11 resultaten
1470~ |
G.A. Amsterdam Weeskamer Amsterdam 1e Inbrengregister fol 75v
Jaartallenindex
goederen van Martijn, Peter en Willem, Claes Martszoons kijnderen: 1) een stucke lants toe Purmereynde in die Goere, 2) ½ stucke lants toe Suderwoude geheten Jan Vrouwen Ven, 3) de helft van Claes die Witten lant bij Udam, 4) de helft van Martyn Petersz huus toe Suderwoude in den Rijpe
1477-02-20 |
G.A. Amsterdam Arch Oude Kerk Amsterdam/Charters N.Z. Kapel no 177
Jaartallenindex
schepenen in Amsterdam oorkonden dat Jan Jansz van Monykedamme verkocht heeft aan Gheertruyt Claes van Veenen weduwe 2 morgen lants gelegen tot Oetewael in Peter Zalen zaet, dair naest bij gelandt zijn noord: Alydt Han Jacobszoons weduwe myt hoeren kijnderen, zuid: Allairt Coppertszoens zaet, streckende van den Aemstel tot Scheen toe. Borgen: Peter Allairt en mr Willem Andrijesz
1436-08-14 | Nieuwer Amstel
G.A. Amsterdam Cartul Reg St Jan Amsterdam fol 176v
Jaartallenindex
broeder Simon, prior, en 't gemeen convent van de Regulieren bij Leiderdorp, oorkonden dat zij ten vrijen eigen overgedragen hebben aan de Reg. van St Jan bij Amsterdam, alzulc land ende erve als wij legghende hebben in die Cleyne Bilt in die ban van der Nyer Aemstel, ons anghecomen van wijlen Jan die Zaelen. Lendenen aan beiden zijden Hildegont Aernt Janszoens weduwe mit hoir kijnderen (vgl 1436-11-28, regestenlijst Amsterdam)
1435-07-01 |
R.A.H. Coll Aanw 465 fol 96v/Leenregister Brederode fol 50; R.A.H. 465 fol 91v/Leenregister Brederode fol 48
Jaartallenindex
Reynalt heer tot Brederode beleent Jan Gerytsz met ± 12 snesen lants ende sijn gelegen in den banne van Oudekerspel, ende hebben belent zuid: Paeije Juessoen ende jonge Jacobs kijnderen, noord: Almer Bruntssoon ende Aloff Henricsz (ander fiche: Oeloff Heerensoen), ende 3 garsen lants leggende in den ban van Noertscaerwoude, ende hebben belent noord: Sigerops kinderen, west: Geryt Dircsz mit sire moeder, brueder ende zuster, ende zuid: Jan Bertelmeusz, Yve Thomaesz ende dese voers drie gersen lants gaen aen Gerijts werf voors. van den westeynde tot 3 garsen toe. Tot een onversterfelijk erfleen, te verheergewaden met een blancke heect
1474-03-10 |
G.A. Amsterdam Weeskamer Amsterdam Lade 34
Jaartallenindex
schepenen in Amsterdam oorkonden dat Griet Claes Martsens weduwe mit haar bestorven voogd Auwel Gherytsz, en met Aeris Jansz, Egbert Hermansz en Auwel voirs, hoir vier vierendelen eenerzijds, en Claes Martsens vier kijnderen, alze Jan, Stijn, Katherijn ende Geert met haar voogd Dirc Etzen, en met Het Jansz, Jan scout die kistemaker ende Dirc Etzen voirn, hoir vier vierendelen etc op tie ander sijde, gelieden dat zij geschift en gescheiden zijn van de erfenisse ende goede die Claes Martsen nagelaten heeft. Griet zal hebben ¼ deel van een Arnhemsche gulden sjaars totten eweliken pacht staende tot Monikedamme op Jacob Hoennicx huijse gelegen opt suijteynde, ¼ deel van renten te Amsterdam. De kinderen zullen hebben de andere ¾ deel van de voors. pacht en goede etc. (vgl 1467-04-21, 1474-06-03, 1474-04-26)
1432-11-13 |
R.A.H. Coll Aanw 465 fol 81/Leenregister Brederode fol 43
Jaartallenindex
Reynalt heer tot Brederode oorkondt: want die 3 morgen lants leggende in den ambacht van Alcmade, die aen die eene side belegen hebben Zweder van der Mere ende Griete Busers mit horen kijnderen of hoer nacomelingen an die ander side, die Dirck van der Specht van der hofstede van Brederode hielt bi sinen tiden ende ons voervaders Heeren Dircs heer tot Brederode aen onsen voervaderen Heeren Jan van Brederode ende na ons liefs vaders Heeren Walravens Heer tot Brederode sal. ged. niet versocht en sijn, mit wanversuecke aen ons gecomen sijn, soo hebben in beden wille der vrunde om dienst wille die hi ons noch doen sel, dieselve 3 morgen lants also osi gelegen sijn, weder beleent ende verlijt Dirck van der Specht, tot een recht erfleen, binnen aftersusterkint niet te versterven
mannen: onse lieve oomen Heer Jan van Vyanen, ridder, heer tot Neyencoep, Willam van Brederode heer tot Steyne, Ghisebert van Bloemendale, Hubert van Laer, Henric de Witte, Jacob Crolle
1493-12-07 | Alkmaar, Castricum
G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 865
Jaartallenindex
schepenen in Amsterdam oorkonden dat Claes Heijn ende Frans Claesz voor zichzelf, en hoir zuster Claer Claes Heynendochter, alle die oude Claes Heynen nagelaten kijnderen. Zij met haar broeder Claes Heijn voorn. als haar voogd, en met Dirck Heymensz, Adries Boelenz, Frans Claesz voorn. ende Claes Heyn voorn, haar 4 vierendelen, ter voldoening aan het testament van hun vader, aan de Huiszittenmeesters van OLVr parochie kwijtgescholden hebben o.a. 22 geerse lants gelegen in den ban van Castercom, ende alsnu gebruijct wert bij enen geheten Jan Petersz van Castercom, sjaers om 20 gld current geld. Item 2 stucke lants gelegen over Dije in die vryheit van Alcmaer, ende als nu beide gebruyct wordt bij enen geheten Lubbert, het eene stuk sjaars om 10 R gld current, ende t ander stuk voor 8 g R gld vri gelt. In dorso: testament van Claes Heyn Franszoon
1468-07-07 |
G.A. Amsterdam Weeskamer Amsterdam Lade 5
Jaartallenindex
schepenen in Amsterdam oorkonden dat Cylle Claes Dircxzoens weduwe, Jan, Sijmon, Claes, Weyndelmoet ende Mergriet hair vijff kijnderen, met hun voogd Baernt Dircxsoen, en met Jan Sterck, Jan Verlaen en Claes Verlaen en Baernt voorn. hun 4 vierendelen, kwijtscholden en overgaven aan: 1) Dirc Claesz "alle alsulke landen als sij leggende hebben in Purmerlant, te wetene 4 koeven after Claes Coppert Stevens ende noch een stucke lants van 2 coeven geheten Spilbijese" etc; 2) aan Cylle Claes Dircxzoens weduwe, hair moeder "alle alsulke landen als sij leggende hebben op Merken te wetene die grote Paerdecamp, item Suwenven, ende is een stucke lants van 12 coeven mit een huijs dairop staende, item 4 coeven in Bredeven, ende 3 koeven in Wijkeweijde, in allen schijn als dese voirs. landen aldair gelegen sijn" etc. In dorso: "dit sijn II bescutbrieven ende behoiren toe Cille Claes die Kupers wedue mit haren kinderen ende niet in scade noch bate als int boec bescreven staet van den goede"
1459-09-19 | o.a. Schoten, Aelbertsberg
R.A.H. Coll Aanw 102 Caput Kennemerland fol 45/Reg Principum fol 34
Jaartallenindex
hertog Philips beleent Willem van Foreest met de goederen hem aangekomen bij dode van zijn oom Herper van Foreest: 1) ⅓ deel van der tyende tot Schoten, daer die Heer van Brederode de andere ⅔ van heeft; 2) tot Waverveen een clein coirnthiendekijn ende smaltiende; 3) in den ban van Aelbrechtsberghe een campe lants 6 maden groot wesende, belend oost en west: Willem Snel; 4) een mat lants gelegen tot Aelbrechtsbergh onderdeelt met Lysbeth Rogiers weedwy ende hoeren kijnderen; 5) dat ambacht mit den lande van Schoterbosch, belend zuid: dat capittel uijt den Haghe, noord: Willem van Saenden Symonsz, west: die Veenwateringhe geheten die Delf, streckende van danen oistwairt in die Spairne; 6) 19 maden lands gelegen buytendycx bij Saenderdam; 7) ⅓ deel van een coirnthiende bij Delf, daar Heer Philips van Pollanen ende Jan Heerman dat anderdeel af toe behoeren plach; 8) dat ambacht van Middelburch bij der Goude, mit landen, thienden, renten ende heerlycheden. Tot een erfleen
1462-06-12 |
Bijdr Bisdom Haarlem dl 16 no 112/Arch Zijlklooster Haarlem
Haarlem Algemeen
Alijt Jan Betten weedwij met haar zoon en voogd Jan Boen Jansz oorkondt dat zij gegeven heeft aan het Zylklooster te Haarlem, daar Roelof Jansdochter ende de myne een medesuster ende nonne in is, voir dat sij professi dede, voir hairs vaderlike erve ¼ deel van een sticke lants gelegen te Scalcwijc buten Hairlem in Jans Betten hofstede doirgaens lants, dat groot is 14 maden ende 11 maden ende belent hevet zuid: Jan Pieter ter Werven mit syn zoen, noord: Pieter Matheeusz ende Simon Willamsz kynder, ende die 11 maden strecken an die somerwech int oesteynde, ende die 14 maden streckende an die quade 6 maden, welke toebehoeren Pieter Matheeusz an die oostzijde, die westzijde streckende binnen dijc an Spaern. Item noch 3½ morgen gelegen buten Hoern in den ban van Nubecswoude, in een sticke lants van 4½ morgen ende 100 roeden, dair Alijt of hout 1 morgen ende die 100 roeden, belend oost: Jan Sinonsz, west: Kathrijn Aeftuuts weedwi mit hair kijnderen, ende dit lant leyt voir Alyt Jan Bettenz voirscr. huus. Daar zij zelf geen zegel heeft, zegelen Gherijt van Arcom ende Claes Aelbrechtsz voor haar als mannen der grafelijkheid (met hun zegels)