10 resultaten
1467-04-24 |
A.R.A. Leenkamer 39 Copie fol 177/Reg Charolais fol 90v/Lede en Schoonrewoerd
Jaartallenindex
mr Anthonis Michielsz beleent Gheertruydt Willemsdochter met 4 morgen land gelegen op Boeycoip in dat 26e weer, en noch 14 hont lands mede gelegen op Boeyecoop in 't 27ste weer, die sij van de heerlijkheid Lede en Schoonrewoert in leen houdt. Hulde en manschap doet voor haar Govert Stevensz als haar voogd, durende 9 jaar lang na deser verlijinge
mannen: Marcelys van Spyck, Heynrick Dierout
1418-05-26 |
R.A.H. 54 fol 149/(Privilegia) fol 46 (!)/Van Riemsdijk no 46
Jaartallenindex
verliede mijn ghenedighe Vrouwe etc heeren Bairtout van Assendelf alle alsulcke goede als hij van der graeffelyckheid van Hollandt houdende is, nae inhoudt synre brieven. In margine: omdat die mannen hier vergeten off versuymt sijn te setten die bij dese verlijinge waren, soo heeft Heere Berthout sijn leen anderwerff versocht ende het is hem noch eens verliet. Quaere in Registro in Aprille anno XXIX ....... XVIII
1428 | Katwoude
R.A.H. Coll Aanw 99 fol 25v Caput Amstelland en Waterland/Novum Registrum
Jaartallenindex
Willem die Gribber Jacopssoon: 3 deymde lants mitter huysinge die dairop staet, gelegen op Catwoude ende belegen hebben mit erve Tyman Zael ende Ysbrant van den Veen an die westsyde, ende Catherijn Claes Tedincssoens wijf mit hoeren kinderen an die oestsijde, ten erflien. Item dat ⅓ deel van 17 dyemde lants gelegen op Catwoude voirs. ende geheten sijn Willem Gribbersvenne, streckende an die Purmer, ten erflien, et sunt litterae. Willem die Gribber Jacobssoon is een verlijinge gedaen van desen goede op 1442-04-14
1404-09-21 |
R.A.H. Coll Aanw 48 fol 82/Reg 1401-1404 fol 60v
Jaartallenindex
hertog Albrecht consenteert en confirmeert met desen brieve al sulcke verlijinge als Jan van Zaenden tot anderen tiden gedaan heeft Simon van Zaenden, sinen broeder ende sinen rechten leenvolger, als van 9 Eng nobels per jaar, van hem voirt te leen te houden ende jaerlix te bueren uten tiende van Groede, die Jan van Zaenden in sinen levenden live van ons als van enen overheer van denselver tiende te leen helt, ende geloven Yde Symonsdochter van Zaenden in denselven renten te houden en te stercken naer inhoud des brieves daer deselve Symon, hare vader, mede verlied waren
1436-04-12 |
R.A.H. Coll Aanw 465 fol 37v, fol 38/Leenregister Brederode fol 22v, 23
Jaartallenindex
Reynalt heer tot Brederode beleent Dirck van Hoijenpijl Aerntszoon met die wooninge tot Rodenrijsen mit 18 morgen lants gelegen in den ambacht van der Ouder Scije, daer naest gelegen is noord: een weer lants geheten die Rauwe Weyde, oost: die lantsceijding, zuid: na uijtwijsinge der ouder verlijinge Jan Herman, Peter Herman Jan Danielszoon ende die Heylige Geest van der Ouder Scije, streckende dat Westeijnde in die Schije, te houden tot sulcken recht ende leen ende in allen schijn als Dirc van Hodenpijl, ridder, des voors. Dircs oudevader, die voorg. woninge en 18 morgen lants van onsen voervaderen te houden plach. Te verheergewaden met een rode sperwer. Hetzelfde volgt nogmaals met de datum 1436-04-12, gegeven in den Hage
actum: Henric van Vijanen, Ghisebrecht van Bloemendael
1459-10-10 |
A.R.A. Leenkamer Copie 32 fol 8v, 9v, 10/Reg Charolais fol 5v
Jaartallenindex
Anthonis Michielsz beleent q.q. Symon Vrederick met 6 blocken tienden gelegen in den lande van Putten in den ambacht van Westenryck op Drinckwaert, tussen den Oistvolgerwech ende den middelweersrecht (weg) daer den werf van Drinckwaerde in gelegen is, die hij van de jonker van Gaesbeek here van Putten in leen te houden placht. Te houden tot een onversterfelijk erfleen. Te verheergewaden met een rode sperwer of 10 schell Holl daarvoor. Eodem die maakt Symon Vrederick ½ van dit voors. leen tot lijftocht voor zijn huisvrouw Aechte Dircksdochter van der Does. De heer van Charolais belooft haar daarin te sterken en handhaven. Op tenselven dach en jaer is Symon voirn. 6 bloecken thyende verlyet ende verleent in den lande van Putte in den ambacht van Westenryck op Drenckwaerde, tussen den middelweerswech enden den Oistvolgher wech, daer den werf van Olaerts mat in gelegen is, sprekende van woorde te woorde als in de voors. verlijinge
present: mr Henrick van der Mije, leenman van Charolais, Willem van Braekell, Ghysbrecht van der Mije, leenmannen van Holland
1428 | Alkmaar
R.A.H. Coll Aanw 99 fol 62 Caput Kennemerland/Novum Registrum
Jaartallenindex
joncfrou Machtelt van der Beedse: die helft van een huysinge ende erve staende binnen der vrijheyt van Alcmair, die hoir anbestorven sijn bij dode Peter Heeren Dircssoens, daer die ander helft of houden Peter Heeren Dircssoens voirs. kinder, want Peter dese husinge opdroech minen Heer van Oestervant eer hij Grave van Hollant wort, ende dair sijn brieven of houden, tot eenen onversterfeliken lien, te verheergewaden mit eenen rooden sperwair. Praedicta domicella relevavit idem a Domina 1429-12-26. Joncfrou Machtelt d'ouwer dochter des joncfrou Machtilden voirs ende Peters Heeren Dircssoens: ¼ deel van den voirs huyse ende erve, dair hoir broeder dat ander ¼ deel sculdigh is of te houden, te houden ende te verheergewaden als voirs is. Quaere in registro 1429-12-26. Joncfrou Alijt hoir beyder doghter, joncfr. Machtelt ende Peters heeren Dircssoons: van den anderen ¼ deel van den huze ende erve voirs is hoir een uytsettinge gegeven duerende een jair langh na datum s briefs van hoire moeders verlijinge
1415-03-26 (1414) |
Genealogie v.d. Does Voorburg fol 49/Fam Arch Bredius/R.A.H. Coll Aanw 53 fol …/Leenregister
Jaartallenindex
hertog Willem oorkondt dat wij om ootmoedichs vervolchs wille Symon van der Does, ende om sonderlinge diensten die hij ons gedaen heeft ende noch doen mach, gegeven ende verleent hebben mit desen brief Lijsbetten, zynre dochter die hij heeft by J. Marien van den Wateringe, syn wyve, omtrent 22 morgen lands, gelegen in Maeslantsambacht, die ons aengecomen sijn bij dode Jans van den Werve, die se van ons ten rechten leene hielt. Item een wooninge mit sijn begrype [?] ende omtrent 12 morgen lants daertoe, gelegen in Voorburgerambacht, die toter hofstat van der Lee te behoren plagen, ende Claes Doe nu ter tijt in huyrware heeft, die ons mede aengecomen sijn van Jan van den Werve als voors. staat. Te houden jvr Lysbette voirs voor haar en haar nacomelingen tot enen rechten leen. Mit voirwaerde waert dat Lysbet voirn. tot eniger tijt hijlic dede buten onsen consent ende wille, soe soude dese gifte ende verlijinge doot ende teniet wesen, ende die voirs. goeden souden weder an ons comen
present: die Burchgrave van Leiden, Willem Eggert heer tot Purmereynde, onse thesaurier
1463-07-06 |
A.R.A. Copie Leenkamer 39 fol 87/Reg Charolais fol 44v
Jaartallenindex
Anthonis Michielsz oorkondt: alsoe Robbrecht van Dronghelen Pietersz myn genad. heren van Charolais met een supplicatie te kennen gegeven heeft, hoe dat wijlen joncheer Jacob heer tot Gaesbeek, tot Put ende tot Stryen, mit zynen brieven gheoorloift hadde, dat soe wanneer Henrick van Dronghelen, zyn broeder, voor hem quame en overgave tot synre behoef, die twee tiende nvan Biervliet ende Vrieslandt, gelegen in den lande van Putten, die hij van hem als here van Putten in leen hield, dat hij hem dan die verlijen en verlenen sall ende hem dairaff brieven geven. Ende hoewel dat zyn broeder Hendrik van Drongelen dat alsoo voir mynen joncheren gedaen hadde, soe en hadde hij tot noch toe geen brieve van verlijinge kunnen krijgen, hoewel hij er tot veel stonden om gevraagd hadde, hoewel hij nochtans de tiende gebruicte en besat. Hij verzoekt nu wederom belening. Ende want Robbrecht de brief vertoond heeft en ook de possessie van de twee tienden uitgenomen ⅛ deel en ⅓ deel van ⅛ deel die Robbrecht reeds bij tyden myns joncheren van Gaesbeek overgegeven heeft, ende op dese tijt bruyct en te leen houdt een genoemd Jan Vastairtsz. Zo is het dat ik nu Robbrecht van Drongelen beleend heb met de twee tienden van Biervliet en Vryesland, uitgenomen ⅛ deel en ⅓ deel van ⅛ deel als voors. is. Te houden tot een erfleen, leen van Putten
present: Symon Vrederick, leenman van Charolais, Jan van Zwieten, leenman van Holland, bij gebreke van leenmannen van Charolais
1376~ (1390<) |
R.A.H. Coll Aanw 50 fol 151/Reg B B Bloys ingestoken papierken tussen fol 178, 179
Jaartallenindex
Jan van Brakel als bailju heeft eenen eygendom ontfaen tot myns liefs heren behoef van Bloys, van heren Staesken van Brakel, van vive mergen lands, daer heer Steeskin mijns heeren man of geworden is, alsoe alst gelegen is met eenre hoefstede ende uterdyck in sijns selfs ambocht van Langeraecke, belend an die overen egge: Goijer Ghisebrechtsz, daer her Steeskin den eygendom of heeft, beneden: Aernt van Diest
hier waren over: Scout Eggaert Godevairtsz, geburen: Pieter Herman, Goijer Ghisebrechtsz, Lambrecht Lysbettenz, Jan Lysbettenz. Mannen over der verlijinge van mier vrouwen duwarie van Langeraec: Goijer Ghisebrechtsz, Gheryt Claesz