Bedoelde u soms?
gebruijct | gereijst | gereijt | gerijt | geruimd | geruymt

10 resultaten

1405-01-17 (1404) |

R.A.H. Coll Aanw 69 fol 9v/Memoriale B.F. fol 7
Jaartallenindex

hertog Willem oorkondt "want ons aengebrocht was, dat wij recht souden gehat hebben tot den goeden die Gherijt Wybrantsz bij sijnre doot geruijmt ende aftergelaten had, daer wij se om deden becommeren en besegelen van Dirck van der Speck, onsen rentmeester van Kennemerland". De hertog heeft nu bevonden geen enkel recht op deze erfenis te hebben en beveelt nu aan al zijn dienaren in het baljuwschap van Medemblic, de kinderen die Gherijt aftergelaten heeft by Katherinen sinen wive in het bezit ervan te herstellen. Gegeven in Alkemaer

1398-05-20 |

R.A.H. Coll Aanw 67 fol 49v/Memoriale B.M. fol 36v
Jaartallenindex

gaf mijn heer geleide Bertout Pietersz van der Beetse, Roedingh Gherijtsz, Willem van Delf, Claes Scoutgen ende allen dengenen die mit hunluden geruijmt sijn uijt Alcmaer, roerende van Gillys doot, ende alles des daeruijt roeren mach, durende tot Bamisse toe e.k. of darenbinnen 4 dagen na mijns heren wederseggen; 1398-05-21: gaf mijn heer geleide Hubrecht van Montfoirde, ridder, en 10 personen etc durende tot des Sonnendages toe na beloken Pynster e.k. Dit geleide is heren Hubrecht voern verlanght op 8 Juni, acht dagen lang daer naest volgende; 1398-09-06: het eerstenoemde geleide van Barthoud Pietersz etc wordt verlengd tot St Pontiaensdach e.k.

1494-03

folio 79v LIX 1492-1495
Transportregister Haarlem

Maritgen Gerit Zalendochter met Gerrit de Visscher als haar voogd, lyt dat Jan Jansz de backer haar voldaan heeft van de erfenis van Aechte Gerytsdochter doe zij leefde Jans huysvrou ende hoere moeder aftergelaten en geruijmt heeft metter doot

1490-05

folio 52 LIII 1489-1492
Transportregister Haarlem

Wouter van Bekesteijn verkoopt Jan van Berkenrode ½ van den huis en erf dat Ysbrant Vuijten Hage te bewonen placht ende geruijmt heeft mitter doot, staende in de Beginestraat, an d'een zide: Aelbrecht van Assendelft mitter uytganc an de stege, an d'ander zide: Henric Rutgersz die leijdecker, after streckende an Aelbrecht voirs. ende an Dirc van Bekesteyn. Belast met ½ van 7 st. Voor 162½ nobelen

1499-06-10

folio 45v XXXVIII 1498-1501
Transportregister Haarlem

Bouwen Sijmonsz wijlen geechte man was van Alijt Lotten Gerijtszdochter, geeft om Godswille aan de H.Geest te Haarlem ⅛ deel van twee huizen en erven die Claes Jansz voortijts toe te behoren plachten, in die Cleyne Houtstraet. En verder ⅛ deel van alle roerende goederen die Claes Jansz voirs en zyn vrouw Lysbeth Lotten Gherytszdochter doen zij leefden geechte luijden tesamen gemeen hadden ende die de voors Lysbeth aftergelaten ende geruijmt heeft metter dood. Verleden 10 Juni

1496-02

folio 20v XX 1495-1498
Transportregister Haarlem

broeder Nanninck Thymansz, kelder van de Bernarditen te Heemstede, met Jan Borwoutsz als voogd, verkoopt aan Katrijn Pouwels Jacobsz weduwe de huijsinge en erve soo groot en cleyn alst Jouffrou Lucije geruijmt heeft mitter doot, leggende op tie Croft, noord: Jan Jansz die pelser, oost: Mergriete Wiggersdochter en Claes Baert, zuid: Ysbrant Jansz, Walich Jansz, Angnijese Symonsdochter en mr Jan Pater capellaen, uijtgaende in die Boeverijestege. Met Pieter Pietersz Wisse als voogd erkent zij 190 R gld schuldig te zyn

1509-08-06 | Tetrode

Bissch Oud Arch Haarlem 7 kl A/1 30/Cartul St Michielsklooster Haarlem fol 27
Haarlem Algemeen

Gherijt van Schoten oorkondt dat ick om zonderlinge gunste ende liefde die ick hebbe tot mijne lieve nichten Katrijn Jansdochter en Adriaena Jansdochter, gesusteren, geprofessijt in den convente van St Michiels binnen Haerlem ende om andere redenen ende saecken mij dairtoe porrende, gemaict, gegeven ende besproken hebbe etc in enen rechten testamente tot enen vrijen eygen den convente van St Michiels: eerst een hofstede gelegen tot Tetrode, in sulken schijn wijlen mijn oem Jan Jacopsz die achtergelaten ende geruijmt heeft mitter doot, geldende nu ter tijt 15 R gld sjaars. Ende daertoe alsulcke somme van penn. bij der voirn. Jan Jacopsz achtergelaten, als tselve convent opgebuert ende ontfangen heeft. En dat voor een eeuwige memorie, die de pater, mater en gemene zusteren in den voors. convente alle jaer doen sullen voor de ziele van de voirs. Jan Jacopsz ewich gedurende. Bezegeld door hemzelf en door leenmannen van de grafelijkheid

zegel van Gheryt van Schoten (1 en 4: leeuw en 2 en 3: een kruis), Cornelis Bolle van Zaenden (rechterschuinbalk)

Kedichem, van | 1416-11-11 -1417-11-11

A.R.A. Leenkamer 2145, 2146
Achternamenindex

rentmeestersrekening van het land van Arkel: de tienden te Kedichem: - van der kerkenland tot Buijnreberge toe, houdt 3 morgen vrij die t ut 1 morgen, kocht Steesken van Kedichem, 6 Holl gld per morgen. Rekening 1417-1418: de tiende te Kedichem: - van Tielman Oems lande tot Gielis Wolvertslande toe en dat mede houdt 4 morgen vrij, de tiende uit 5 morgen 4 hondt, kocht Steesken van Kedichem per morgen 6 gld Holl; rekening 1419-01-02 tot 1419-1-11: hieruit blijkt dat hij wederom tiende te Kedichem gekocht had voor 24 Eng nobel. "Hier of en heeft Steesken niet gegeven om dat hij mede geruijmt was. Ende die rentmeester dair om sijn erfenissen ende goede dair voir mitten soep van pacht aengetast ende sijn sint dier tijt stil bliven ligghen om datse nyment hueren en dorst"

1489-06

folio 8 VII, VIII 1489-1492
Transportregister Haarlem

Aernt Vredericsz de hoemacker en Aeff Vredericsdochter met haar zoon en bestorven voogd Claes Jacobsz, en dezelve Claes Jacobsz voor hemzelve en voor Dirc en Aecht, zijn broeder en zuster, ende oick voor Witte Claes oick zyn broeder die vuytlandich is, Claes Garbrantsz, Thaems Mertsz, Geryt Mertsz, Claer Mertijns dochter met haer broeder Thaems als voogd, Vrederick Gerijtsz in de naam van zine wive Maritgen Mertynsdochter, Meus Arysz als wyleneer man en voogd van zine wive Hillegont Mertijnsdochter, ende Matheus Boudensz als oick wyleneer man en voogd van zine wive Machtelt Florysdochter, verkopen aan Adriaen Cornelisz de zeilmaker, ½ van een huis en erf, dat Gysbrecht de hoedemaker ende Maritgen Thamesdochter te bewonen plagen ende aftergelaten ende geruijmt hebben metter doot, daer off de wederhelft denselven Adriaen thans off toebehoort, staende in die Damstraet, an d'een zide: Govert de barbier, an d'ander zide: Lysbet vuyten Hage, Thaems de goudsmits weduwe, after streckende mitter camer over de Beeck an Aernt Jansz Kenninck

1492-02

folio 143 CXL, CXLI 1489-1492
Transportregister Haarlem

Allart Florysz voor hem zelf, Henric Claesz als man en voogd van Alijt Florijsdochter en Cornelis Pietersz als man en voogd Jacob Florysdochter, dragen op aan Adriaen Jansz ketelboeter ¼ deel van het huis en erve dat hoir drier moeder geruijmt heeft mitter dood, staende op die oude Graft. Ende dat om te lossen den brief die coman Dirck Gerytsz op hun sprekende heeft van 20 £ gr Vls, daer de voirs Adriaen in den name van hoer drier moeder voeren geseijt heeft. Welken brief zij luyden onder hun drien oick geloeven, elck ¼ deel, mit de voirs Adriaen te lossen mitten penningen comende van desen huyse, ende dit soe geringe alst eenichsins doenlich is, ende t meerdeel van hun daertoe te Raede worden. Hiervoren scelt Adriaen hunluyden quyt ende draecht hun op ¾ deel van de rechtsvorderinge ende brieven die hij op Barber Florijsdochter, hoir drier zuster, sprekende heeft, zoe hij noch t ¼ deel an him hout