Bedoelde u soms?
zuutende | zuyteynde | zuytwinde | zuytzyde | zytwende

15 resultaten

1420-12-07 |

R.A.H. Coll Aanw 56 fol 19/Reg in Beyeren IX fol ..
Jaartallenindex

hertog Johan beleent Willem van Werder met een stuck lants gelegen op tie Catwouder gehoven dat …... [?] omtrent 8 mergen lants groot, en belent hebben Jacob Melys Jacobszoonszoon mit syne leengoede, ende Jan Lossienzoon mit syne eygene goede. Item noch 15 mergen lants leggende int ambacht van Zoeterwoude in Tedyngerbroeck, belent aen die westzijde die abdisse van der Lee, aen 't zuytende t'ambacht van den Nieuwenveen. Ten erfleen

1559-12-20 |

Bissch Oud Arch Haarlem 5/c 7/Auth Copie Klooster in de Hem bij Schoonhoven
Jaartallenindex

schout en buyrluyden in den ambacht van Waddinxveen oorkonden dat Dirck Ariensz erkende schuldig te zijn aan Kathrijn Heynricsdochter een jaarlijkse losrente van ½ £ groten Vlaems, gaande uyt omtrent 6 morgen lands in t zuytende van Waddinxveen, boven aen de backwetering, streckende van de Backwetering tot Jan Dircsz land en Aert Gerritsz land toe, belend noord: die streckvaert genoemt Pieter Willemszoons vaert, zuid: Cornelis Maertensz Amerous en Gerrit Ockersz

Jacob Jacobsz Quakernaeck, schout, Thomas Pouwelsz en Jan Dircxz Coster, buerluyden

1628-04-12 (1)

R.A.H. O.R.A. 1066 fol 12
Transportregister Bloemendaal

schout en schepenen in Tetrode oorkonden dat Willem Thijsz, onze buerman, verkoopt aan Lucas Valckenburrich, een stuckgen lants ofte lasch, streckende beneffens zijn bleyckerije en Blommendaels meer van het noortende aff van de voors. bleek tot het zuytende toe aen de bleyckery van Claes Boon. Koopsom 24 gld

Jan Jacobsz Dickman, schout, Willem Pietersz Couhorren en Claes Reijersz, schepenen in Tetrode

1453 |

Reg H. Geest Naaldwijk/Copie v.d. Marel p 12
Jaartallenindex

testament Gerrit Jansz ende sijns wijfs Pieternelle. Item Pieternelle heeft nae Gerrit Jansz doet gegeven den H. Gheest voir hoir, voir Gerrit Jansz ende Pieter Willemsz, hoir beijde mannen, ⅙ deel van 9 hont lants, dair die andere 5 delen of toebehoren Arlewyn Vranckenz, gelegen in den ambacht van Naeldwyc in de Zuutbroyck mit dat noertende an den capittel tot Naeldwijk ende Kerstant Jansz kinderen, mit dat zuytende an Jacob Kerstantsz. Daerof is een brief onder de capittel ut B in testo Gerrit Jansz ..... LIII

1455-11-19 |

Cartul St Jan Haarlem no 426
Jaartallenindex

ic Joncfrou Heylwijf Heynric van Torenburchdochter Pieter Jansz wedue ende buerinne tot Westzaenden, oorkondt dat zij met haar voogd, aan Claes Brant Mathijsz verkocht heeft de helft van 13 morgen lands in het ambacht van Zoeterwoude, ende mij angestorven is van joncfrouw Geertruyd van Thorenburch Jan van Alphens wedue, mijnre zuster zal. gedachten, ende belegen hevet oost: t goedshuys van Noirtdorpe [?], west: onse Vrouwen outair van Voirborch, ant zuytende heer Claes van der Steghe, noord: die Vliet. Daar zij zelf geen zegel heeft, verzoekt zij Willem Pietersz, scout van Westzaenden ende van Crommenie ende Aernt Willemsz, leenman der graeflichede ende mijn mede buyrman van Wessaende voor haar te willen zegelen

1391-03-22 (1390) |

Cartul St Jan Haarlem no 260, no 1134 (dezelfde akte)
Haarlem Algemeen

broeder Coenraet van Bruynsberch, meester v.d. St Jansorde in Duitschland oorkondt dat ander hogher muren after onser kercken ende infirmario te Haerlem vier cleyner huyserken jof kameren gehanghen en ghetimmert syn die tot onsen Goedshuyse daer hoeren. Hij maakt hiervoor een regel, nl dat deze zullen dienen voor godvreezende armen, tbv welke armen broder Diric die Roeper, broeder van de orde, gegeven heeft 10 morgen landts gelegen in den ambacht van Rijswijck in eenre woninghe die gheheten is die Brake, die belegen hebben op die oestzijde in der selver woninghe ghemengheder voeren ende onverscheyden met 2 morghen lands die H. Geest van Ryswijck, ende op die westzide Herper Coman, dat zuytende streckende aen den Breden wech, dat noorteynde streckende an dat ambacht van der Haghe. Welk land sjaar 22£ opbrengt. Met allerlei bepalingen

1449-04-25 |

R.A.H. Coll Aanw 102 Caput Kennemerland fol 5v/Reg Principum fol 4v
Jaartallenindex

hertog Philips oorkondt dat hem door een brief der stad Beverwyck is gebleken dat Bruun Vredericksz die onlangs zonder wettige zoon is gestorven, op het laatst van zijn leven begeerde dat zijn leen van 5 maden lands te Uitgeest, dat hij ± 10 jaar gelegden van Geryt Dircsz gekocht had, na zijn dood komen zou op zijn jongste dochter Heyle, overmits zijn oudste dochter een ander leen, dat hij ook van ons hielt en meer dan de helft beter was, zou verkrijgen. En dat uit genoemde brief blijkt dat Clais Vredericsz broeder van Bruun voorn. als voogd over beide dochters, en de vierendelen hierin consenteren. De hertog consenteert hierin en beleent Heyle dus vervolgens met deze 5 maden lands te Uitgeest, en belend hebben an dat zuytende Clais Janssoons Venne uyten Woude, ende an dat noortende een water geheten die Stierop

1400-10-01 | Rijsbroeck~

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 113/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

wij broeder Willem, prior en gemeen convent van de Sartroysen bi St Gheertrudenberg in die parochie van Raamsdonk, oorkonden dat wij in voorleden tyden aan Jan Lambrechtsz gegeven hebben in een eweliken en erfelyken jaarlykse erfchyns 14 morgen land 12 scaft min en 9 ½ hont oorts gelegen in des cloesters grootbroecke aen den oesteren kant by den cleynen rysbroke, daer Peter die Ram an t zuytende 10 morgen neffens leggende heeft, elke morgen om 8 schell Holl sjaars, met alle vriheit die die grave van Holland mede ghegheven en bezegezelt (!) heeft, onder de navolgende voorwaerden etc, o.a. wordt "die Dongha ende t water verslagen ende gescutte van des heren wegen van Hollant of des gemeens lands wegen", zo zal geen chyns betaald behoeven te worden etc. Bezegeld 1400 op St Bavendach. In margine: Dit is het lant gelegen westwart an het water geheten Groot Broeck (vgl 1522-07-13)

1539-12-27 |

R.A.H. Coll Aanw 120 Caput N.H. fol 170
Jaartallenindex

leenmannen van Holland oorkonden dat Harmen Jacobsz, raimaker ende poorter van Schoonhoven, erkende verkocht te hebben tbv Ocker Heynricsz van Wyngaarden, nu ter tijd secretarius van Cabau, een ackertgen lants, groot 2 ½ hont ende 17 roy schaften, ende dit van alsulken 16 honden lands als Herman van de Grafelijkheid in erfleen houdende is, achtervolgende de leenbrief van 1539-07-22. Welk land gelegen is buiten de stede van Schoonhoven, zuid: zijne Keiz. Maj. Hofland. Welk voors. ackertgen en oock den molenwerf belend heeft oost: dat waterscip van Langerak, Cabau, Sevender. Ende streckende dat voorg. campgen an den bomgaert of dat zuytende tot den molenwerf toe, daer nu de watermolen op staet van den gemeen landen voorn. Met het verzoek om Ocker hiermede te belenen tot een erfleen (vgl 1540-09-01). In margine: Nota, dat dit behoort te staen in het capittel van Zuytholland

bezegeld door: Adriaen Baerntz en Aernt Bouwensz, leenmannen

1581-01-24 | Heemskerk

Arch Marquette no 63
Jaartallenindex

schout en schepenen in den ban van Heemskerk oorkonden dat joffrouwe Magdalena van Foreest, weduwe Jan van Duvenvoerde, wonende tot Haerlem, met Dirck Aerntsz haren landpachter als haeren voocht in dese saecke, verkocht heeft als vrij eigen haeren neef Willem van Foreest de helft van een stucke weylandts gelegen binnen de voorsz. banne in de Zuydtmaede, gemeen met de erfgenamen van mr Pieter van Foreest. Naeste lendens nu ter tijt, zuytende: de Maedtwech, west: de Maedtwech, noord: de heer van Assendelft, oost: die molencamp met Lanckcamp. Als speciale hypotheek voor de vrijwaring stelt zij een stuck lands gelegen binnen Heemskerk, in de voers. Zuydtmade genaamd die groote Mantel, groot boven 3 morgen, belend zuyd en west: Smaelweer, noord: de banscheiding tussen Eemskerck en Utgheest. In dorso: brieff v.d. helft van een stucke lants gecoff van Maddalena van Duyvenvoorde, waarvan de ander helft de erfgenamen van mr Pieter van Foreest int gemeen toecomt

Jan Symonsz Schoerll, schout (met zijn zegel), Laurens Arijsz en Cornelis Laurensz, schepenen