koopsom 4000 Kar gld. De twintig bunre voors. te vertynsen met een erfchijns van 3 gr Vls. Waarborg: de heerlijkheid Zevenbergen. Hij verzoekt de keizer deze verkoop te approberen, en geeft volmacht aan Willem van der Criep, Adriaen van Lavelle en Jan mette kinderen, procureurs in den Hove van Holland, de benodigde stappen daartoe te doen. Op 1541-02-17 compareert voor de stadhouder van lenen Adriaen de Lavella, procureur-postulant voor den Hove van Holland, namens heer Cornelis voors. en stelt tot waarborg voor Dirk van Assendelft heer van Besoyen, onse schiltknape, ter vrijwaring voor de koop die laatstgenoemde gedaan heeft van 20 bunder lands, de heerlijkheid Zevenbergen, hetgeen thans geconfirmeerd wordt
1539-06-26 |
R.A.H. Coll Aanw 121 Caput Z.H. fol 78v-81v
Jaartallenindex
Cornelis van Bergen, heer tot Zevenbergen, Grevenbroec, Heeswyk, Melyn, Vorsselaar, Rethi, Lachtert, Noordeloos, Nieucoop, Heemskerck, Oosthuizen, Ettersom, der Schellinge etc. oorkondt dat hij vermits een somma van 10000 Brab gld, die hem de Ed en Welgeb. heer Floris van Egmont, grave van Bueren, en heer Robbrecht, grave van der Marck en Arenberge en Philip Pienack, exec. test. van wijlen heer Erard van der Marck, Card. legaat en bisschop van Ludick, wij vercoft hebben een jaarlijkse en erfelijke rente van 500 Brab gld tbv Robbrecht, verzekerd op onze gorsinge genaamd den Moerdyck mitten prangeblock in onsen landen en heerlijkheid van Zevenbergen. Te lossen met 10000 gld Brab. Hij geeft commissie aan Roelof de Bever, onse camerling, mr Balthasar van Hogelande, advocaat, mr Jan Jansz Kinderen, procureur en onse dienaren in den Rade en Hove van Holland, om namens hem te compareren voor de Stadhouder, om namens hem het onderpand voor de rente te verbinden. Gegeven op onse huys Gurnichem. Op 1539-06-30 draagt Jan Jansz Kinderen de voors. rente op tbv jhr Robbrecht jonge grave van der Marck, Arenberg heer tot Egremont, gevestigd op het voors. onderpand, die er vervolgens mee beleend wordt, daar hij onmondig is, doet Fop Willemsz, rentmeester van zijn vader de heer van Arenberg, de leeneed voor zoon Robbrecht
leenmannen: mr Barthout van Assendelft, secretaris ordin. in de Camer van den Rade, Willem Criep
1539-09-23 |
R.A.H. Coll Aanw 122 Caput Kennemerland fol 24-27v, 28v, 30v
Jaartallenindex
Cornelis van Bergen, bisschop van Luik, hertog van Bouillon, grave van Burch Loen, heer tot Zevenbergen, Grevenbroec, Heeswyk, Heesbeen, Noordeloos, Nieucoop, Heemskerck, Oosthuizen, ter Schellinge etc. oorkondt dat hij vercoft heeft aan jvr Catharina van Assendelft, vrouwe douagiere van Helmond, een rente van 216 Kar gld per jaar, losbaar met 3456 Kar gld, speciaal verzekerd op zijn goeden tot Etershem, Eemskerck en Oosthuysen, Noordeloos en Nyeucoop. Daar men in Holland geen leengoed mag belasten zonder consent van de leenheer, stelt hij Willem van den Criep, Adriaen van Lavelt en Jan Jansz mitten kinderen, procureurs in den Hove van Holland, om uit zijn naam voor het leenhof te compareren en ook voor het Hof van Holland om zich in deze rente te laten condempneren. Op 1539-11-03~ geeft het Hof deze condempnatie. Op 1539-11-03 oorkondt de keizer dat Adriaen van Lanelt, procureur als voren, tbv jvr Catharina van Assendelft opdroeg een jaarlijkse rente van 216 gouden Kar gld ter losse met 3456 Kar gld, en dat hij haar beleend heeft. Philips van Uytwijk, secretaris van den Hove van Holland, doet als haar gecoren voogd de eed. Op 1640-11-22 wordt deze brief gecasseerd, als afgelost door den advocaat van der Meer van Berendrecht, als executeur van den testament van den overleden heer van Marquette
get. Cornelis; R. Steynemolen; leenmannen: mr Willem van Zevender, Cornelis Barthouts, Willem Criep