14 resultaten
1532-03-21 (1531) |
R.A.H. Coll Aanw 244 fol 258v/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
achtervolgende zekere appointemente van den Hove in date 1532-01-30 hebben Dirck van Waveren als procureur van Ghysbrecht Cornelisz, impetrant, ende Pieter van Nes als substituut van Adriaen van Dam, procureur van jvr Johanna van Zwieten, vrouwe tot Opmeer, gedaechde, den Hove geexhibeert elc 4 mannen, makende tesamen 8 personen, om bij denzelven Hove daeruijt gecozen te worden 4 personen die procederen souden tot herscattinge van de landen, daervan tusschen die voirs partijen questie geweest is. He Hof heeft gekozen: heer Gheryt van Poelgeest, Willem Engbrechtsz, van Zoeterwoude, Jan van Boschuysen, Arlewyn Claesz, schout van Leiderdorp
1398-05-20 |
R.A.H. Coll Aanw 67 fol 49v/Memoriale B.M. fol 36v
Jaartallenindex
gaf mijn heer geleide Bertout Pietersz van der Beetse, Roedingh Gherijtsz, Willem van Delf, Claes Scoutgen ende allen dengenen die mit hunluden geruijmt sijn uijt Alcmaer, roerende van Gillys doot, ende alles des daeruijt roeren mach, durende tot Bamisse toe e.k. of darenbinnen 4 dagen na mijns heren wederseggen; 1398-05-21: gaf mijn heer geleide Hubrecht van Montfoirde, ridder, en 10 personen etc durende tot des Sonnendages toe na beloken Pynster e.k. Dit geleide is heren Hubrecht voern verlanght op 8 Juni, acht dagen lang daer naest volgende; 1398-09-06: het eerstenoemde geleide van Barthoud Pietersz etc wordt verlengd tot St Pontiaensdach e.k.
1556-09-29 |
R.A.H. Coll Aanw 259 fol 546/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
alzoe Cornelis van Reynegom Cornelisz, baljuw van Schieland, bij requeste den Hove van Holland vertoond heeft, dat onder de scepenen van Schieland eenen Anthonis Eewoutsz van Sevenhuijsen geen welgeboren man en is. Mits welck de scepenen genouch refuseren met hem justitie te administreren. Dat oick onlangs een Dirck Baerntsz in zijn leven medeschepen overleden is, in de plaats van dewelke hij vertoonder nomineerde Frans Pietersz ende Dirc Dircsz, wonende binnen der stede van Rotterdam, en voor welgeboren mannen Neel Pier Adriaensz in Nyeuwerkerck ende Adriaen Cornelisz op te Meer in Sevenhuysen, versouckende daeruijt resp. twee genomineert ende gesurrogeert te worden in de plaetsen van de voorn. Anthonis ende Dirck. Het Hof nomineert de voors. Dirck Dircksz tot schepen en Adriaen Cornelisz tot welgeboren man van Schieland
1398-05-09 |
R.A.H. Coll Aanw 66 fol 129v, 133/Memoriale B.E. fol 32, 33
Jaartallenindex
(doorgehaald) hertog Albrecht oorkondt dat Melys Willem Hagenz.z, Pieter knecht, Witte van Meersen en Dirck Claes Pietersz.z, poorteren in Oudewater, voor hun en voer allen horen magen, vrienden en hulperen mit ons gedadingt hebben, ende vernoecht van allen doetslagen, brueken ende smarten die geschieden binnen onser stede van Oudewater opten Sonnendach den lesten Kersmissedach aldaer, ende van allen saken ende bruecken die daeruijt roeren mochten. Ende hebben ons daervoer alsoo veel gedaen, dat ons wail genoecht ende scelden se daerof quyt etc. Op fol 33 komt het stuk volledig en niet doorgehaald voor, met als datum: Gegeven in den Hage op ten 9e dach in Meye anno 98. Het bevat een regeling van de omslag van de boete, zonder namen, die betaald moet worden in handen van Symon Speijaert, onse baljuw van Woerden
1536-09-26 |
R.A.H. Coll Aanw 118 Caput Arkel, Putten en Strijen fol 134v, 135v
Jaartallenindex
Karel oorkondt dat voor de stadhouder van lenen Jacob Dircsz van Haestrecht opdroeg tbv Pieter Luijt Pietersz 1 morgen lants uit een weer lants groot ½ hoeve, ende is dat oosterste weer van derselver hoeve, mitter waterkeringe, gelegen beneden Haestrecht, streckende van der Backwetering totter halver Yssel toe, alsoo verre als die Steenplaetse begrepen heeft, zoals Jacob Dircsz voors. die van ons als heer van Arkel in leen gehouden heeft. En dat hij vervolgens Pieter Luyt Pietersz hiermede beleend heeft als leen van Arkel, tot een onversterfelijk erfleen. Eodem die oorkondt de keizer dat Jacob Dircsz hem opdroeg tbv Pieter Luyt Pietersz een weer lants, groot ½ hoeve lants ende is dat westersche weer van derselver hoeve, gelegen beneden Haestrecht, uytgenomen een steenplaetse groot 1 morgen lands, streckende achter van der Backwetering totter halver Yssel toe, die de voorn. Jacob Dircsz daeruijt aen hem reserveert, met sulcke bepalinge als sij dat tesamen bij den gerecht van Haestrecht accorderen zullen. En dat hij Pieter Luijt Pietersz ook hiermede heeft beleend tot een onversterfelijk erfleen, leen van Arkel
Cornelis Barthoud Jansz, Anthone le Bucq, Bartoud van Outena, leenmannen
1599-08-18
R.A.H. O.R.A. 1063 fol 180
Transportregister Bloemendaal
schout en schepenen in Overveen etc oorkonden dat Thonis Jansz en Cornelis Jansz Argeman, beijde buyrlieden tot Overveen, erkennen verkocht te hebben aan Garbrant Heynricx uyt de Cuynder [vleyshouder], poorter binnen Haerlem, te weten Thonis Jansz voors. drie ackeren teellants, wesende ½ van een croft lands groot 3 morgen 1 hont, in de ban van Overveen besyden den anderen op de Riethooren, ende met een vrije waterlosinge buijten den noortwall. Belast met 1 brasp. erfhuer, zuid: de wederhelft van de voors. croft, die Cornelis Jansz toebehoort ende daeruijt bij hem een acker aen de voors. Garbrant hiernaer opgedragen wert, west: het gemene voetpat buyten die wal, oost: die Lijwech, noord: die croft gecomen van Thoenis Jansz. Ende de voors. Cornelis Jansz een acker teelland wesende omtrent ⅓ part gelijk het nu ter tijt oftgepaelt is vuyt de wederhelft van de voors. gehele crofte. Welcke acker dat de voirs. Garbrant alhier bij de voors. Cornelis Jansz opgedragen wert
Balthasar Cornelisz, schout, Cornelis Thaemsz en Willem Cornelisz, schepenen
1472, 1474 (15) |
R.A.H. Coll Aanw 148 fol 306-307v/Register Valor Feudorum fol 134v
Jaartallenindex
(vervolg) Symon Vrederick hout van de grafelijkheid van Holland die percelen van leen: 1) een huys tot Leyden welc waerdich mag wesen boven die jaerlixe reparatie ende oic boven die jaarlijkse renten die daeruijt gaen 9 £ 15sc, 2) ½ smaltiendeken binnen Leyden tot Leiderdorp toe, daer hij in 12 of 14 jaer niet of gehadt en heeft, mer daer pleegt af te comen omtrent 5 à 6 braspenning, gehouden van Wassenaer. Dese voors. parceelen heeft nu Willem Symon Vredericsz bij opdrachte van zynen vader; 3) dieselve noch een cleyn tiendeken tussen Coudekerke en Alfen, geldende sjaers over hooft soe min soe meer 3£, 4) dieselve houdt noch van Arkel een huys staende binnen Gorinchem, geextimeert sjaers boven die reparatien en costen 10£; 5) dieselve noch 6 blocken tienden in Westenryc gelegen in den lande van Putten, geldende sjaars 54£. Des voors. Symons twee dochteren oic 6 blocken tienden in Westenrijc voirs. op Drenckwaert, geldende sjaers ca. 48£. Willem Symon Vredericsz hout van der heerlijkheid van Putte: 1) een cleyn block tienden, liggende in Westenryc, geheten dat mede Blockskijn, 2) in Spijkenisse ¼ deel van den Middeldyck, 3) half dat tiendeken van Cortambacht in Portugal, 4) den halven droogen dyck daeraen liggende. belopende tesamen dese 4 percelen sjaers 12£
1563-02-16 |
Cartul Raamsdonk anno 1518 fol 143v/Cartul St Geerdenberg
Jaartallenindex
de 4e brief de prescriptis 2 morgen terre op Kekum. Schepenen in Gorinchem oorkonden dat Adriaen Dircsz alias Smeerom erkende dat heer Erasmus de Vrome, procurator van het Carth convent bij St Geerdenberg, hem voldaan en betaald had van alsulcke scattinge als het convent nu zeer onlangs gedaen heeft van 2 morgen lands gelegen op Kekum, diewelke hem comparant toebehorende waren en hem door het convent afgeschat weren, breeder blijckende bij de bezegelde schepenen schatbrief hieraf zijnde. Ende dit beruerende alle alsulke somme van penn. als hem Adriaen Dricsz voors. uyt zaecke van t selve afgeschat landt noch suvers competerende waren, dat is te verstaen boven zekere rentebrief houdende 7 Kar gld sjaars, ter los mit 100 Kar gld hoofdsom, mitten afterstal daeruijt gesproten oick onbetaelt staende. Welke rentebrief Aerdt Roelofsz ingesetene poorter deser stede daerof sprekende heeft ende onder den secretaris alleenlick gecomen was ende anders geen meer. Welverstaende dat in dese voirs. betalinge mede inbegrepen is alsulke 77 Kar gld eens als hij comparant den voirs convent nog schuldig was van landpacht en waer voiren tselve convent enen vangbrief op hem comparant rechtelick gewonnen heeft, in dato 1562-10-13 (vgl 1653-03-27 en 1563-02-11)
1441-07-19 |
R.A.H. Coll Aanw 465 fol 102v/Leenregister Brederode fol 53
Jaartallenindex
Reynalt heer tot Brederode beleent Reynalt Walravenszoon als voogd en momber van Aechte Walravensdochter met het leengoed haar aangekomen bij dode van haar vader Walraven Walravensz. Daarna heeft hij als haar voogd mit horen magen van horen vier vierendelen als Claes Roelensoon ende Florens Claesz van des vaders wegen, ende Florens Claesz ende Jan Petersz van der moeder wegen, den heer van Brederode opgedragen die rechte helfte ende ½ deemt meer van al het leengoed dat Walraven Walravensz hield, soo die gelegen sijn in Gherbrant Scoutincsweer in de ban van Purmer, in den eersten dat lege weer, half gemeender voren mit Claes den Walen ende sinen stiefzoon Jan, daeruijt zuydwaer lende of is Peter Pauwelsz ende noertwaert Jan Jacobsz, Jan Aerntsz, Herman Jacobsz Hermansz ende Jan Comen Jansz. Ende noch half drie koeween mit Dirc Bloemerts ende Claes den Walen. Ende een camp lants daeran gelegen des op tie zuidzijde desen drien parcelen naest gelant is oude Jacob Pauwelsz, ende noordzijde Jan Aerntssoenssoen [!], sijnen broeder Harmen ende dat Goedshuys tot Purmerende. Van welcken goede wij den voors. Reynalt Walravensz tot behoef sijnre nichten Aecht die rechte wederhelft ½ deemt lants min beleent hebben, sij van ons houdende blijft. Met de ten gevolge van voorn. magescheijding opgedragen helft wordt vervolgens Florens Walravensz beleend, tot een recht erfleen, te verheergewaden met een rode sperwer
1534-04-22 |
R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Zeeland, Voorne fol 108v
Jaartallenindex
Karel beleent Anthuenis van Doernick na dode van zijn broeder Jan van Doernick met: 1) 1/12 deel van alle heerlijkheden, ambachten en tienden van den lande van Vosmaer, ende daertoe alle erve en vroonlanden als Helmich van Doernick daerinne bedyckt heeft gehad, of hier namaels bedyckt zal worden, uytgesceiden alsulcke 42 gemeten vroonlants als Jan van Doornick, des voors. Anthuenis oudevader, daeruijt vercoft en overgegeven heeft Claes Jacob Berthelmeusz.z en Dammas Symonsz, en uytgenomen ¼ deel van 1/12 deel van de voors. heerlijkheid van Vosmaer, die wijlen Jan van Doernick, des voirs. Anthuenis brueder, vercoft en overgegeven heeft gehad Frederik van Renesse heer van Malle in den jare 1515 l.l, uitgenomen alleenlyck de tienden van Oude Vosmair. Tot een onversterfelijk erfleen; 2) 13 gemeten vroonland in de heerlijkheid van Vosmer, oost: Pieter Pietersz, zuid: Pieter van Dalem, west: die kerckstraet en wech, noord: de dijck an de kerckenpolder, 3) 9 gemeten vroonland, oost: de erfgenamen van heer Adriaen van Treslong, zuid: die lange wech, west: Jan Willemsz, noord: Pieter van Dalem, 4) 14½ en een half quartier gemeten vroonland, oost: Jan Willemsz, west: de kerckstraet en wech, zuid: Gillis Danckaertsz, noord: die lange wech, 5) 5½ gemeten vroonland, oost: die kerckstraetwech, zuid: hij selve, west: dat Spadelant, noord: de erfgenamen van heer Adriaen van Treslong. Te houden tot een onversterfelijk erfleen
Cornelis Barthout Jansz, Willem Pietersz Criep, leenmannen