Bedoelde u soms?
uterdyc | uterdyck | uterdycx | uterdyk

11 resultaten

1488-03-24 (1487) | Limmen, Ampegeest

R.A.H. Coll Aanw 516 B fol 211/Leenregister Egmond B fol 204
Jaartallenindex

Johan grave van Egmond geeft ten vrijen eygen aen Dirck van Tetrode de hofstede genaemt die Ampegeest met 9 morgen lands, die Noortweijde ende die Uyterdyck gelegen in den ban van Limmen, die hij in leen hield

1451-08-08 | Limmen

R.A.H. Coll Aanw 516 A fol 14/Leenregister Egmond A fol 15v
Jaartallenindex

Willem heer van Egmond oorkondt dat Huge van Tetroede gemaakt heeft tot lijftocht voor zijn vrouw Gerrit van Cranenbroeck Claesdochter, ½ van eenre hofstede de Ampegeest, die Noortweyde ende die Uyterdyck [Limmen]. Anno 1451 des naeste Sonnendags na St Petrusdag ad Vincula

1509-05-03 |

R.A.H. Coll Aanw 114 Caput Sticht fol 6v
Jaartallenindex

(stilo curiae !) Karel beleent Frans Heinrickz na dode van zijn vader Heinrick Ghysbrechtsz met ½ van 7 ½ hont lants ⅓ deel min, gelegen in die Snelle in een weer lands van 12 morgen in onsen lande van Woerden. Te houden tot een goed onversterfelijk erfleen. Te verheergewaden met een jaar pacht. Op denselven dach soo was denselven verlydt een boomgaert gelegen bij onser stede van Woerden in die Snelle, ende is een uyterdyck gelegen tussen den Ryn ende den dyck an die zuidzijde van den Ryn, ende belegen hebben oost: Vranck Paeuwen erfgenamen, ewst: Lysbeth Jacobszoons [!] weduwe. Tot een erfleen

hier waren over: Dirck van Boneem, Reynier Willem, cleen Jan Bruin

1410-06-16 |

R.A.H. Coll Aanw 516 B fol 33/Leenregister Egmond B fol 29
Jaartallenindex

int jaer 1410 quam Sybrant Claesz Evertsz voor Jacob Willemsz, myns Heere baillieu tot Egmond, en voor mannen en draagt op de leenwaar van de helft van een stuck lands onderdeelt, ende hiet die uyterdyck van Gerrit Heynkenweijde ende is gelegen in 't Noorteynde van Schermer, ende is tesamen 5 maden vierendeel min, tbv Jacob Huge Henrick Huge Rodez.z, welk land Sybrant in leen hield binnen aftersusterkint niet te versterven (zie het oude boek). Item anno 1449-01-02 is voor mijn Heer verschenen Henrick De Rode Jacobszoon en verzoekt het bovengenoemde leen en wordt ermee beleend

1528-04-02 |

R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Sticht fol 7
Jaartallenindex

Karel beleent Heindrick Fransen na dode van zijn vader Frans Heyndricsz met twee parceelkens van lenen: 1) een boomgaert gelegen bij onser stede van Woerden in de snelle, ende es een uyterdyck gelegen tussen den Rijn ende den dyck, aan de zuidzijde van de Ryn, belend oost: Heindrick Mertensz, west: Cornelis Jansz, te houden tot een erfleen; 2) ½ van 7½ hont lants ⅓ deel min, gelegen in de Snelle in een weer lants van 12 morgen, gelegen in onsen lande van Woerden, west: Clara en Lysbeth Heyndrixdochteren, oost: Jan Egbaertsz. Te houden tot een goed onversterfelijk erfleen

die heer van Beloel here tot Wassenaer, Floris van Assendelft, onse castelein van der Goude

1570-06-23 |

Arch Grote Gasthuis Haarlem Inv no 38/1 no 130
Jaartallenindex

schout en schepenen in den banne van Haerlemmerliede oorkonden dat de regenten van St Elisabethsgasthuis ter eenre, en Gerryt Jacobsz, buyerman te Haerlemmerliede anderzijds, de navolgende perceelen verdeeld hebben die zij tot nu toe gemeenschappelijk gebruikt hebben: 1) het gasthuis ontvangt het achterste stuk, groot 9½ hont stijff, belend oost: Gerryt Jacobsz met zijn deel, zuid en west: Jan Willemsz, noord: Willem Jan Steffensz met het cappelrylant van mr Willem Pietersz; des sal dit landt onderhouden de aenworpen, wech, en daer en boven utkeren in handen van Geryt Jacobsz voorn. op zijn gedeelte 40 Kar gld in gereed geld; 2) Gerrit Jacobsz ontvangt t Zaedtlande groot 1½ hont uyterdyck, belend oost: die binnenwech van Haerlemmerlyede, zuid: Jan Willemsz Vroutgens, west: het gasthuys met zijn gedeelte, noord: Willem Jan Steffensz met het cappelryelant van mr Willem Pietersz

Zijvert Cornelisz Schagen, schoudt, Gerryt Aelbertsz en Dirck Dircxz, schepenen

1464-09-30 |

R.A.H. Coll Aanw 103 Caput Vriesland fol 11v/Reg Et Finis fol 6v
Jaartallenindex

hertog Philips oorkondt dat Soyer Soyersz, onse schout van Nieulant, met recht en vonnis van schepenen en ook bij vonnis van leenmannen, Dirck Gherijtsz afgewonnen heeft voor zekere boete die hij verbeurd had, blykens brieven van schepenen van Valckencooch, eenige percelen land. Daar Soyer hiervoor grote kosten gemaakt heeft, verkoopt de hertog hem deze, nl 2 geersen lands in den banne van Valckenkoech, geheten Tollenvenne, daer lenden af is noord: Pieter Willemsz, zuid: Claes Jansz. Item noch 8 snees ende 3 snees saetlants gelegen in denselven banne, lendenen noord: Meynairt Jansz, zuid: Gairwairt (?). Ende noch 2 geersen lants in denselven banne in een stucke lants geheten den Uyterdyck, daer lenden of is west: Pieter Willemsz, oost: Meynert Jansz. De hertog beleent Soyer Soyersz voorn met dit land tot een onversterfelijk erfleen, te verheergewaden met een blanche heect of 10 schell. Soyer betaalt hiervoor 26 Rinsche gld

1438-11-01 | Limmen, Egmond

R.A.H. Coll Aanw 516 B fol 44v/Leenregister Egmond B fol 39~
Jaartallenindex

Johan heer tot Egmond oorkondt dat ons van onse swager Heynrick van Tetrode Dirxsen bij gekomen is, hoe hij in voortijden onse lieve Heer en vader geleyd heeft gehad een handvest van sulcke goede als hij van onse hofstede te leen gehouden heeft, ende dat dieselve handvesten bij versuymenisse verloren gebleven is. Johan heeft nu in zijn registers bevonden dat hij in leen houdt een hofstede met toebehoren ende den Hoij camper geest, die Noorderweyde ende die uyterdyck gelegen binnen den ban van Limmen, belent an diezuidzijde Willem Jansz en Willem Stevens met 9 morgen lands die zij voortijts bij consent ten vrijen eygen daaruijt gekoft hebben, an die noordzijde die Sterven [!], an die westzijde Claes Jacobsz, ende an die oostzijde: Heynrick Jacobsz. Henrick van Tetrode voors. wordt vervolgens hiermede beleend tot een onversterfelijk erfleen, te verheergewaden met een rode sparwer. Gegeven op onsen huyse t'Egmond

mannen: Jan Jacobsz present [!], Floris Jansz van Koetenburg

1523-05-06 |

R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Vriesland fol 34
Jaartallenindex

Karel beleent Hercke Simon Gerritsz, na dode van zijn moeder Ave Soyersdochter, met: 1) een camp lants geheten Gerrit Jansz camp, gelegen in de ban van Valckencooch, groot 1 ½ gaersen lants, oost: Ils Jansz erven, west: Cornelis Riddersz, 2) 4 geersen lants gelegen in denselven ban in een stuk lants geheten "die Zantoirt", gemengder aerde met zijn zuster met 55 of 56 geersen lants, ongecavelt, belend west: Claes Dircsz, noord: Jan Luytgensz, 3) 2 geersen lants in de ban van Eenichburch, noord: Allert Hermansz, zuid: Evert Jansz, 4) 2 geersen lants in de ban van Valckencooch, geheten "Tollenvenne", belend noord: die kerke van Valkencooch, zuid: Doede Jan Doedez, 5) 8 sneesen en 3 sneesen zaetland in de zelve ban, zuid: Jacob Pietersz, noord: Pieter Claesz, 6) 2 geersen lands gelegen in denselven ban in een stuk landt geheten "den Uyterdyck", west: Jacob Pieter Heerenz, oost: Pieter Claesz. Te houden tot een onversterfelijk erfleen

leenmannen: Vincent Dammas, clerck ordinaris v.d. camer van onser reeckening, Cornelis Barthouts, Ysbrand Thou

1478-01-10 |

Arch Marquette no 1106/Cartul Assumburg no 303
Jaartallenindex

Aernt van Duvoirde oorkondt dat mijn lieve neve Jan van Assendelft hem heeft opgedragen ten vrijen eigen de navolgende landen: 1) 2 croften leggende op Robbinck in den banne van Schoirle, belent oost: Jan Voppenz, zuid: Engel Willem Oelmersweduwe, noord: Aernt Hughenzone, west: die wildernisse, 2) die helfte leggende gemeen mits Griete Claes Jacobs weduwe binnen den ban van Camp ende int schout ambacht van Schoirle voirs, geheeten den Uyterdyck, ende heeft belent noord: Griete selve, noordoost: Vrederick Symonsz, west: Jan van Alckemade, zuidoost: Symon jonge Jans, 3) die helft van een stucke weydelants gemeen mitten selve Griete, geheyten die Oude Leije, gelegen in den ban van Schoerle, belent noord: Jan Pieter Jans erffnamen, oost: mijn heere den abt van Egmondt, zuid: Roemer Ysbrantsz ende Vrederick Symonsz, 4) een stucke weyde lants gelegen in den ban van Groede, geheyten die verdolven camp, daer lenden off zijn noord: Heze [Lieze ?] van den Vene, west: Willen Obfaertszoons weduwe, zuid: Willem van Adrichem, noord [!]: Jan Reynersz. En hij verteech daarop, ende dit al in compensatie voor het feit dat Aernt aan Jan kwijtgescholden en ten eygen gegeven heeft 7 morgen lands gelegen bij der stede van Delff tot Delffgauwe, gecomen van Aelbrecht van Raephorst Diricxz, ende die hij [Jan] van mij te leene houdende was. Aernt beleent Jan vervolgens wederom met de door hem opgedragen landen tot een onversterfelijk erfleen, te verheergewaden met een rode sperwer of 10 schell Holl (vgl 1486-11-28)

hier waren over: Dirick van Duvoirde, mijn broeder, Dirick van Duvoirde Aerntsz, Dirick Potter van der Loo, leenmannen van de grafelijkheid van Holland; bezegeld door de oorkonder