17 resultaten

1447-11-13 |

R.A.H. Coll Aanw 221 fol 49/Memoriale Bossaert 1447-1448 fol 23v
Jaartallenindex

soe geloefde den Rade Melis van Loenen dat hij tot alre tijd als hij des vermaent zal worden incomen zal in den Hage

Raaphorst, van | 1409-12-20

Rechtspraak Graaf van Holland II p 244/VII; R.A.H. Coll Aanw 71 fol 113v/ Memoriale B.C. fol 83 (doorgehaald)
Achternamenindex

Dirc van Raephorst en Philips Enghebrechtszs beloven zelf in den Hage te komen "tot alre tijt als hun mijn here of sijn tresorier dat vermaent in allen schijn als hi up die tijt was, sonder argelist"

Pauw | 1584-07-14

Schepenrol van Monnikendam 3537
Achternamenindex

schepenen condempneren Pau Jisbrantsz den schout zijn boeten te betaelen van dat hij tweemael vermaent zijnde, niet off geschooten heeft; 07-21: schepenen condempneren Pau Jisbrantsz den schout te betaelen 5 stuvers ter cause van off schijeten als voren op de boete van thyen stuvers

1409-01-21 (1408) |

R.A.H. Coll Aanw 71 fol 48/Memoriale B.C. fol 33v
Jaartallenindex

Gheryt Claeszoon van den Veen, van Alcmaer, seeckerde en geloefde op sijn lijf en goed, dat hij van alle breuken etc die hij begaan mocht hebben, ter antwoirde en te rechte sal staen, daer hem die tresorier sal wijsen, tot alre tyt alse t hem van mijns heren wegen vermaent sal worden, en beteren dat men hem dairof of winnen mach

1332-08-09 |

A.R.A. Copie Leenkamer no 27 fol 78v/L.R. 11 fol 27v
Jaartallenindex

graaf Willem oorkondt: dat hij Ghisebrecht Florensz van Medenblick ghegheven heeft 3 £ Holl per jaar ten rechten leen, uit te betalen door de baljuw tot Medenbleke. Eodem die heeft graaf Willem aan Volkaerd Yevenz van Medenblick 3 £ Holl per jaar in rechten leen. Ende hierbij sall hij altoes gereet wesen op onsen huijse te coomen ende trouwelyk daerop te bliven, soe wilke tyt dat hijs vermaent worde van onsen wege

1439-05-06 |

R.A.H. Coll Aanw no 100 fol 129
Jaartallenindex

soe quam Rembrant Claes Eggensoen in den Hage an die Rade mijns genad. Heeren om sijn leen te versoucken, te weten een huys mit een werve gelegen ende een erve staende binnen onsen banne van Westwoude, die hij tot een onversterfelijk leen houdt, te verheergewaden met een rode sperwer of 13 oude Vlaamsche grooten daarvoor. Dair hem die Rade voirs. een utsettinge of gedaen hebben ter tijt toe des hij van myns genad. Heeren mondeling vermaent sal werden

1439-04-30 | Valkoog

R.A.H. Coll Aanw no 100 fol 129
Jaartallenindex

is gecomen Soyer Willemszoon in den Hage om te versoucken alsulck goet, als hij van myn gen. Heer te leen houdende is, te weten een huysinge ende hofstede gelegen int Nieuwelant, ende 12 gheersen lants gelegen in Valckenkoech. Tot een erfleen. ende want men hem op die tijt geen verlij doen en mochte soe is hem een utsettinge gedaen dat hij mit wanenverosucke niet versuymen en sal ter tijt toe des hij van myns genad. Heer wegen weder vermaent sal worden

1519-08-18 |

R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Sticht etc fol 14v
Jaartallenindex

Karel beleent jvr Anna van Herf na dode van haar oude vader heer Jan van Renisse van Renouwe met dat ambacht ende heerlijkheid binnen de stad van Utrecht onder die Laickensnijders mit thynse ende andere toebehoren. Te houden tot een onversterfelijk erfleen. Anthuenis Kievit doet de eed voor haar, welverstaende dat haer gerechte voogd ons t allen tijden als hij des van onsen t wegen vermaent sal worden, ons selver gehouden sal worden hulde, eed en manschap te doen. Opschrift: jvr Anna van Herf, huisvrouwe Willems van Rossum (vgl 1519-08-08)

Gysbrecht van Lovesteijn, Jacob Coppier, Cornelis Bertouts, mr Cornelis Anthunisz, Herman van Schoenwinckel, leenmannen

1428 | Edam, Zeevang

R.A.H. Coll Aanw 99 fol 6 Caput Amstelland en Waterland/Novum Registrum
Jaartallenindex

Jan Claes Brunensoon, Garbrant Jan Claes Brunens.s: een dyemde lants gelegen in den banne van Yedam in den Zeevanck, binnen aftersusterkint niet te versterven. Et sunt litterae. Johannes obiit, Gherbrandus ejus filius relevavit ut patet in registro 1412-07-16, libro III no 89. Idem relevavit a domina ducissa Jacoba 1433-03-06, ut patet libro IX no 167. Idem heeft geweest in den Haghe om sijn leen te ontfanghen van mijnen genadigen Heer op ten 20e dagh in Maerte anno 1439, secundum cursum Curiae (1440-03-20), ende hem wert een uijtsettinge gedaen tot des hij dat vermaent worde van mijns Heeren wegen

1420-02-16 (1419) |

R.A.H. Coll Aanw 74 fol 135v/Memoriale B.K. fol 29v
Jaartallenindex

hertog Johan oorkondt "want Costijn Gillisz v.d. Goude ende Oudsier, sijn broeder, beijde of hoer lyf en goet an hande ons getruwen tresoriers geloeft ende gewilcoert hebben tot alre tijt als hij t hem vermaent, bi hem te comen in een van onsen steden in Holland of in Zeelant, daer hij t hem weten sal laten, ende sij veylich comen mogen ende te beteren bi hem, so wes men hem in der waerheyt ondervinden sal, dat hi tegen ons ende onser heerlicheyt gebrueckt moge hebben". De hertog beveelt zijn baljuwen etc voirtmeer geen recht te vorderen noch vonnisse te wisen om yemants wille die die aenspreken mach in enigerwys voir die tijt dat sij gescheijden sullen wesen in der maten voirs. Gegeven op 16 Febr. anno 1419 sec. Curs. Curiae