11 resultaten

1440-12-14 |

R.A.H. 86 fol 203
Jaartallenindex

beveling op Beniaert Sey, casteleyn van Medenblik, om alle goede ende bruecken die ons in onse oisterbaljuwschap van Vrislandt verschynen ende opcommen sullen van dootslage of van eenige lyflycke saecken, aen te tasten etc

1434-07-21 |

Coll Aanw 204 fol 441v/Mem Rosa II fol 163v
Jaartallenindex

geloifde Clais Jacobsz an handen myns heren an Santez waer dattet niet bevonde en worde dat hij tot Hoirne quyt gewyst was van allen ansprake die aldaer op hem gedaen waren als van ¼ deel van eenre dootslage dat men mit rechte op hem leggen woude, dat hy dat beteren sal, te seggen van minen Here ende sinen Rade

1402-06-20 |

R.A.H. Coll Aanw 48 fol 6/Reg 1401-1404 fol 6
Jaartallenindex

hertog Albrecht oorkondt: dat wij Danckert Spaensz van Yerseke gegeven hebben alle goede die Alout Boudyn Tonisz.z ende Jacob Heynric Kenerdysz hadden in tyden doe sij Michiel van der Veste doot sloegen, ende voirt alle goede en recht als Jacob Henricsz aengestorven is. Ende verbieden enen yegeliken op zijn lyf en goet deze goeden te bruken, te base (?) ofte ette vorder dan recht is, ten ware by Danckerts wille voors. want sy sijn verwonnen balling zyn van den dootslage voirs.

1423-09-29 |

R.A.H. Coll Aanw 77 fol 188v/Memoriale Ducis Johannis fol 145
Haarlem Algemeen

hertog Jan oorkondt dat wij met onsen Raden ende clerken gesien hebben een punt van eenre hantveste die onse goede stede van Haerlem in voirtiden van onsen voirvaderen vercregen heeft, in houdende also hiernae volcht: wairt oic dat diegene die in synre eygenre woning gesocht worde, manlike hem verweerde ende den huijssoecker ende alle sijne medegesellen die dair waren dootsloege, hij soude mi gelden van elken dood 4 penn. of mijn nacomers en ic of mijn nacomelingen souden sculdich wesen hem dairop te beschermen ende te versoenen jegens den dooden magen ende hem vasten vrede geven. Ende want Clais Albout gewapender hant mit een seker manninge die onse ballinge waren bi nachte binnen onser stede van Haerlem gecomen is in Herberens huijs van Foreest, om hem van lyve ter doot te brengen, dair Herberen voirn. hem also verweerde dat hij Clais voirs. werkender hant dootgeslagen heeft, also dat die sake na inhout der hantvesten voirs. an ons gecomen is, so ist dat wij dien dootslage voirs. alinge ende al an ons nemen, ende hebben dairomme Herber voirn. quytgescouden ende vergeven alle sulke bruecken ende misdaet als hij daeraan tegen ons etc misdaen mach hebben, want hij ons van denselver dootslage wail voldaen en gebetert heeft mit 4 penn. als recht is

1431-11-09 |

R.A.H. Coll Aanw 203 fol 250/Memoriale Rosa I fol 102
Jaartallenindex

item also Willem de bastiart van Egmond van mijns genadichs heren wegen bevolen is die bailiuscap ende rentmeesterscip van Rotterdam c.a, zo zal Willem jaarlijcs aan de gouverneurs uitreiken 100£ groten in twee termijnen, en voorts van jaar tot jaar zolang hij zijn dienst bedrijven zal. Hij zal alle breuken en misdaden berechten behalve moirde, moirtbrande, veeroof, vrouwenvercrafte, zeedrifte en dootslage, die hij den gouverneurs en den Raad moet aanbrengen, de baljuw zal hier echter de 5e penning van ontvangen, ingeval van oproer zal hij naar redelijkheid zijn aandeel ontvangen. Hier in is uitgescheiden 300 Bourg schilden, die welke Willem ende Geryt Heinricsz geloift hebben Jan Ruychrock te betalen in Meydag e.k. Van doodslagen zal de baljuw partijen recht mogen doen en hiervan 10£ ontvangen (zie 1431-11-08)

1404-06-14 |

R.A.H. Coll Aanw 68 fol 101/Mem B.J. fol 68v
Haarlem Algemeen

hertog Albrecht oorkondt "want grote onrust en kenlic ongeval geschiet is binnen onser stede van Haerlem, alse van dootslage en oic van quetsinghe ter doot toe van Symon van Saenden, van Jan van Saenden, van Willem van den Woude ende van Symon sinen soon ende ander ludedoot, die in der onruste voirs. dootgebleven sijn". De hertog beveelt aan schout, burgemeesters, schepenen en Raad om de schuldigen te verbannen voor eeuwig. Voirt so willen wij dat onse scout ende gerechte voirs. bannen ende uijtroepen Willaem die Grebber, Jan Willaem, sijn broeder en Heyn d'oude uijt onser stede van Hairlem, 10 jaar lang, ende die eerste 3 jaer e.k. uijt allen onsen landen te wesen, ende tenden den eersten drie jaren nimmermeer daer weder in te comen ten sij by onsen wille

1421-01-01 (1420) |

R.A.H. Coll Aanw 75 fol 48v/Memoriale B.L. fol 36
Jaartallenindex

hertog Johan oorkondt "want Dirc van der Goude mit syn magen etc an die een side, en Alart Belinc mit sijn magen etc an die ander sijde, van sulken dootslage als geschiet is geweest aan Jacob van der Goude, dair God die siel of hebben moet, alinge en al gebleven sijn een seggens en eenre soen, dats te weten van Dircs sijde voorn. an heren Jan de bastaerd van Bloijs en Henrick Hermansz, ende van Alairts sijde aen Tielman Oom ende Geerlof Jansz van Vorenbroeck", met de hertog als overman, indien zij het niet eens konden worden. Daar zij het niet eens geworden zijn, doet de hertog uitspraak: 1) de zoen van Jacobs dood voors. zal kosten 400 gouden Holl schilden, die Alaert Beling, Gheryt Willemsz, Gyse bier en Coppyn Noyenz met hun magen verborgen sullen, 2) aan de hertog betalen zij als boete voor hun breuken 200 scilden, 3) aan heer Gillys van Cralingen, baljuw van der Goude, 25 scilden. Het geld van de zoen zal ontvangen worden door Dirc v.d. Goude, 4) Alairt, Geryt, Gijse en Coppyn voirs. zullen voor Jacobs ziel 300 zielmissen doen en cloosterwinning tussen Mase en Zipe, 5) voetval doen met 200 mannen ter Goude, in de parochiekerk aldaar. Deze zoen na te komen op een boete van 2000 Holl scilde

1355-05-06 |

A.R.A. Copie Leenkamer no 39 fol 100v/Reg E.L. 23 fol 66
Jaartallenindex

hertog Willem oorkondt: dat hij onse getrouwe poorteren van Leyden alsulcke gratie gedaan hebben: 1) indien een poorter zijn lijf verbeurt, dan verbeurt hij ½ van zijn eigen goed, de andere ½ blijft aan zijn kinderen of rechte erfgenamen, 2) indien die stede enige handvesten hadden die verout of verduestert waren, of bi ongevalle verloren worden, dat sij betogen mochten mit nutschriften bezegeld mid wittachtigen luden, etc, dat souden wi vernuwen buten horen coste, 3) voert soe hebben wi gegeven onsen lieven porteren alsoedanige vrihede als sij nu ter tyt begraven en bevest hebben met haren porteren, behouden dat sij een yegelick voldoen sullen die goet of recht in hebben en hair consente dair of gecrigen, en ghene vrihede en sullen sij hebben buten den utersten cant van hare graften, 3) voort so nemen wij op ons te ontheffen ende sullen ontheffen onsen goede luden van Leyden alsulke dootslage, rove, brande, scattinge, rechtenisse van live, vanghenisse, brekinge van husen ende van vesten dat in desen oirloge om des oirloges wille geschiet is, en dat geweest heeft tussen onse vrouwe en moeder ende horen hulperen en onsen hulperen sonder ons of yemand enige verbetering dair of te doen, 4) hij belooft te handhaven alle recht dat de stad verkregen heeft van grave Willem, onse lieve oom, die toten Vriesen bleef

1434-02-06 (1433) |

R.A.H. Coll Aanw 204 fol 381v-385/Memoriale Rosa II fol 145
Jaartallenindex

roerende van den dootslach Dirk Gysbrechtsz en Oijtet Oytetsz. Heinric Gysbrechts en Gerrit Oytitsz met hun magen, ter ener zyde, en Lambrecht Berwoutsz met zyn magen, ter andere zyde, zyn een seggen gebleven an myns Heren Rade van de doodslag gedaan aan Dirk Gysbrechtsz en Oytit Oytitsz sal. ged: 1) Lambrecht Berwoutsz zal 300 zielemissen doen opdragen en kloosterwininge doen tussen Maze en Zipe; 2) voort zal Lambrecht met zyn magen ter ener zyde, en Henric Gysbrechtsz en Geryt Oytitsz met hun magen ter andere zyde, wel gesoent wesen van dezen dootslage; 3) Lambrecht zal c.s. ter betering geven 500 Ph Holl scilden; 4) Lambrecht zal al degenen die gequetst zijn vergoeden, ende oick Jan Meynaertsz van synre quetsinge hem geschiet, sodat Heynric Gysbrechtsz en Gerrit Oytitsz hiervan ongemoeid zullen blijven; 5) Lambrecht zal 2 jaar lang buiten de Niedorpercogge moeten blijven; 6) Lambrecht had geschil met wijlen Dirc Gysbrechtsz over 4 geersen land. Elk van deze partyen zal haar bescheid hiervan moeten brengen. De zoen is uitgesproken op een boete van 500 Eng. nobels; 7) Lambrecht en zijn broeders op de een zyde, en Henric Gysbrechtsz en Gerrit Oytitsz en zijn broeders ter andere zyde, moeten beloven de zoen te voldoen op de boete voirsz; 8) voirt also Otto van Egmonde en Jan van Minnen gevangen hebben bij bevele van den Rade, Lambrecht Berwoutsz en zijn broeder Henric, en Pieter Rembrantsz, zo zullen laatstgenoemden aan Otto en Jan voorn. oervede moeten doen; 9) dese soen hebben verborcht voor Lambrecht Berwoutsz: Claes Berwoutsz, Dirc Berwoutsz, Meeus Zygersz, Berwoud Willemsz en Pieter Rembrantsz

1506-01-31 |

R.A.H. Coll Aanw 113 Caput N.H. 38-39v
Jaartallenindex

leenmannen van de grafelijkheid van Holland oorkonden dat de Edele en welgeboren, onse lieve heere, Heere Johan here tot Montfoort en zijn vrouw vrouwe Willem van Naeltwyck, na verkregen octrooi, hebben opgedragen tot lijftocht voor hun dochter vrouwe Barbere van Montfoort, de navolgende lenen: 1) die corentienden tot Monster, 2) die goeden van der Made bij Delft, 3) die overtocht gelegen bij Voorburch, 4) 300 R gld sjaars op alle andere goederen aanbestorven van wijlen haar vader heer Henrick here van Naeltwyck, deze 4 lenen gehouden van de grafelijkheid van Holland. Vervolgens als lenen gehouden van de graaf van Nassau: 1) die hofstede van Pollanen met bijbehorend land, 2) twee oirscampen leggende voor 6 morgen, 3) dat land leggende w.w. en z.w. op die uyterste grafte voor 8 morgen, 4) byoosten den Hove dat land van 3½ morgen, dat Jan Toernen in hure placht te hebben, 5) 7 morgen daer Jan die Graeve op te wonen plach, 6) 5 morgen daer Pieter die Meurs op te wonen placht, met den gerstlande dat daerachter leecht, 7) die dootslage twee campen lants van 4½ morgen, 8) in een camp lants die Claes die Wijcker in hure placht te hebben, 1 morgen 66 roeden, 9) vier morgen die Jan Stamer in huere placht te hebben, 10) die molen tot Voswyck met den winde, 11) 2½ morgen byoosten den Hove en Jan Tournen in hure hadde, 12) 3 morgen die Huge Mortiers in hure placht te hebben, 13) 4 hont die Pieter Meurs in hure hadde, 14) noch in die Liesmade 17 morgen lants, 15) item [leen van] den abt van Egmont 16 morgen lands gelegen op Ruijven, 16) item der vrouwe van Rynsburg Rapers coornthiende te Monster [leen van Rynsburg], de voors. vrouwe Willem van Naeltwyk met heer Johan heere tot Montfoort, haar gerechte kerkelijke voocht, de voors. grave van Nassau, de abt van Egmond en de vrouwe van Rynsburg als leenheren en leenvrouwen van deze leengoeden deze making tbv hun dochter vrouwe Berbere van Montfoort te willen bevestigen (vgl 1506-03-30)

Willem van Zuylen van Nyevelt heren Gerritsz (hij verzoekt zijn neef Jan van Naeltwyck voor hem te zegelen) en Mertin Evertsz, leenmannen, en Heynrick Wijn, mans man der grafelijkheid