12 resultaten
Burch, van der | 1373-01-02
Reg Rotterdam en Schieland no 963/Arch Abdij Egmond Inv no 531 regest 457
Achternamenindex
Gheryt, Willem Aerntsz verkoopt leenland te Egmond, met toestemming van het convent van Egmond als leenheren
bezegeld door Daniel van Mathenesse,ridder en Willem van der Borch Symonsz, knape, leenmannen van het klooster Egmond
Poelgeest, van | 1447-08-20
Inv Arch Kapittel in den Hage regest no 262
Achternamenindex
deken en kapittel van OLVr in den Hage belenen Jan van Poelgeest erfelijk met het spithout uit den Hof te Leiden, welk spithout hem door Willem van Naeldwijk was verkocht zonder toestemming van de leenheren
Deutz van Assendelft | 1694
Inv Arch Marquette en Assumburg no 1091
Achternamenindex
de Staten van Holland als leenheren van Brederode belenen "twee campen land genaamd het Mesje" onder Heemskerk achter Oud-Haarlem: Ysebout van Veen; 1729: Johannes van Coevenhoven; 1729, 1742: Jean Deutz van Assendelft; 1756: mr Cornelis Deutz van Assendelft
Heemskerk
1505-07-18 |
R.A.H. Coll Aanw 111 Caput N.H. fol 250v, 252v
Jaartallenindex
leenmannen van Holland oorkonden dat Vrederyck van Zijl erkende vercocht te hebben aan Hercke Heynricsz een jaarlijkse losrente van 6 £ groten Vls sjaars, losbar den penning 12, makende 62 £, en dat Vrederyck voors. hiervoor ten onderpand gesteld heeft zijn hofstede te Zijl, liggende buyten de stad Leyden, zowel leen als eygen, tzy gehouden van de grafelijkheid, van den grave van Nassau of van den heer van Wassenaer, niet uytgesonderd. Met verzoek aan de leenheren om deze belasting te willen confirmeren. In kennisse der waerheyt so hebbe ick Jan van Outheusden mits gebreek myns zegel, mijn hanteycken hier onder geschreven. Ende mits gebreex myns zegels van mij Wouter Pietersz soo heeft Dirck van Boneem gezegeld. Op 1505-07-21 confirmeert aartshertog Philips deze akte
Jan van Outheusden, Wouter Pietersz, Huyg Gysbrechtsz, leenmannen
Polanen, van | 1416-09-20
Arch Montfoort regest no 280
Achternamenindex
Willem van Pollanen geeft zijn neef Johan burggraaf van Montfoort in onderleen het huis te Wulverhorst met toebehoren, leenroerig aan het Sticht, met enige stukken land, leenroerig aan de proost van Oudmunster, en aan de jonker van Nassouwen en met de hoge heerlijkheid van Diemerbroeck, leenroerig aan de heer van Vianen, en verbindt zich deze goederen rechtstreeks voor de verschillende leenhoven te zullen overdragen, zodra de burggraaf van de genoemde leenheren de belening verkrijgen kan
1514-01-07 |
R.A.H. Coll Aanw 114 Caput Heusden etc fol 24v, 25
Jaartallenindex
leenmannen van Holland oorkonden dat mr Jan de Wolff Peterssoon opdroeg tbv Joost Spierinck van Aelburch alsulcken eed als hij hem soude doen van 7 hont lands gelegen tot Wyck, die men wijlen synen vader Peter de Wolff te leen te houden plach. Met het verzoek om Joost hiermede te willen belenen; 1514-07-24: Max. en Karel oorkonden dat Joost Spierinck van Aelburch den stadhouder heeft vertoond, hoe dat mr Jan de Wolf Pietersz hem verdragen en quytgeschouden heeft alsulcken eedt als hij deselve mr Jan schuldich ende gehouden was te doen van 7 hont lands gelegen tot Wyck, die men van wijlen synen vader Pieter de Wolff te leen te houden pleecht, denselven mr Jan den voors. Joost Spierinck noch opgedragen heeft alle alsulcke leenrechten, solempniteiten ende manschappen als Pieter de Wolff, des voors. mrs Jans vader, in t leste van sijnen leven onder hem hadde, ende daer hij leenheere off was. Joost verzoekt ootmoedig confirmatie van deze brief, waaraan de leenheren voldoen
Osten Jansz, mr Claes van der Stael Claesz, Jacob Quekel Hughenz, leenmannen van Holland; 1514-07-24: Pieter Plumioen, Jorden van Raemsdonck, Loys Bruueel
1542-05-27 |
R.A.H. Coll Aanw 123 Caput Asperen, Altena etc fol 12v
Jaartallenindex
supplicatie van Godschalk van Outheusden als oom en voogd van de achtergelaten kinderen van zijn broer wijlen Jan van Outheusden, inhoudende dat wijlen zijn broer krachtens verkregen octrooi gedisponeerd heeft dat al zijn lenen verdeeld zouden worden over al zijn kinderen. De voogd stelt nu dat al deze lenen van verschillende leenheren in leen ontvangen moeten worden, daar de kinderen daartoe te jong zijn, en ook dat hij nu nog niet weet op naam van welk kind een leen gesteld moet worden; daar scheiding en deling nu niet mogelijk is, zo verzoekt hij al deze lenen te mogen stellen op naam van de oudste zoon Wouter van Outheusden. De keizer octroyeert Godschalk om alle lenen te doen verheffen op de naam van Wouter, mede namens zijn broers en zusters. Zodra Wouter mondig is, wordt hij niet zelf tot de leeneed toegelaten, zoalng hij geen verdeling tot stand gebracht heeft (vgl 1535-03-18, 1542-06-20)
1503-03-31 (1502) |
R.A.H. Coll Aanw 111 Caput N.H. fol 141
Jaartallenindex
Philips oorkondt "alsoo Pieter Suijs in zijn leven uijt cracht van sekere onsen brieve van octroy, gegeven in onse stad van Mechelen dd 1493-05-24 bij zijn testament geordonneert onder syn getroude kinderen van den leengoederen". Zowel van zijn leengoeden gehouden van de grafelijkheid van Holland als van andere leenheren, verleent aan Cornelis Zuijs, jongere zoon van Pieter Zuijs, als hem bij makinge en dode van zijn vader Pieter Zuys angecomen zijn: 1) een woninge, 24 morgen lants groot wesende, gehieten Symonswoninge, ende 2 campen lant elk 5 morgen groot wesende, al gelegen in den ambacht van Ruijven, tot een erfleen, 2) een corentiende, gelegen in onsen ambacht van Monster, geheten Loesduynredyck, daer die grave van Nassau van ons dat wederdeel of houdende is, 3) een corentiende gelegen in onsen ambacht van Ryswijk, gehieten die Geestiende, streckende van onsen geest ende aldaar tot den Vroensloot toe, tot een erfleen, 4) een wintermolen, staande in het ambacht van Ryswyk met allen haren gevolge en toebehoren. Erfleen (vgl 1493-05-240
present: Tielman van Dullekum, Pieter Pluymion, Dirck van Boneem, Hendrik Smout, cleene Jan Bruyn
1468-03-21 |
R.A.H. Coll Aanw 238 fol 460/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
op ten voirs. dach so was bij den Hove van Holland geordineert ende geappoincteert als dat men zulcke percelen van landen als Dirc Jacobsz in den name van zijn vader Potter Willems Jacopsz en Florys Boon als borgen voor Jan van Hoedempijl den erfgenamen van Jan Sonck in gescrifte overgegeven hebben angaende die landen die dieselve erfgenamen leggende hebben buytendycx in Maeslant, die dieselve Jan van Hoedempijl doen bedyken sal bij drie kerckgeboden op drien Zonnendagen achtereenvolgende onder die hoochmisse in die kercke van Maeslant. Al degenen die iets op deze landen te zeggen hebben, moeten dit dan terstond bij het Hof aanbrengen voor des Manendages na Beloken Paschen e.k. goets tijts in den middag. Blijkt het land dan bezwaard te zijn dan zal t selve Hof den voirs. erfgenamen voorsienicheyt doen. Ende dese tijt hangende zoe sal die voors. Jan van Hoedempijl mit der voors. dyckaedse mogen voortvaren, alsoo 't nu groot tyt is, behoudelic dat hij denselven erfgenamen consent leveren sal also dat behoort van den leenhere ofte leenheren dair men enich van den voirs. partikelen van lenen aff te leen houdende is. Des zo zullen des voirs. erfgenamen landen die men nu bedycken sal, altyt mit den pachte belast ende bezwaert blijven
1493-04-02 (1492) |
R.A.H. Coll Aanw 110 Caput Arkel, Putten fol 10-12
Jaartallenindex
leenmannen van Holland oorkonden dat Cornelis van Woude Jansz "ende niet alleen om die goede gunste ende liefde die hij draegt tot jvr Margueriete en Hillegont van Woude, syn susteren, maer oock om sonderlinge ende treffelycke redenen, soo hij affirmeerde in zijn conscientie hem daertoe porrende etc", opdroeg tbv zijn zusteren alle lenen hem aangekomen bij dode van zijn broer Karel van Woude, die deze in leen hield van de grafelijkheid van Holland als heer van Putten, van de graaf van Nassau, heer tot Breda, van den heer van Wassenaer en van Jacob van Woude heer tot Warmond: 1) 7 morgen land in het ambacht van Oestgeest, leen van Nassau, 2) 6 morgen aldaar, geheten dat Grote Hofbroec en nog 4 morgen 14 hont in het ambacht van Voorschoten, gehouden van Wassenaer, 3) een woning met 11 morgen in het ambacht van Warmond teinden Warmonderdam, en nog 2 morgen land te Warmond binnen Hemmeer en geheten zijn Steenshoorn, leen gehouden van Jacob van Woude, here van Warmond. Deze lenen droeg hij op tbv zijn oudste zuster Marguerite van Woude. T.b.v. zijn jongere zuster jvr Hillegont: 1) ½ van 3 lynen lands in Stollaertsdyk en de ½ van de westiende te Spykenisse, leen van Putten, 2) ½ van 3 lynen lands in Stollaertsdyk en noch ½ van drie lynen van de westiende te Spykenisse, leen van Putten. Met verzoek aan de diverse leenheren om de zusters hiermede te belenen. Op 1493-04-10 bevestigen Karel en Philips bovenstaande brief
Heynrick Ghysbrechtsz, Jan Jansz van den Polle, Heynrick Florisz, leenmannen