10 resultaten
1550 (4) |
G.A. Haarlem Inv I no 1633/Cartul H Geest Haarlem
Jaartallenindex
Een stucke lants van 3 maden maer en zeijt niet van wien ghecomen uytgheseyt het register van de jare XIVc ende een dat zeer confuijs is, twelck zeyt van drie maden lants in den Hanger tot Aelbresberge, die Claes Bollaert waren, ende nae t vervolch van de huyrluijden schynt dat het dit lant weze wil (fol 19)
1434-04-19 |
Coll Aanw 204 fol 423v, 424/Mem Rosa II fol 158, 158v
Jaartallenindex
gaf mijn heer geleide mr Aernt van Dorp met 4 knechten, durende tot St Martynsdage e.k. Item Claes van Werder is dach geset te antwoorden op ten vervolch dat hij gedaen heeft an den Rade met synen brieven op een deel van Werderbroeck, op des Dinxdages na beloken Paschen e.k. Item is overdragen dat men Dirc van Haerlem ontbieden sal te antwoorden tegen Ripprant Wybrantsz op tez. Sonnendages, drie weken na Paschen e.k.
1429-11-10 |
R.A.H. Coll Aanw 56 fol 215/Reg in Beyeren IX fol 112
Jaartallenindex
gravin Jacoba geeft om oetmoedich vervolch ende bedeswille ons dagelicx Dieners ende huysgesinde Colijns ons meester Cocs aan Beatrys Heijmansdochter van der Laen Colyns voerscr getruwede wijve, tot een vrij eigen alle alsulcke hofsteden mitten huysingen dairopstaende als gelegen sijn bij der kercke van Maeslant, tusschen dat Goidshuys van Maeslant ende een weer lants dat Bokel Heynricssoen van onser grafelijkheid te houden plach, welke hofsteden etc haar aangekomen en bestorven sijn bij dode Heymmans hoirs vaders, die ze in leen hield bij zijn leven, en zij daarna
1447-09-09 |
G.A. Amsterdam Inv B.W. 574a regest 379/Arch Carth bij Amsterdam
Jaartallenindex
schout en scepenen in Weesperkerspel oorkonden dat Ghysbert Ghijsbertsz en Lambert Ghijsbertsz, ghebroederen, verkocht hebben aan de Carthuizers bij Amsterdam, elcx ½ morghen lants gheleghen in Heyn Busen saet, daer aen die zuidzijde naest bi ghelant is Janne Mans lant, noord: Jan Claes Roelofsz.z. Ter zelver stond hebben zij aan de Carthuizers bij Amsterdam kwijtgescholden "alle sulke toesegghen als sij hebben moghen tot die morghen lants gheleghen in der voirs. saet, die Jan Ghijsbertsz, hoir broeder, een conventuaal des convents der voirs. Carthuseren den selven Carthuseren totten convents behoeff voirtijts heeft ghegheven, tot ghenen tijden hen dair vervolch off moeyenisse meer om te doen."
Reyner Jansz, (zegel zeer fraai bewaard) schout, Albert Zwanijnck Reynersz (een zwaan) en Peter Heynenz, schepenen; daar Peter Heynenz geen zegel heeft, zegelt Salomon Willemsz "mijnen stoelbroeder" voor hem (zegel verloren)
1543-11-06 |
R.A.H. Coll Aanw 250 fol 23v/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
gezien het request bij Willem heere tot Schagen overgegeven "als dat hij onlancx bij syn moeder, broeders en zwager sulcx misleyt is geweest dat hij hemluyden gepasseert heeft verscheyden gifte sonder saecke, t welck hij gedaen heeft doer heur luyder importuyn vervolch ende dat sijluijden hem daertoe capterende plaets tyt ende opportuniteyt sinisterlycken gebrocht hebben, ende verducht dat syluijden van gelycke meer souden pogen te practiseren", zo verzoekt hij het Hof hem te helpen dit te voorkomen door te bepalen dat hij niets van zijn goederen mag vervreemden zonder consent van here Gerard van Assendelft, ridder, president van het Hof. Het Hof staat dit verzoek toe en benoemt heer Gerard daartoe
1408-10-29 |
R.A.H. Coll Aanw 71 fol 34/Memoriale B.C. fol 23
Haarlem Algemeen
item die bailju van der Goude hadde eenen man gevangen geheten Pieter Veen die poirter is tot Haerlem, en dair of wort geschreven bi vervolch des gerechts van Haerlem, dat die balju voirs. denselven man ontcommeren en uter vangenisse doen soude, des geloofde Willem heer Woutersz [van Zenden] voir den tresorier, dat hi den tresorier tot myns heren behoef, der stede brief van Haerlem senden soude, dair sij in geloven soude den voirs. Pieter te leveren tot mijns heren vermanen, also schuldich en ontsculdich als hi doe ter tijt was, of den voirs. brief hem weder te leveren, sonder den baelju voirs. te geven. Dit geschiede 29 Oct.
1399-03-12 (1398) |
R.A.H. Coll Aanw 49 fol 72v/Reg Bloys fol 56v
Jaartallenindex
hertog Albrecht oorkondt "want wij in tiden verleden bij vervolch van eenigerhande luden uijt onsen ambacht van Noertich gegeven hadde onse dorp van Noertich omtrent der kercken gelegen stede rechte ende vrijhede". Dat andere luiden in het dorp en ambacht van Noertich hem aangetoond hebben dat dit stederecht "bij gemeenen overdrachte onser luden, waelgeboren ende huysluden eendrachtelic niet vercregen en was", en dat zij hem de bezegelde brieven teruggegeven hebben en verzocht hebben hersteld te worden in het recht dat zij bezaten ten tijde van wijlen graaf Guy van Bloys. De hertog trekt nu dit stadrecht in en verleent aan die van Noertich ende van Noerticherambacht een nieuw privilege, waarin hun riemtalen gesteld worden op 6 (evt 8), jaerscot hetzelfde als tot nu toe, tolvrijheid, overmits eens teijkens besegelt van onsen scout van Noertich etc. Dit sal geduren tot ewigen dagen
praesentibus domicellis de Arkel, domino Nycolao Kervijng de Reymerswale, milite, consiliariis; Ja. Pe. de Leyden
1441-10-31 |
Arch Kerkvoogdij Haarlem Inv no 255/St Bavo Haarlem
Haarlem Algemeen
schepenen in Haarlem oorkonden dat Ysebrant van Spairnwoude geliede alsoe hi hem verbonden en verwilkoirt heeft dat hij geen goeden vercopen, versetten noch vervreemden en sel ten zij by wille ende consent der Rade van der stede. So ist dat wij bij vervolch van zinen magen en vrienden ende omme nootsake wille, die Ysbrant hadde, denselven Ysbrant gheoorlooft hebben dat hij tot deser tyd verkopen mach. Ende heeft voir ons scepenen voirs vercoft en getransporteerd aan Pieter Jansz ½ van 1 Eng nobel sjaars die geng ende ghave waren doe men screeff 1408 off payment na dier wairde, op die huysinge met ten erve die Floris Aelbrechtsz nu ter tijt woenlic beseten heeft, gelegen op de hoeck van de Damstraat, an die ene zide: die Kerckstrate, die ander zide: coman Heynrick van Dam (vgl 1443-01-12, 1441-11-14, 1431-09-16, 144 des Dinsdages na St Martynsdag in de Winter)
Doeve van Riedwijc (zegel: een keper) en Jan van der Lane, schepenen
1431-03-30 (1430) |
R.A.H. Coll Aanw 203 fol 218v/Memoriale Rosa I fol 91v
Jaartallenindex
so hebben die hoge heemraden van Schieland gewijst sulc vonnesse als si onder gehadt hebben, twelk zij driewerff gesteet hebben, tussen der stede van Delf an die een zide, ende Engebrecht van der Spange an die ander zide, roerende van der waterscepe die uten Spaense polre plegen te hebben in Schoonreloo duer die sluze, dair him die hooge heemraden voirg. op beraden ende bevraicht hebben mit grooter voorsienicheyt ende hebben gewyst die uten Spaensenpolre in hoir oude waterscepe, ten ware of sijt mit brieve of mit voirwaerden yemand overgegeven hebben. Wegens dit geschil tussen Delft en Engebrecht voirs, so dat onder recht gestaen heeft als voirs. is, so en hebben die dycgrave ende hyemrade van Schielant geen rechtvordering mogen doen anderswaer in den lande, so dat dair gebreck of heeft geweest van den landen. Ende om alles besten wille ende updat die dycgrave ende heemraden toten landen sien ende recht hantieren mogen geliken si plegen, so heeft Engebrecht ter liefde van den Rade behoudelic sijns rechts, goedgevonden dat dijkgraaf en heemraden schouwen ende toten landen sien sullen dair dat van noode wesen sal. Dit sal staen toter tijt toe dat Engebrecht den heren van den Rade ander vervolch dairom doen sall
1518-09-03 |
G.A. Haarlem Inv I no 1633/Cartul H. Geest Haarlem fol 81
Jaartallenindex
Gheryt heer tot Assendelft, ridder, Raet ordinaris des Conincx van Spangien in Hollant, Zeelant en Vrieslant, oorkondt: dat ick door naerstich vervolch van mr Hughe van Assendelft mijnen neve, oock Raet des Conincx van Spangien, ende om die vermeerderinghe van Goodts diensten, denzelve mr Huijghe geconsenteert hebbe etc om aan het Convent van Bethlem in den Haghe te transporteeren een weer lants groot 14 geerden, gelegen in den ban van Assendelft, ende belent hebben oost: die Twisch, streckende tot in de Wijckermeer westwaert, noord: Symon Dirricksz weer, zuid: dat Vroonweer. Behoudelyck dat het voors. convent gehouden zal wezen te passeren brieven by den welcken zij beloven zullen t voors lant te houden in scot ende in lot ende in allen contributien in alre manieren oft in de hant van een waerlick persoon gebleven waere, welcke brieve midts desen gheregistreert zullen worden int register tot Assendelf, daer men gelijcke brieven ghewoonlick is te registreren achtervolgende t placcaet van den Coninck anno 15 ghepubliceert. Des toorconde zo heb ick mijn zeghel hier beneden aengehangen. Achter opte rughe van de voors. brief staet bij mr Huych van Assendelft gheschreven bij zijn eijghen hant ende onderteyckent: Nota: gheeft die heer van Assendelft concent dat ick mochte maken dat convent ende zusteren etc daerom ende zo veel te bat mach ick maken die Heylighengheestmrn ende den armen tot Haerlem waerlicke personen blyvende dat lant altijt waerlijck ende scotbaer. Ende dit al heb ick ghedaen dat ick immers ende simpli .... niet doen en zoude jegens die placaten des konings. Geschreven bij mij Huyghe van Assendelft den 3e Juli 1534 ..... (?) 54. in margine: Jan Heynen weer