11 resultaten
Cruce, van der | 1434
A.R.A. Rekenkamer no 864, 751a rood fol 2; J.C. Kort: het Hof te Haarlem
Achternamenindex
de bede van Haarlemmerwoud: "dat is vergaen mitten water in Haarlemmermeer", geconstateerd door deurwaarder Jan van der Cruce [Haarlemmerwoude was een onderdeel van de parochie Nieuwerkerk, als Boesingheiliede was deze onder een andere naam bekend]
1533-05-08 |
R.A.H. Coll Aanw 466 fol 7/Leenregister Brederode fol 5
Jaartallenindex
Reynalt van Brederode beleent Pauwels Jacobsz, tot Purmereijnd, met een stuck lants geheten die Molenvenne, noord: Lauris Pietersz, zuid: die Neckerdyck. Ende noch een visscherije gelegen bij Purmereynde bij de Molenven voors. die overlang verdroocht ende vergaen is. Hem aangekomen bij dode van zijn moeder Catryn Thymanszdochter
mannen: Geryt van Sparnwoude, Enghebrecht Ramp
1565-03-30 |
R.A.H. Coll Aanw 466 fol 122v/Leenregister Brederode fol 81
Jaartallenindex
Henric heer tot Brederode beleent Dirc Pauwelsz Rex van Purmereyndt met een stuk lants geheten die Molenvenne, belend noord: Laurens Petersz, zuid: die Neckerdijck. Item noch een visscherije gelegen bij Purmereijnde bij der molenvenne voirs, die overlange verdroogt ende vergaen is. Hem aangekomen bij dode van zijn vader Pauwels Jacobsz. Tot een erfleen, binnen aftersusterkint niet te versterven
present: Geryt van Gronsvelt, Kaerl van Chassiopijn, onse leenmannen
1412-11-13 |
Arch Kerkvoogdij Inv 186 fol 43v regest 67/Cartul Zeven Getijden Haarlem
Haarlem Algemeen
schepenen in Haerlem oorkonden dat Jacob Peter Hoexz [v.d. Haer leest Horx in regest 67] transporteert aan Pieter Claes Jansz.z 10 schell goets gelts sjaars op een huis en erve op Bakenesse, an die een zijde: Lottijn Bartoutsz, an die ander zijde: Pieter Claesz, afterwaerts streckende an Jacob Claes Hatinz.z ende an Jan Gysenz (boven staat: "is vergaen")
Willem Doevenz en Dirc Symon Doudenz, schepenen
Hoogwoude, van~ | 1429-02-12
V.R.O.A. dl XXV p 204/Rek Rentmeester van Kennemerland 860 fol 3v, 863 fol 5v, 6v
Achternamenindex
Edward bastaard van Holland [van Hoogwoude] wordt door gravin Jacoba beleend met de heerlijkheden van Hoogwouderban en Aartswoud en de tienden van Wognum; 1430-06~: hij wordt beleend als lijftocht voor zijn vrouw Jutte van Kyfhoek: - de helft van alle tienden en renten van Hoochtwoude en Edertswoude; - de helft van alle tienden van Aarlanderveen; - de helft van 18 morgen land in Lisserbroek; 1430-1431 en 1432-1433: idem, "die Bosem after Winkel is bijna al vergaen gegeven aan here Everde bastaert van Holland"
1465-1466 |
Rek Rentmeester Kennemerland en Vriesland no 896
Jaartallenindex
ontvang van visserij: Eerst op tie Langedyk in de ban van Outkerspel zijn drie visscherien geheeten dat Grontgat, die Hofsloot en Walingedorp, dat heeft myn heer van Egmont mit dat voors. dorp (fol 35). Die visserie geheten Payen zijtwinde in de ban van Coedijck bewint (?) him die castelijn van der Nyenburch; (fol 38v) die visserie van St Martins in t Nyeulant is al vergaen ende was uitgebroken doen myn genad. heere eerst int lant quam en zedert die tijt niet bevist en is geweest; (fol 42v) dat halve veer zo men vaert van Alcmaer tot Berghen hebben die kerkmeesters van Alcmaer in pacht tot der kerke behoef durende t leven lanck van jvr Hildegont dochter Hendricx de bastaert van Holland om 9£ 4sc 6d; (fol 53) Willem van Nes, legger mijns genadichs heren shertogen van Bourgondië in den Anderden Hout in Duenscoten van een rode valk die hi in den voors. legge gevangen heeft, ten prijse van 4 Wilh scilt
1527-02-19 | Heemskerk
R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Kennemerland fol 69v
Jaartallenindex
request van wege Joost de bastaard van Brederode en in de naam van zijn huisvrouw Marie van Minnen, te willen consenteren [verkopen] een sate lants groot 4 ½ morgen in de ban van Scellinchout, leen van Holland, omtrent den Zeedijck, in perikel omme deur inbreken van den dycke te invinderen ofte te vergaen, ten eygen, mits daarvoor opdragende in stede van dien andere 14 geersen lands, daarof 3 geersen maken 1 morgen, gelegen in de ban van Heemskerk, omtrent den huyse aldaar, genoemt "Kuijpersven", om die weer in leen te houden. Gezien de infromatie gedaan bij Adriaen Stalpert, de rentmeester generaal van Kennemerland en Vriesland, en gemerkt het feit dat de opgedragen 14 geersen alsoe goet te wesen ende seeckerder gelegen in bekommerde tijd dan de 4 ½ morgen in Scellinchout, soo is door de rekenkamer bij advies van de heer van Assendelft etc en van de ontfanger van de espargnes, Crispyn van Buschuysen, joffr. Marie ontslagen van de leeneed t.av. de 4½ morgen, die haar nu ten eigen gegeven worden. En wordt geaccordeerd dat zij de 14 geersen zal opdragen en weer in leen ontvangen. Zij moet hiervoor 15 gouden Kar guldens in eens betalen (vgl 1527-03-07)
mij present V. Dammas
1529-07-25 |
R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Amstelland, Gooiland, Waterland, Zeevang fol 7
Jaartallenindex
Karel beleent Willem van Boschuysen Willem Cuijsersz na dode van zijn vader Willem van Boschuysen Cuijsersz met: 1) een thiende gelegen in den lande van Montfoort, oost: die Bredevelder watering, west: slandskae, streckende opwaert van der Linschoten an Cattenbroecker wetering; 2) sulcker hofstad als binnen onser stede van Woerden ligt, oost: de veste, west; wyselve, streckende opwaert van den Poel op den Ryn; 3) 2 morgen in sGravensloot, oost: Gysbrecht Cam, van Galencoop, west: idem met een weer van 8 morgen, opwaert streckende van den Nuwensloot tot sGravenslooter watering. Leen van Woerden, onversterfelijk erfleen; 4) ½ van 6 lynen lands in Stollaertsdyk en daertoe ½ van 6 lynen van de westthiende van Spykenisse, leen van Putten, tot een onversterfelijk erfleen. Onder staat: 1) bepalinge van deser thiende, nu genoemt Vrouwenbuert, west: de Linschoterdyk, noord: de landscheiding van Snelle. Hier plag tussen te lopen de Bredevelderwatering, die vergaen is, oost: de Cattenbroekerdijk, zuid: gemene lantskade van den lande van Woerden; 2) bepalinge v.d. hofstad binnen Woerden. Dezelve hofstede of erfrenten uyt 15 huizen staande aen een, west: Adriaen van Crimpen met zekere hofsteden, leen van Holland, noord: die Poel, oost: der stede vest van Woerden, zuid: de Ryn die deur de stede gaat; 3) bepalinge van 2 morgen op sGravensloot buten Woerden in het Sticht van Utrecht, in de parochie van Camerik in een weer van 8 morgen mit Floris Gerritsz en Hendrick Aerndsz. Streckende van 's Gravenslooterdyk noortwaerts an Cameriker lantscheyding, oost: Claes Huygez, west: Pieter Dircxz
1429 |
Rek Rentmeester Kennemerland en Vriesland 860
Jaartallenindex
eerst op die Langhedyck in den ban van Outkerspel zijn 3 visseryen, als dat Grontgat, die Hoefsloet en Walingendorp, heeft die here van Egmonde van minen heer. Item die Langerlaen in die ban van Noort Scerwoude op die Langhedyck heeft Claes Willem Gheyenz. Die Boesem after Winckel is droege lant [ook al in vroegere rekeningen]. Die tocht buten die Zydwinde is vergaen, daerof niet (tot Nyedorp) (fol 5); (fol 6) die marct tot Alcmaer te beloken Paschen is niet of gecomen overmits dat vechtelic dat die van Akersloot op die tyt daer maecten. Ontfaen van der marct t'Akersloet te St Jacobsdage 15sc. Ontfaen van een grote visch die tot Santvoirt ut die zee in den jaer voirs anquam, boven cost en arbeit die daerom gedaen wort 40£; (fol 8v) item heeft Adriaen van Raephorst [de rentmeester] utgegeven ende betaelt Jacob Tack ende hy Adriaen voirs mit recht tot Haerlem ofghewonnen heeft, overmits dat here Barthout van Raephorst sal. ged. een waerborge was voir alsulke goede als wijlen hertoge Albrecht Jacob die bastairt van Egmond Jacob Tacken wijfs man selve vercofte ende dat ghelt selve daerof ontfinck. Welke goede Steven van Cleve mitter doot ruijmde die men meynde dat een bastaerd geweest hadde. Ende overmits dat men naemaels claerlick vernam dat Steven voirs. geen bastaert en was, so is gecomen Wouter Louwe tot Alcmaer ende heeft dieselve goede voirs. mit recht in die vierscare t'Alcmaer weder gewonnen, daer Jacob die bastaert voirs. bij te scaden geleden heeft, gelyc die brieven die Adriaen voirs. daer of hier overlevert inhouden, 372£
1593-03-27
R.A.H. O.R.A. 1093 fol 84
Transportregister Bloemendaal
alsoe Phillips Claesz, duijnmeijer, ende buerman in de Voegelsanc, mij ondergescreven als Bailliu ende amptman over de heerlykheid van Brederode, te kennen gegeven heeft hoe dicht ter zijden zyne wooninge gelegen ende gaende es een buerwech, mitsgaders een brugge over de Cromme Vaert, welcke brugge altoos onderhoud werden bij de bueren daeromtrent, nu doer ouderdom ende anders zoe vergaen es, dat dezelve wel hoochnodich diende geheel vernieuwt. Ende nadijen hij aen de andere zijde van de voors. buerwech een stucxke ofte croftgen lants heeft leggende, in vougen dezelve buerwech tussen dat ende zyn wooninge ofte ander teelcroft deurloopt, gaerne de voorn. zijne croftkens, nu gescheiden als voren, aen malcanderen zoude appliceren ende brengen, derhalven oitmoedelyck versochte de voors. buerwech te mogen verleggen ende omleyden beoosten de croft daer zij woninge op staet. Met presentie tot contentement ende verlichtinge van de andere geburen van een nieuwe brugge over de Cromme Vaert enige roeden beoosten de oude, te zynen laste te maken. Het onderhoud van deze nieuwe brug zal dan echter ten laste van de geburen moeten komen. De baljuw arrangeerde een schouw ter plaatse in presentie van de geburen die dit enichszins aengaen mochte als Pieter Aelbertsz, Gerrit Jacobsz, Dammas Dirksz, Dirck Albertsz, Gerrit Willemsz Bol, Willem Pietersz. Daar zij tot een eenstemmig gunstig oordeel hadden, wordt vergund het verleggen van de buerweg, benevens het leggen over de Cromme Vaerdt van een goede starke brug van eykenhout, zodat men daarover met paarden en wagens kan rijden