8 resultaten
1593-12-05 (VII) | Koedijk
R.A.H. O.R.A. 6218 fol 70
Jaartallenindex
(zonder datum) Jan Piets voors. kent schuldig Jan Cornelisz, poorter tot Alkmaer, biersteker van t merck van de Groote Croon, de som van 200 gld ter cause als 150 gld 4st calck, hout en arbeitsloon van de camer staende aen zijn huis hierboven verhaelt, en 50 Kar gld van Delfse bieren, besegelt op t huys en camer hierboven by Olbrant Dircsz verbonden by schout en schepenen boven verhaelt van dato den .....; 1593-12-05: Jan Jansz Gruijs scheldt quyt Gerrit Jansz Lantheer het voorent huysinge en synen erven uitgesonderd het cleyne huyske met nog 4 voeten erf bysuyden t cleyne huyske, van de wech tot de graft toe, staende op de noordzijde van de Kerckelaan. Onderpand: het cleyne huijske en al dat daer aen en opt erf noch getimmert sal worden. Tot meerder waarnis geeft hy Lantheer de quitantie van Jan Reynsz Clock daer van t voors. voorendt ontfangen heeft
Jan Gerritsz, schout, Cornelis Cornelisz, sgraven molenaer, en Pieter Pietersz, schepenen in Coedyk
1597-12-30 | Koedijk
R.A.H. O.R.A. 6218 fol 105v
Jaartallenindex
schout en schepenen in Koedijk oorkonden dat Willem Jansz Schotsman erkent schuldig te zijn aan Jan Jansz en Jannitge Jansdochter, kinderen van wijlen Jan Jansz Pap, geprocreert bij Griet Jansdochter van Alcmaer, een jaarlijkse losrente van 32 Kar gld, losbaar met 400 Kar gld. Hypotheek: een stuck lant in de Daelmeer, groot 3½ geersen en 3 snees, genaemt "het Oortge", oost: den Bijl, west: Pieter Jansz in St Pieters scheepken tot Alcmaer, noord: de Rynsloot. Noch een acker saetland groot 14 sneesen, gelegen acher Coedijker kerk, west: de kerckeacker en vroonlanden an wederzyden. Mistgaders zijn huis en erve, belend zuid: Pieter Jacobsz huys, noord: de weduwe van Pouwels de backer. Borgen: Jan Cornelisz den Baes, van Coedyck, woonachtig tot Alcmaer, Reijer Jansz alias Hanse Reijer, Gerrit Jansz Lantheer. Gerrit Jansz Lantheer stelt tot onderpand een stuck lants genaemt "het Lienstuck" [?] in de voors. meer, oost: Jan Cornelisz, van St Pancras, west: de Bijl, noord: de Rynsloot, groot 5 geersen. Noch een stuck lants in dezelve meer groot 7 geersen, achter de Coedycker kerck bij de brug, belend zuid: Pieter Bartholomeusz, noord: Pouwels Dircsz. Reyer Jansz en Jan Cornelisz Baes stellen tot onderpand al hun goederen. Afgelost 1626-04-08 door Jan Outgersz, get. W. Adriansz, secretaris
Reyer Cornelisz, schout, Olbrant Dircsz en Michgiel Pietersz, schepenen
1430~ |
Kroniek Hist Gen Utrecht jg 1850 p 424
Jaartallenindex
ick Peter van Inkenvoert, ingeseten ter Horst, clage dat ic bin komen in Pedellant tot Asten, daer ic doer wandelen solde, soe sijn komen die amptlude van Asten ende hebben mi gevangen ind gestockt sonder ansprake, want mijn broeder ende ander mijn mage daer quamen ende wolden mij terecht gestelt hebben, desen mocht mij niet geschien, also dat sij mij daer af braken ende schaden wael 50 cronen ende meer, niet angesien dat mijn genedige heer van Cleve ende oec Vleck van Kaldenbroec ende Johan van Wilre, mijn lantheer, vur mij gescreven hadden, dat men mij quijt scolde of recht liet wedervaren, des mij gheen vedervaren en mocht [het was niet gelukt hem vrij te krijgen]. Gegeven onder zegel Reyners mijns broders vurg, om gebreec wil des mynes op dese tyt (zonder datum)
1596 (I) | Koedijk
R.A.H. O.R.A. 6218 fol 87
Jaartallenindex
Maerten Yffsz heeft vercoft aan Olbrant Claesz, bouw [?] knecht 6 sneesen lands van een stucke weytlants, genaamd "Cleyenburch" bij Maerten Symonsz gecocht in den jare 1594 van des grafelijkheids vroonlanden, gelegen besuyden en omtrent Olbrant Claesz moers. Ende alsoe Marten Yfsz dese voors. omtrent 6 snees vercocht heeft uit het voors. land ende die pacht op het ander deel van het land houdt, soe belooft Marten Yfsz de 6 snees te vrijen en ontlasten van de jaarlijkse pacht die van het geheel aan het comptoir van de rentmeester van de Vroonlanden betaald moet worden, buyten losten van Olbrant Claesz syn moeder hare erven. Tot onderpand stelt Maert Yffsz zijn huis en erve binnen onsen banne in de Kerckbuert, zuid: Gerrit Jansz Lantheer, noord: Pieter Jacobsz huis en erve
1600-06-01 | Koedijk
R.A.H. O.R.A. 6218 fol 118
Jaartallenindex
schout en schepenen in Koedijk oorkonden dat Maerten Symonsz heeft vercoft aan Cornelis Jansz Schoorl een huis en erve op de Molenbuert, zuid: Gerrit Jansz Lantheer, noord: Aeriaen Jan Noomisz. Voor de waarnis stelt hij ten onderpand al zijn goederen. Borg: Jan Claes Melisz die tot hypotheek stelt het huis en erf daar hij nu ter tyt in woont, zuid; Symon Aerntsz, noord: de weduwe van Aerian Vrericx; - (zonder datum) Jacob Jacobsz belooft Pieter Wyertsz, van Langedyk, Dirck Dircksz snijder en Cornelis Claesz van Alcmaer te bevrijden, te ontlasten, te garanderen en indempneren van alsulke 100 Kar gld als sij te samen voor hem hebben opgelecht van lange Willem van Alcmaer, onderpand zijn ½ huis en erve, zuid: Jan Hilbrantsz, timmerman, noord: Dirck Nanis. Noch omtrent 6 sneesen vroonland, belend oost: Pieter Gerritsz Calis, zuid: de gemene Vaart, west: het Slick
Reyer Cornelisz, schout, Jan Cornelisz Croon en Migchiel Cornelisz, schepenen
1594 (XII) | Koedijk
R.A.H. O.R.A. 6218 fol 78, 79
Jaartallenindex
(zonder datum) Jan Jansz Ros scheldt quit aan Cornelis Claes Nelis, een acker saetlants genaemt "de Breetwijne", groot 9 snees 9 roeden, gelegen in de ban van Outcarspel, west en noord: de Veer, zuid: Jan Aerntsz. Waarborg: zijn zoon Jan Jansz en Cornelis Gerritsz, de zoon van Foockel Jansz. Onderpand: de huizen daer zij nu in wonen; - Jan Hendriksz kent schuldig Jacob Claes Hot, de rente 3½ gld verschenen op Carstyt 1595; - Aerjan Cornelis, van Nierop, moller van de Grob, erkent schuldig te zijn aan Neel Garbrantsdochter van Outcarspel, de somma van 75 gld, te betalen op Carstyt 1595 met 85 gld 5st; - Marten Symonsz transporteert aan Cornelis Dircsz Pater een acker saetlant gelegen op Berckmeer in de ban van Bergen, groot 3 Coedykse sneesen, belend oost: een notwech, zuid: Marten Symonsz, noord: Yff Allertsz. Onderpand zijn huis en erf gelegen op Coedyck, zuid: Lantheer, noord: Pieter Jacobsz. Borg: Yff Symonsz Claver, die tot onderpand stelt zijn huis en erf te Coedyck, zuid: Lysbet Coenis, noord: Marytgen Pietersdochter, weduwe Gerrit Jansz [?] Sloof
1595-01-27 (IV) | Koedijk
R.A.H. O.R.A. 6218 fol 81, 80, 82
Jaartallenindex
Aernt Evertsz als voocht van Brecht Jansdochter, de huisvrouw van ..... lantheer heeft vercoft Maerten Yfsz drie acker saetland op de Nes in de ban van Bergen, groot samen 11 snees, sijdt onder sydt, oost: Aerian Gleijnisz, noord: jonge Jan Wijn, west: Flamings weduwe. Onderpand een stuk weyland gelegen in de bedykte Daelmeer binnen onsen banne, belend west: de Bijl, oost: Jan Cornelis Symons, noord: de Rinsloo. Maerten Ysz kent schuldig Aernt Evertsz ter cause van de voors. coop 215 Kar gld, te betalen op Karsmis 1595 onder verband van Marten Symonsz huis en erve, belend zuid: Lantheers huijs, noord: Pieter Jacobsz; - Jan Phs kent schuldig Pieter Heijn als voocht van Machtelt Reyersdochter, -2-, verschenen lichtmis 1596 (fol 80); - Pieter Jan Claes: - 2- verschenen Cart '95 (fol 81); - Jan Pieter Luytgis en Jacob Jansz Barsingerhorn transporteren aan Jan Pouwelsz van Coedijck een acker saetlant gelegen op Sanegeest in de ban van Bergen, groot 5 Coedyker sneesen, oost en zuid: Dirck Nams, west; die Westerweg. Stelt tot onderpand een acker saetland in onsen banne groot 4 sneesen, belend zuid: Yf Cornelis Yfsz, west: de grafelijkheids vroonland genaamd "de Slick"
Jan Gerritsz, schout, Pieter Bartholomeusz en Hendrick Gerytsz, schepenen
1597-01~ | Koedijk
R.A.H. O.R.A. 6218 fol 99v, 100
Jaartallenindex
Hans Vlaming, coopman tot Amsterdam, scheldt quyt aan Willem Roosewinckel, poorter tot Alkmaer, een stuck vercoft vroonland genaamt "Nanne Pieters weyde", groot 2 morgen belend: Engel Vrerycsz, Yf Dircx, mitsgaders de aftergraft in t west. Noch schelt Hans Vlaming quyt ten profyte als voren een stucke lants genaempt "het Suyder Ave Marienlant", groot ½ morgen, belend oost: de Rinsocht [?], noord: Het Lauckedel [?]; - Marten Symensz als coper anno 1594 van een stucke vroonlants genaemt "Cleijenburch", wesen no ..., transporteert aan Bouwen Pieter Michielsz, dee acker die van cleyenburch verscheijen lach, streckende bysuyden die Mullensloot, oost an. Marten Symonsz erkent al betaelt te wesen van de voer beterschap die op de voors. beterschap soude wesen. De acker is belast met 6 gld 6st 11 penn jaarlijkse rente. Alsoe Marten Symonsz dit voors. geheele Cleyenburch in den jare 1594 gecoft heeft met de last van 35 gld jaarlijkse renten, heeft hij dit land daarna aan meerdere personen verkocht die elk een deel van deze belasting op zich genomen hebben. De voors. acker de last van 6 gld 6st 11 penn per jaar. Tot vrijwaring stelt Marten Symonsz zijn huis en erf daar hij nu ter tijt in woont, zuid: Gerrit Jansz Lantheer, noord: Pieter Jacobsz