Bedoelde u soms?
daenken | dinten | drijven | drincken | dringen | dronken | drunen

14 resultaten

1489-08

folio 15v XVII 1489-1492
Transportregister Haarlem

Jan Meijnsz vercoopt Rutger Jacobsz een huis en erf in die Doelstraet, an d'een zide: Rutger voirs, an d'ander zide: Mart de coeckebacke, afterwaerts streckende an Rutger voirs. Hiervoeren zal Rutger hem houden zolang hij leeft en besorgen eten, drinken, vier, licht en scoen

1325-10-20 | Medemblik

Van Mieris II p 365
Jaartallenindex

burcht: graaf Willem bepaalt in overleg met zijn Raad dat er voortaan "stadelix een capellaen wesen zal op onze burch te Medemblic dierre daghelix misse op doen zal". De baljuw moet hem te eten en te drinken geven zonder dit aan de graaf in rekening te mogen brengen. Van sgraven wegen zal hij hem jaarlijks geven een paer cleeder en 3£ Holl of 5£ Holl zonder clederen, de ene helft te Paschen die andere te Bamis

1471~

folio 36v XXXVI, XXXVII 1470-1473
Transportregister Haarlem

Jan Aemsz heeft Geryt Dircsz opgenomen in zijn huis en belooft hem zyn leven lang eten, drinken en kleren etc te verschaffen als redelijk is. Sterft Gheryt vóór Jan Aemsz, dan zal Claes des voirs Jans natuerliche zoon Gherijt houden voor 5 R gld sjaars. Jan zal ontvangen alle erfenissen die Geryt eventueel zou verkrijgen

1417-10-11 |

Arch Grote Gasthuis Haarlem Inv 38/1 no 177/St Elisabethsgasthuis Haarlem
Jaartallenindex

Pouwels Egbrechtsz van Lynschoten en Machtelt Maertijnsdochter van der Laen, Pouwels wijf voirs, oorkonden dat zij gezamenderhand overgegeven hebben aan de gasthuismeesters binnen Haerlem, een mad lands gelegen in de ban van Velzen in Vroonmadencamp, ende belent hebben noord: Meynaert Jacobsz, zuid: Harman Claes Nevenz ende Louwe. Verder geven zij over alze waer dat zake dat Katrijn Gheridt Dircszoons wijf of Lizebet Jan Willem Revenincszoons wijf, Maertyns dochteren van der Laen beiden sterven vóór hoire zuster Machteld voirs, dan zouden de gasthuismeesters voor ut Katrinen ende Lizebetten goeden ende erfenis nemen 10 g.g. Vrancr cronen, onder voorwaarde dat de gasthuismeesters dan aan Machtelt haar nooddruft van eten en drinken zullen bezorgen. Daar de oorkonders zelf geen zegels hebben, zegelen Hughe van Tetrode en Boudwijn van Tetrode voor hen

1421-08-04 |

Arch Grote Gasthuis Haarlem no 38/1 no 129/St Elisabethsgasthuis
Haarlem Algemeen

scepenen in Haerlem oorkonden dat heer Dirc Baeck, priester, met zijn momber Claes Jansz die barbier, geliede dat hij kwijtgescholden heeft aan de gasthuismeesters binnen Haarlem: 1) 3 gouden Ghentse nobelen sjaers op de stad Haerlem, 2) 4 maden lants gelegen in den ban van der Liede, belent zooals de betreffende brief inhoudt, 3) al de roerende en onroerende goederen die heer Dirc voorn. bij zijn dood na zal laten, onder condicie dat hij zoolang hij leeft daarover nog in volkomen vrijheid zal mogen beschikken. En onder voorwaarde dat de gasthuismeesters hem een camer in het gasthuis zullen bezorgen en eten en drinken etc tot zijn dood toe etc

Dirc Gheryt Gherytsz.z en Jan van der Lane, schepenen

1499-07

folio 49v XLI 1498-1501
Transportregister Haarlem

Katrijn Jan Bouwensz de maetselaers weduwe en hoer dochter Dyewer Jansdochter, met Borwout Pietersz hun beider voogd, verkopen aan Pieter Jansz de maetselaer der voirs. Katyrijnen zoen en Dyewers broeder (te weten de voirs Katrijn d'een helft ende deselve Dieuwers broeder ¼ deel) van den huijs en erve in die Paerdestege, an d'een side: Jouffrou Kerstyn Aelbrechts weduwe van Assendelft met haar kinderen, an d'ander side: Katrijn Symon Wyntgensz weduwe, afterwerts streckende an Jan Jansz Mostert. Hiervoeren heeft Pieter zyn moeder Katrijn angenomen binnen zyn huijse te houden, eten en drinken etc te geven na haer staet

1484-03-15 (1483) |

Arch Grote Gasthuis Haarlem Inv 38/1 no 257/St Elisabethsgasthuis
Haarlem Algemeen

schepenen in Haerlem oorkonden dat Katrijn Symon Jansz weduwe met haar gecoren voogd Jacob Coppirtszoen, geliede dat zij voor haar zieleheil besproken en gegeven heeft aan het St Elisabethsgasthuis te Haarlem, de navolgende percelen: 1) een huis en erf gelegen op tie Oude Graft tusschen Pieter Gerrytsz Slim an die een zide, Jan van Harp, an die ander zijde, afterwerts streckende an OLVr ghildehuys, 2) een huis en erf gelegen in die Gasthuystraet tusschen Willem Dircxz an die een zyde, Griet Claes Pietersz weduwe an die ander zijde, achterwerts streckende an Willem Dircx voirs, met de pacht op deze huizen staande; 3) een stuck lants gelegen in den banne van Assendelf, genoemt Hannencamp, ende is gelegen buyten dijck ende beleent hebben Brecht Claesdochter aen die een zijde, t veer tot Assendelft an die ander zyde; 4) al haar andere goederen, roerend en onroerend, waar ook gelegen. Het gasthuis zal haar hiervoor eten, drinken, vuur en licht etc verschaffen zoo lang zij leeft, gelyk als den anderen proveniers

Jan van der Meer en Dirck Spijcker, schepenen

1556-06-17 |

R.A.H. Coll Aanw 259 fol 417v-422v/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex

alzoe Jan Oem Jansz, Puter Oem Jansz, wonende tot Amsterdam, Dirck Jansz alias Dirck Claesz, wonende in Purmerende, broeders van Jacob Jansz, mede wonende tot Amsterdam, Gerit Jan Lambrechtsz, oem, en Claes Doedez eertyts burgemeester tot Amsterdam, als getrouwd hebbende die moeye van des voors. Jacobs huysvrouw, alle als naeste vrunden en magen van de voorn. Jacob Jansz, geven bij request aan het Hof van Holland te kennen dat Jacob gehylict ende zyn eygen voogd geworden zynde, begonnen was zich zeer qualyk te gedragen, te drinken en zijn goed te verkwisten. Voor schepenen van Amsterdam had hij dit op 1553-03-11 erkend en beloofd zijn leven te beteren. Hij hield zich hier echter niet aan, verkwistte ook de goederen van zijn huisvrouw, bedragende meer dan 2000 gld. Intussen was Jacob Jansz uit vrees voor moeilijkheden naar Purmerend verhuisd, waar de toestand nog verergerde. Hij verkocht zijn part van de comanschap van een palinckschap zeilende op Engeland en verbrastte de opbrengst. Op naam van zijn broer Jan Oom Jansz kocht hij te Londen 1½ brous Engels bier, verkocht dit weer en verbrastte de opbrengst. De brouwer liet daarop ½ van Jacob's huys in de Warmoesstraat te Amsterdam (........), doch ontving niets van de opbrengst daar er preferente crediteuren waren ten bedrage van boven 300 gld. Aan Jacob restte thans nog enig land in Nieuwe Tonge. Zij verzoeken het Hof Jacob onder curatele te stellen, met benoeming van zijn broer Dirck Jansz alias Dirck Claesz tot curator

1535-12-03 |

R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Zeeland, Voorne fol 164v
Jaartallenindex

Karel beleent Cornelis Oom van Wyngaerden na dode van zijn vader heer Willem Oem van Wyngaerden, ridder: 1) ½ van ⅙ van alsulke gorsen, landen en slyken, genaemd Grisoerde, Duvenwaerde, de Tonge, Hugenvliet, Hellebremschat en Battenoort, en alle andere hoe ook genaamd, gelegen tussen die bepalinge en gemercken hierna beschreven als Honsloe N.O. uijt, ende dat Heijdiep van Greveningen zuidwest of, Wellevliet, Herkinge ende die Ryere, N.W. waert of. Mitter ½ van ⅙ deel van de moerneringe en brand daertoe behorende, 2) ½ van ⅙ deel van den ambachte, ambachtsgevolge, thienden, molen, visscherijen, vogelryen, giften, kercke, boeten, foerfeyten van de voors. gorssen en slyken. Behoudens onse jaerlixe gelde en erfpacht daaruit, 3) ⅙ deel van alle ambachtsheerlijkheid etc. van Melissant, Noerderschorre ende Wellestrype, gelegen in onsen lande van Voorne, te weten van aldaar schout, schepenen en dijkgraaf te mogen zetten, gift van kerken, costerijen, geestelijke provenen, maelrien, visscherien, vogelryen, veeren, ommeloopen, thienden. Mitsgaders 1 gr Vls van elke gemet jaerschot en oock van elk vat bier dat men binnen de voors. landeken drinken en slyten zal 2 gr Vls, 4) ⅙ deel van de voors. ambachtsheerlijkheden en gevolgen van Melissant, Noorderschorre en Wellestrype, alles onversterfelijke erflenen van Voorne, 5) 20£ Holl per jaar op te bueren uit onze tollen te Schoonhoven, 6) 10£ Tourn. per jaar uit onse renten van Woerden, erfleen. Zijn zwager Pieter van Halmale heeft als een van zijn voogden de eed voor hem gedaan (vgl 1534-08-26, 1536-05-26)

Reynier Brundt, Raad Ord, mr Jacob de Jonge, heer tot Baerdwijk, Floris Oem van Wyngaerden heren Jacobsz, ridder, Pieter Bol, auditeur v.d. rekenkamer, Cornelis Barthoud Jansz, Frans [Frank ?] v.d. Hoeve, Anthone le Bucq, leenmannen

1529-07-29 |

Ms Opstraeten III fol 1162-1164
Jaartallenindex

maaggescheid tussen Jan die Ridder ende Anthonis die Ridder ende Cornelia Anthonis die Riddersdochter, broers en zuster: Jan zal aan Anthonis en Cornelia geven het erfdeel hun aangekomen van wijlen hun ouders Antonis en Janna, te weten van huijs van hoff van berrich ende schuer van die steenen camer ende van alle huijsraet ende inboedel, schult, goud, silver, roerende en onroerend goed waar ook gelegen. 1) 4 morgen lants gelegen te Ryn wert after Walenborch, van de hoeftweteringe aen 2 campen daer boven, belend: Jan die Ridder en die Vrou van Vrouwenclooster [Geertruud de Ridder]; 2) 2 morgen 1½ hont te Rijnwert, streckende uter Langbroeckerwetering in die hoeftwetering, belend boven: Jan die Ridder, beneden: die abt van Oostbroec; 3) 2 morgen gemeen met 2 morgen die dat Gasthuys tot Wijck toebehoren, belend boven: die heren van den Dom te Utrecht, beneden: Anthonis die Ridder Gerritsz; 4) 8 morgen te Goeijwert, streckende ut die Langbroecker wetering in die Goeijer wetering, belend boven: Willem die Ridder, beneden: die heren van den Dom. Jan zal deze 8 en die 4 morgen vrijen en lossen ende Anthonis en Cornelia sullen ut die 2 morgen gelegen op die Muelencamp lossen eens 28 Ph gld ende dat daer meer op staet sal Jan lossen. Jan zal Anthonis en Cornelia een jaar lang te eten en te drinken geven. Willen Anthonis en Cornelia hun land verkopen of verhuren, dan zal Jan hierin voorrang hebben.Noch sijnt voorwaerden dat Jan die Ridder, Anthonis die Ridder, Frans Aelbertsz [x Willemyn de Ridder, zuster van Jan, Antonis en Cornelia] ende Cornelia Anthonis die Riddersdochter geven sullen Jan die Ridder haer natuerlycken broeder elc 12 gouden Hertog Ph gld eens

hier waren bij: Reyer Roelofsz van Wykersloot, schout in het gerecht van Neerlanbroec, Willem die Ridder, Frans Aelbertsz, Goyert Jansz