10 resultaten
Barnier | 1394-1395
Rek Baljuw Rijnland 1394-1395 fol 2v p 59, fol 5v p 62
Achternamenindex
binnen Oudewater: "van Lem Barnier omdat hi verborcht was van den hoechsten recht van sinen live ende daer hi niet of voer en quam als hi verborcht was"; 1395-04-18: "gaf min here geleide Lam Barnier en Aernt Barnier, gebroeders, tot 24 Juni"; de baljuw Willem van Reimerswael ontvangt 5£ van Arent Barnier te Oudewater, omdat deze borg stond voor zijn broer die gevlucht was; "van der pene t Ouwater van Lam Barnier" reisgeld van de baljuw 10£
Dirc Gherytsz | 1394
R.G.P. 174 p 49/Rek Baljuw Rijnland fol 3
Voornamenindex
ontvangen van Rynsaterwoude, Leimuiden en Vriesecoop, Dirc Gerritsz, schout, gekomen van Symon Jacobsz van beeste di hi verborcht hadde ende jonge Goyverts waren, 10 £; in hetzelfde ambacht van der turfmaet 5 £
Dirc Gerritsz | 1394
R.G.P. dl 174 p 49/Reg Baljuw Rijnland fol 3
Voornamenindex
ontfaen Rensterwoude, Leymuden ende Vriesecoop, scout Dirc Gerritsz, gecomen van Symon Jacobsz van beeste die hi verborcht hadde ende jonge Goyverts waren, 10 £. Item in denselven ambachten van der turfmaat 5 £
1409-05-12 |
R.A.H. Coll Aanw 71 fol 74/Memoriale B.C. fol 53v
Jaartallenindex
gaf die tresorier van mijns heren wegen dach Willem den Burchgrave en Jan van den Wiel, heemraders in den lande van Altena, en si swoeren ten heyligen weder in te comen bi minen heer en bi sinen tresorier en Rade binnen 4 dagen na mijns liefs heren vermanen. Dit syn borge die die heemraden van Suijt Hollandt geset hebben opten 12e Mey, also hem dairop dach gegeven wordt tot beloken Paschen e.k. toe weder in te comen in den Haghe in allen scijn als sij doe ter tijt waren, op sulcke seeckerhede, geloeffenisse ende voirwairden als die cedulen, die daerof besegelt sijn inhouden en begripen, t welk sy gesworen hebben bi horen gestaefden eeden ende die borgen voor hen gesekert en geloeft hebben: Claes Venedau, borge: heer Herberen van Riede en zijn zoon Jan, Jan Venedau, borge: Ghijsbrecht van Ghiessen, Melys Spiering, borge: zijn zoon Melijs, Boudyn die Voecht, borge: Philips die bastert van der Leck; Jan van Rijswyck verborcht op hemselven bi synen eede; Robbrecht die Clerck, borge: Thonijs Thonysz van Werckendam
1406-04-26 (3) |
R.A.H. Coll Aanw 69 fol 111/Memoriale B.H. fol 71
Jaartallenindex
(vervolg II) Florys Gherytsz, Wisse, syn broeder, Jan Bertout, Aernt Gherytsz, Jan Mathys, Lucke Wybrantsz, Willem van Adrichem, Clais van Adrichem, Pieter Loys, Jan Loys, Gheryt Jansz, Pieter Dircsz, Dirxkyn, zyn zoon, Jan Tymansz, Tyman, zyn zoon, Pieter Gabkynsz, Dyrc Dyrcsz, Gheryt Bertoutsz, Engel Tybautsz, Jan Pietersz, Huesden, Huge Jansz, Mathys Pietersz, Pieter Jansz, Jan Garbrantsz, Jan Gheryt, Goeswyn Garbrants, Jan Jacobsz, Jan Meeusz, Pilgrim Jansz, Aernt Heerkensz, Garbrant Aerntsz, Heynric Jansz, Meeus Jansz, Jan Reynersz, Dirc Claesz stienbacker, Florys Claesz, Ludeken Lubbenz, Pieter Willemsz, Garbrant Dyrcsz, Florys Gherytszoens knecht, Brandekyn Ludekensz, die mit dadinge of ghingen in ons liefs heren hant van Holland van live en van goede, daerof sommige of verborcht zijn na der maniere als dat dadinge dairof inhoudt; ende d'anderen en konnen wij noch ter tijt niet becraftigen, also sij uten lande gevloen zyn en wij se nergens en weten te vinden. Al degenen die buiten deze dading gebleven zijn, worden verbannen, met bevel om hen aan te tasten en in den Hage te brengen. Al hun goederen moeten uit s hertogen naam in beslag genomen worden. Gegeven t Alcmair, 26 April 1406
1419-05-27~ |
R.A.H. Coll Aanw 74 fol 34/X Memoriale B.K. fol 9, 26v/Van Riemsdijk: Rechtspraak Graaf van Holland dl III p 288 no 526
Haarlem Algemeen
in dustaniger manieren sijn verborcht die lude hierna gescreven, dat is dat sij minen heer beteren sullen bi minen heer ende sinen Rade, ende daer sal men t gerecht van Haerlem bi nemen, wes minen heer, sinen Rade, en t gerecht van Haerlem niet en dunct dat sij wail verantwoorden sullen roerende van den geleyde dat aen Huge van Diemen gebroken soude wesen. Eerst Jan Aelbrechtsz, borg: Willem Dirc Gherijtsz op zyn lyf ende op syn goet; Jonge Jan Aelbrechtsz, zijn zoon, borg: Floris uten Campe; Bertout Lottynsz, borg: zyn broeder Willem Lottijnsz; Lutgen Willemsz, borgen: Allert Claesz en Pieter Claesz. December 1419: item Henric Hermansz ende Gheryt Emmenz hebben geloeft an hande s tresoriers Huge van Diemen van Haarlem, dat hi terechte comen sal ende hem rechts getroesten tot vermaningen s tresoriers. Ende die tresorier en sal hem niet manen, hi en sal veylich wesen van allen saken, sonder daer hi voir toegesproken sal worden
1434-02-06 (1433) |
R.A.H. Coll Aanw 204 fol 381v-385/Memoriale Rosa II fol 145
Jaartallenindex
roerende van den dootslach Dirk Gysbrechtsz en Oijtet Oytetsz. Heinric Gysbrechts en Gerrit Oytitsz met hun magen, ter ener zyde, en Lambrecht Berwoutsz met zyn magen, ter andere zyde, zyn een seggen gebleven an myns Heren Rade van de doodslag gedaan aan Dirk Gysbrechtsz en Oytit Oytitsz sal. ged: 1) Lambrecht Berwoutsz zal 300 zielemissen doen opdragen en kloosterwininge doen tussen Maze en Zipe; 2) voort zal Lambrecht met zyn magen ter ener zyde, en Henric Gysbrechtsz en Geryt Oytitsz met hun magen ter andere zyde, wel gesoent wesen van dezen dootslage; 3) Lambrecht zal c.s. ter betering geven 500 Ph Holl scilden; 4) Lambrecht zal al degenen die gequetst zijn vergoeden, ende oick Jan Meynaertsz van synre quetsinge hem geschiet, sodat Heynric Gysbrechtsz en Gerrit Oytitsz hiervan ongemoeid zullen blijven; 5) Lambrecht zal 2 jaar lang buiten de Niedorpercogge moeten blijven; 6) Lambrecht had geschil met wijlen Dirc Gysbrechtsz over 4 geersen land. Elk van deze partyen zal haar bescheid hiervan moeten brengen. De zoen is uitgesproken op een boete van 500 Eng. nobels; 7) Lambrecht en zijn broeders op de een zyde, en Henric Gysbrechtsz en Gerrit Oytitsz en zijn broeders ter andere zyde, moeten beloven de zoen te voldoen op de boete voirsz; 8) voirt also Otto van Egmonde en Jan van Minnen gevangen hebben bij bevele van den Rade, Lambrecht Berwoutsz en zijn broeder Henric, en Pieter Rembrantsz, zo zullen laatstgenoemden aan Otto en Jan voorn. oervede moeten doen; 9) dese soen hebben verborcht voor Lambrecht Berwoutsz: Claes Berwoutsz, Dirc Berwoutsz, Meeus Zygersz, Berwoud Willemsz en Pieter Rembrantsz
Vos, de | 1394
R.G.P. 174 p 51/Rek Rentmeester Rijnland fol 5
Achternamenindex
ontfaen in den lande van Woerden, binnen Woerden: scout Mathys de Vos, gecomen van den coster Bartelmeus die van den kerchove genomen wart daer hi of verborcht wart, ende hi niet in en quam, van der pene 300 £; item van boeten binnen deser stede 3 £, maken an densen payment 1£ 10sc. Buitenpoorters: item dat ghecomen is uten kerspel buiten Woerden om dat si mit hoere woenstat buten blive nsellen tot Meij toe ende nochtans hueren binnen allen dienst doen zellen ghelyc of si binnen woenden 181£. Ende uten kerspel Hermalen 100£ mit welken voorwaarden dat die van Hermalen buten blyven mogen zoalnge als Gheryt van den Vliet baeliu is, ende waert dat men se hierenbinnen in hebben woude mit der woene, soe soud men hem hoer gelt weder geven en des ontbreekt aan t kerspel van Woerden 14£ 11½ sc, en aen die van Hermalen 12£ 14sc. Facit 243£ 14sc 6d
1432-03-11 (1431) |
R.A.H. Coll Aanw 203 fol 278v, 292v/Memoriale Rosa I fol 112v, 117
Jaartallenindex
geschil tussen Jacob van Noirden, zijn zwageren en kinderen an die een zijde, Willem Claisz, zyn zoen, Jan Clais, ende Reyner Jacobsz an die ander zijde, verbleven aan de gouverneurs en de Raad. Uitspraak: 1) zij moeten borgen stellen, 2) "want die gouverneuren mitten Rade niet en vinden dair dese gescile aff toecomen anders dan die sake toebehoirt der abdisse van Reynsburch", so ist "dat sy die saken van der abdisse laten staen in sulken state als die abdis daeraf geseit heeft na utwijsing der brieven die Willem voirn. daer af gegeven heeft". Of Willem hierin gebreukt heeft staat ter beoordeling van de abdis. Willem mag nimmer hierover Jacob c.s. meer lastig vallen, 3) voirt also Jacobs zwageren, te weten Clais ende Jan Clais Willemszoonskinderen gequetst zijn van Willem Claiszoonszoon en zijn hulpers, moeten deze in betering geven 75 Arnh gld waaruit aan Jan Claisz 5 gld gegeven moet worden omdat hij geslagen werd, [4)] (doorgehaald) Daar Willem Claiszoonszoon c.s. het huis van Jacob van Noirden aangevochten heeft, waarbij Jacob Hugen gequetst werd, waarvoor hij van Jacob van Noirden 21 gld ontving, beslist de Raad dat Willem Claesz deze 21 gld moet betalen, 5) voirt zo zullen Dirc Willem Claisz, Jan Claes en Reyner Jacobsz een bedevaart doen ten Heyligen Bloede te Wilsenacken. Item deze voirs 75 Arnh gld zijn geleijt onder Jan Ruychroick al an Bourg scilden, te weten 3 Bourg. scilden voor 4 gld. Item hierof is Jan Claes betaald zijn 5 gld bij Willem Claesz daar here Jan van Wassenaer bij was en Jan Floreijn. Dese pene hebben verborcht voir Jacob van Noirden ende synre zwageren ende kinderen: Dirc van Tol ende Jacob Hugez van Noirden. Also Willem Claesz geen borgen bij hem hadde, belooft hij die voor a.s. zondag te stellen. Item sijn borgen voor Willem Claesz, Claes Claesz, Willem Claeszoons zusterzone ende Jan Henricsz, Dirc Willemszoons Aemszoon. Op fol 117: bewijs dat Willem Claisz de bedevaart volbracht heeft, 1432-06-03. Ingevoegd is het deswege door de curatus ecclesie parochialis in Wilsnack afgegeven bewijs
1466-1467 |
G.A. Haarlem Thesauriersrekening Haarlem I no 215
Haarlem Algemeen
thesauriersrekening 1466-05-02 - 1467-05-02 van Geeryt van Adrichem, Geeryt Steffens, Allyn Claesz en Willem van Berkenro als thesauriers van Haarlem: (fol 27v) soo reysden Wouter van Bekesteyn, Claes Dircsz de Vriese, Pieter Gerytsz van Aventuren ende Claes Butterman, van den gemenen poirteren wegen van dese stede die gelant zyn t Akersloot en te Uitgeest, op ten dyck van Zaenderdam, daer een groot gat in gebroken was, waren uyt 2 dagen, 26sc 8d; (fol 29) Salomon Jansz op 19 Mei met een brief naar Rotterdam, Jan van Barry, Jacob Jansz; (fol 32) een brief over de dijkdoorbraak te Zaenderdam, fol 32v idem; (fol 34) Jan van Barry en Jacob Jansz, der stede messagiers, Claes Willemsz, der stede knecht, Jan de wynscroeder 6 £ elc voor hun tabbert, (fol 34) Godevaert Meusz van op tie orgelen te spelen van een heel jaar mits OLVr lof 32£. Claes Claesz [Dul] voor zijn wedde die stede kannen schoon te houden 25£ 5sc 4d, Lambrecht Rutgersz wedde voor die uijrcloc dit jaar te stellen, Claes Claesz van dat hij dit jaar de Hout geregiert en bewaart heeft 16£; (fol 36v) gedronken tot Geryt Visschers als die scepen en tresoriers saten aldaer om die correctien verborcht te worden 21sc 4d; (fol 39) Cornelis de hantschoenmaker van handschoenen 20sc; (fol 39v) Clais Wilemsz van een kabel turken af te maken 4£ 16sc, Pieter Geritsz de orgelmaker op rekening van dat hij die orgel gemaakt heeft 32£, (fol 41v) nog 32£ en 114£ 6sc 8d en 87£. De bus van Loef die kaput was, nu voor Jacob Jansz de bode gemaakt; (fol 43) een maaltijd van burgemrs en thesoriers ten huize van Geryt Visscher 5£ 4sc; (fol 46v) Pieter Gerytsz van Aventuren en oude Claes die bij bevel van t gerecht tot Zaenderdam geweest hebben 24sc; (fol 47) gegeven der stede knechts en dieners als Salomon Jansz, Jan Gerritsz, Dirc van Bakenes en Jan van Sparwoude voor hun dienst 32£; (fol 47) gegeven Claes Claesz die de Hout bewaart van 1000 jonge elst die hij in de Hout geset en geplant heeft 2£ 16sc, item gegeven en betaalt van den huijse dat die stede gecoft heeft tegens Florys van Paesschens kinderen, staende an Bartoukins huijse an den toren, dat die stede af heeft doen breken 58£ 6sc 8d; (fol 49v) coman Pieter Sas van kaarssen, 1½ riem papier, scoppen, bastinct, van 2 mouwen daer men t water mede hoosde uijter vest an die repe daer men die toirnen maeckt 10£ 2sc